Familieleden horen hoge celstraffen eisen wegens handel in drugs

ZUTPHEN, 6 NOV. Gevangenisstraffen van vier, vijf, negen en twaalf jaar en terugbetaling van ruim één miljoen aan wederrechtelijk verkregen voordeel. Dat eisten officieren van justitie Van Wijnand en Jongerius gisteren voor de rechtbank in Zutphen tegen vier leden van een criminele organisatie die ervan worden verdacht op grote schaal in harddrugs te hebben gehandeld.

Het betreft leden van de familie B. uit Ruurlo. De 52-jarige vader M.B. en zijn drie zoons, van 21, 29 en 28 jaar oud. Leider van de bende was volgens justitie de 28-jarige zoon. Hij onderhield contacten met de Nederlandse en Duitse afnemers, gaf opdrachten aan de andere leden van de bende, regelde de financiën, onderhandelde over de aankoop in Turkije en de verkoop in Nederland en Duitsland. Hij hield zich niet bezig met de praktische uitvoering.

Dat deed vooral zijn broer F. Die verzorgde de transporten naar Duitsland, huurde de auto's voor transport, onderhield de contacten met de drugkoeriers en de afnemers en incasseerde geld. O. en M. hadden een bescheidener rol. De bende opereerde vanuit woonhuizen, een pizzeria, een bakkerij en een Turks ontmoetingscentrum.

De zaak kwam al in 1989 aan het licht. Maar door gebrek aan bewijs en mankracht bij de politie bleef de zaak liggen. In 1992 werd de zaak heropend na aanwijzingen over een drugstransport. Door middel van onder andere telefoontaps kwam de politie uiteindelijk een aantal drugstransporten naar Nederland en Duitsland op het spoor.

Vier drugskoeriers hebben al eerder terecht moeten staan. Twee werden veroordeeld tot drie en vier jaar cel, één is vrijgesproken en tegen de vierde loopt nog een eis van 3,5 jaar.

De advocaten van het viertal hadden aanmerkingen op de bewijsvoering van het openbaar ministerie. Zo zou de interpretatie van de afgeluisterde telefoongesprekken gebaseerd zijn op vermoedens en niet als bewijs kunnen dienen. Het OM gaat er bijvoorbeeld vanuit dat het woord pita in die gesprekken staat voor heroïne.

De raadsman van F.M., mr. Volkers, vond de eis van negen jaar voor zijn cliënt onbegrijpelijk hoog. Temeer daar hij nog nooit met justitie in aanraking was geweest. De advocaat van zijn vader, mr. Skala, vroeg om in vrijheidstelling van zijn cliënt. De man zou niet hebben geweten van de handelwijze van zijn zoon C.

De rechtbank doet op 19 november uitspraak.