Gaswinning achter Waddijk spaart kostbaar natuurgebied XP

De afgelopen maanden is sterke aandrang op de overheid uitgeoefend om de exploratie en winning van aardgas op het water toe te staan. Binnenkort moet het kabinet beslissen of en hoe er op de Waddenzee naar gas geboord mag worden. Maar is een positief besluit voor de oliemaatschappijen niet hoogst inconsequent?

De Waddenzee heeft als hoofdfunctie natuurgebied en moet als zodanig beschermd worden tegen alle schadelijke invloeden die aan die functie afbreuk doen. Zo staat het in alle overheidsstukken die sinds de jaren zestig, toen het milieubewustzijn in Nederland snel doorbrak, zijn opgesteld. De Natuurbeschermingswet, de Vierde Nota Extra (ruimtelijke ordening), de Planologische Kernbeslissing (PKB) voor het Waddengebied, allemaal wijden ze een vracht woorden aan het belang van bescherming van dit stuk bijzonder natuurgebied.

Met zijn droogvallende wadplaten is de Waddenzee de fourage- en broedplaats voor miljoenen vogels en een gebied waar zeehonden, vissen en een rijke schakering aan ander gedierte zich goed thuisvoelen zolang de rust er gehandhaafd wordt en het water, de bodem en de lucht zuiver blijven; net als natuurminnaars van het menselijke soort, recreanten en vissers. Vanaf 1 januari zal 95 procent van het gebied zijn aangewezen als staats- dan wel beschermd natuurgebied, volgens de definities van de Natuurbeschermingswet. Bovendien heeft het kabinet zich nog eens vastgelegd op het zogenoemde voorzorgsprincipe: als er twijfel bestaat over de effecten van menselijk handelen op de natuur, zal voor een verbod worden gekozen.

Economische activiteiten zijn echter volgens de PKB niet uitgesloten in de Waddenzee, mits ontheffingen en vergunningen kunnen worden verleend. Voor de visserij, scheepvaart, recreatie en luchtvaart gelden stringente beperkingen in het gebied, om de hoofdfunctie natuur op de been te houden. Dat gaat zóver dat de Waddenzee verboden gebied is voor reclamevliegtuigjes.

Toch is de afgelopen maanden sterke aandrang op de overheid uitgeoefend om een grootschalige activiteit als de exploratie en winning van aardgas op het water toe te staan, die veel verder gaat dan reclamevliegen. Binnenkort moet het kabinet beslissen of er op de Waddenzee naar gas geboord mag worden en onder welke voorwaarden. Zou een positief besluit voor de oliemaatschappijen niet hoogst inconsequent zijn? Het kabinet kampt hier met een zwaar juridisch en financieel probleem. In 1964, vóór de bescherming van de Waddenzee op papier goed was geregeld, zijn 'eeuwigdurende' concessies aan drie oliemaatschappijen verleend: de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM - dochter van Shell en Esso), Mobil en Elf-Petroland, die deze concerns het recht geven op exploratie en winning. Op 10 januari 1984 kwamen de maatschappijen vrijwillig met de overheid een moratorium op boringen overeen, omdat er op Ameland en bij Zuidwal, in het Westen van de Waddenzee, al werd geboord. De regering vond dat voor een natuurgebied wel welletjes; voorlopig moest er in de rest van de Waddenzee rust heersen.

Op 10 januari volgend jaar loopt dat moratorium af, en de olieconcerns eisen nu dat ze van hun rechten gebruik kunnen maken. Extra gaswinning in een gebied met aanzienlijke en relatief goedkoop te winnen reserves, kunnen ze goed gebruiken. Vooral nu de olieprijs en de daaraan gekoppelde gasprijzen de winning in kleine velden op de Noordzee economisch onaantrekkelijk maakt. Produktie in de Waddenzee past ook uitstekend in het energiebeleid van Economische Zaken, dat Nederland zo lang mogelijk van zijn bodemschat wil laten profiteren. Hoe langer alle kleine gasbellen samen de reserves opvoeren, hoe beter. Het aardgas uit de kleine velden, dat zeer verschillend van samenstelling en calorische waarde is, kan tot het jaar 2013 uitstekend en relatief goedkoop worden gemengd met de voorraad van de grote Slochterenbel. Daardoor ontstaat een gaskwaliteit die voldoet aan de eisen voor binnenlands verbruik en export, een gemiddelde waarop de verbrandingstoestellen zijn afgestemd.

Dit 'klein veldenbeleid', dat de afgelopen jaren zeer succesvol is geweest (de helft van de jaarlijkse afzet van de Gasunie bestond uit gas van de kleine velden), biedt bovendien interessante perspectieven voor de staat. Want de aardgasbaten blijven langer toestromen. Ongeveer 80 procent van de opbrengsten vloeien in de schatkist. Voor het eerst wordt een deel van deze baten, die volgend jaar op 8,3 miljard gulden zijn geraamd, gereserveerd voor een speciaal fonds waaruit grote infrastructurele werken worden gefinancierd: hoge snelheidstreinen, de Betuwelijn, tunnels en nieuwe wegen. Het louter 'potverteren' van de aardgasbaten van de laatste drie decennia is daarmee doorbroken.

Maar hoe verhoudt zich deze gas- en geldhonger tot het belang van een ongerepte Waddenzee? Voor de binnenlandse energievoorziening is het Waddengas nog lang niet nodig en kan het rustig nog jaren in de bodem worden bewaard voor krappere tijden. De ambtelijke Stuurgroep mijnbouwactiviteiten in de Waddenzee die in oktober rapporteerde, raamt de gasreserves onder het gebied op 130 miljard kubieke meter. Daarmee kan in de huidige afzet van de Gasunie (binnenlands verbruik plus export) niet meer dan ruim anderhalf jaar worden voorzien. De NAM vermoedt echter dat de reserve “dicht tegen de 221 miljard kubieke meter” uitkomt, zei directeur ir. H.G. Dijkgraaf dinsdag in deze krant. Dat zou bijna drie jaar afzet van de Gasunie betekenen.

Volgens de Stuurgroep mijnbouwactiviteiten is ongeveer de helft van de voorraad, 75 van de geraamde 130 miljard kubieke meter, alleen via een lokatie in de Waddenzee aan te boren. Dat is minder dan één jaar afzet van de Gasunie, of volgens de hogere schatting van de NAM-directeur minder dan anderhalf jaar. Het prijskaartje voor de staat varieert van 8 tot 12 miljard gulden. Om een consequent natuurbeschermingsbeleid voor de Waddenzee te voeren en elk risico uit te sluiten, zou alleen toestemming gegeven moeten worden om langs de rand van het gebied, vanaf het vasteland en de eilanden, te boren. Maar daarvoor moet de BV Nederland nog wel iets meer over hebben dan de 8 miljard gulden aan te derven staatsinkomsten. Want de overheid moet rekening houden met eventuele claims van de olieconcerns. Mogelijk kunnen die worden tegengehouden door gunstiger financiële voorwaarden te verlenen voor het in produktie nemen van kleine gasvelden op de Noordzee, iets waar de oliesector toevallig tegelijk om vraagt.

Maar er is nog een kostenfactor: de Gasunie heeft een deel van het 'Waddengas' al gecontracteerd in haar lange termijn-exportverplichtingen. De verkopers in Groningen zijn uitgegaan van de concessierechten van NAM, Mobil en Elf Petroland. Daarmee werd stoutmoedig vooruitgelopen op politieke beslissingen. Deze strategie is overigens gesanctioneerd door minister Andriessen, die het laatste woord heeft over het Plan van Gasafzet van Gasunie. Als Gasunie door een kabinetsbesluit om alleen boringen vanachter de zeedijken toe te staan over tien jaar gas tekort komt, zal de ontbrekende hoeveelheid moeten worden geïmporteerd om aan de exportverplichtingen te voldoen. Nederland, tel uit je verlies: minder aardgasbaten, minder geld voor infrastructuur en hogere kosten want import is duurder dan winning uit de Waddenzee.

Wat het zwaarst is, moet het zwaarst wegen. Een paar stalen produktieplatforms op de Waddenzee tegen een Hollandse wolkenlucht zijn best mooi, maar natuurliefhebbers willen ze niet, en ze blijven tientallen jaren staan. Dat past niet in een ongerept natuurgebied. Met de moderne techniek zijn de kansen op vervuiling gering, zegt de Stuurgroep. Maar zekere risico's op ontploffing en een 'blow out' (ongecontroleerde uitstroom van gas en lichte olie) zijn niet uit te sluiten. De exploratiefase duurt per boring slechts enkele maanden, maar er moet baggerwerk worden verricht, grote installaties aangesleept en pijpleidingen in de Waddenbodem aangelegd. Vaarbewegingen nemen toe, ook in de produktiefase. Alles bijeen treedt een verstoring in het gebied op die moeilijk is te rijmen met het 'voorzorgsprincipe'. Nederland is partij bij zeven internationale overeenkomsten en verdragen die nopen tot een optimale bescherming van de ecologische en natuurwaarden van de Waddenzee en van de vogelstand. De Waddenzee maakt deel uit van een keten van schaarse wetlands in Europa, niet alleen en unieke natuurwaarde vertegenwoordigen, maar ook dienen als overblijfplaats voor trekvogels.

Hoewel in de milieudiscussie steeds meer wordt gepleit voor een economische waardering van het natuurbezit zijn deze kostbaarheden in het rapport van de Stuurgroep mijnbouwactiviteiten helaas niet in geld uitgedrukt, zodat een financiële afweging tegenover gederfde winsten van de olieconcerns en de staat in dit stadium onmogelijk is. Maar een andere afweging kan wel worden gemaakt: het dichtbevolkte Nederland heeft al veel aanslagen moeten tolereren op de natuur en het milieu. Autowegen, stadsuitbreidingen, industrieterreinen, ze hebben grote arealen groen en natuurgebieden verdrongen. Meer groen dreigt verloren te gaan door de verdubbeling van Schiphol, de aanleg van de Betuwelijn en de TGV.

Een nieuwe moedige beslissing à la Markerwaard en Oosterschelde zou nu zeer op zijn plaats zijn. Een beperking tot boringen naar het Waddengas alleen vanaf het vasteland vraagt extra inventiviteit van de oliemaatschappijen, om de ligging en omvang van de gasvelden langs de randen van de Waddenzee met redelijke nauwkeurigheid vast te stellen. Dat is een technische voorwaarde voor een economische en milieutechnisch verantwoorde gasproduktie. Wat de techniek betreft kan het kabinet zich enige onderhandelingsruimte veroorloven, maar Lubbers, Alders en Andriessen: houd ze achter de dijken.