Excalibur

Tuinboeken geven allerlei details over het planten van bomen: hoe en wanneer je het gat moet graven, welk uitgekiend mengsel van voedingsstoffen je er in moet doen, wat je met de boom moet doen voor hij er in gaat, enzovoort; maar ze zwijgen allemaal als het graf over hoe je er een moet verwijderen. In de ideale wereld, zoals weerspiegeld in het tuinboek, verwijdert de tuinier kennelijk nooit bomen; wie niettemin in dat tegennatuurlijke streven volhardt schiet niet echt veel op met vrome commentaren als van Geoff Hamilton in The First-Time Gardener, dat iedereen die een boom weghaalt de morele plicht heeft er ook weer een te planten.

Alleen Christopher Lloyd gaat zo ver dat hij een voorbeeld geeft van een boom die je zou willen verwijderen: de gewone spar, Picea abies, die 'altijd optreedt in voortuinen in de gedaante van een schriel exemplaar, 10 tot 15 meter hoog, met een paar dode of zieltogende takken halverwege een kuif van ongezond geelgroen. Je weet dat hij zijn leven als een lief klein kerstboompje is begonnen...'' Maar geen woord over hoe je er af komt, geen praktische adviezen. Aan de andere kant, als je een boom van 15 meter wil laten verdwijnen pieker je er waarschijnlijk niet over om het zelf te doen.

In onze tuin stond vroeger een enorme sombere conifeer die zelfs in Kersttijd door niemand lief zal zijn gevonden, en die hebben we laten verwijderen door een boom-expert. Deze conifeer stond vastgeketend aan het huis met een kabel; de reden werd duidelijk toen de kabel werd losgemaakt en de hele boom meteen een alarmerende slagzij maakte. Bomen aan gebouwen vastmaken is niet altijd verstandig; ik las laatst iets over een dikke tak die van een boom werd afgezaagd. Toen de laatste verbinding werd doorgezaagd kwam de tak vergezeld door een eigenaardig rommelend geluid omlaag. Om te voorkomen dat de tak van alles in zijn val zou verpletteren was hij vastgemaakt aan de balustrade van een veranda, en deze was bij het vallen van de tak volledig uit de muur gerukt.

We hebben toen ook een paar kleinere bomen laten weghalen, zoals vlier en esdoorn - niet in stukken gezaagd met een kettingzaag maar uit de grond getrokken zoals een kies bij de tandarts. Dit werd gedaan met een soort horizontale takel waarvan het andere eind was vastgemaakt aan de beuk. Een hendel werd heen en weer gewrikt, zoals je een auto opkrikt, en de kabel kwam hoe langer hoe strakker te staan. Net toen ik dacht dat de kabel zou knappen sprong de boom met wortels en al uit de grond alsof de duivel hem op de hielen zat.

Het is een handige procedure als er toch al een bomendokter aan het werk is, maar je laat hem niet komen voor maar één boompje of struikje. Liguster, bijvoorbeeld, ziet er helemaal niet zo hardnekkig uit. Dat dachten vrienden van mij ook en toen ze er niet in slaagden de struik op eigen kracht uit de grond te trekken maakten ze hem aan de trekhaak van de auto vast. Ze verwachtten zo weg te zullen rijden, als jonggehuwden met de liguster achter zich aan, maar de wielen sloegen rokend door en verspreidden een geur van geschroeid rubber. De auto is te licht, dachten ze, en laadden hem vol met zakken cement, kinderen, kratten bier en de complete Winkler Prins - maar het hielp niet, de liguster bleef hardnekkig en honend waar hij was.

Dit is de tijd van het jaar waarin dergelijke riten worden uitgevoerd: je hebt één zomer te lang naar het hinderlijke object gekeken en nu is het moment om te handelen aangebroken. In ons geval ging het om een meidoorn, gesitueerd in een hoek tussen de noordermuur en de beuk, waar het relatief licht is en waar wat regen daadwerkelijk de grond bereikt, druipend van de rand van de bladerparaplu van de beuk. Op deze plek groeit of beter gezegd groeide een welige groenbedekker van klimop en een meidoorn met groeigewoonten zo eigenaardig dat zij hem toegang zouden hebben verschaft in het Lunatic Asylum for demented plants van E.A. Bowles.

Toen we het huis kochten liet deze meidoorn ons alleen zijn stam zien: besloten hebbend te groeien onder een hoek van 45 graden, net als de bevrijde conifeer, bevond hij zich voor ongeveer eenderde in onze tuin; de rest hing als bij een burenroddel over de muur in de belendende tuin. Het is niet gebruikelijk om op een ladder te moeten klimmen en in de tuin van de buren te kijken om te zien hoe je bomen er bij staan. Na overleg met de boomspecialist besloten we om een stuk van ongeveer 1 meter te laten staan. Anders dan de conifeer, die nooit meer een teken van leven heeft gegeven na te zijn omgezaagd, kwamen er uit de diagonale stam van de meidoorn verticale nieuwe uitlopers - een bewijs van de regeneratieve krachten der natuur, maar mooi was 't niet.

Toen deze meidoorn bovendien nog een of andere schimmel opliep - of misschien had hij die al - kwam het moment dat we besloten hem maar helemaal op te ruimen. De klimop er omheen liet zich gemakkelijk verwijderen, grond onthullend die misschien wel de vruchtbaarste van de hele tuin is, bestaande uit bladaarde vol sappige wormen. De uitlopers lieten zich zonder moeite verwijderen en toen begonnen we aan de oude stam. Die verzette zich, zoals de abrikozen in Bouvard et Pécuchet. Het hout groeide weer dicht, de zaag vasthoudend als het zwaard Excalibur wanneer een niet voorbestemde hand hem uit de steen wilde trekken. We probeerden verschillende zagen, waaronder de legendarische La Pénétrante, de beste zaag ooit vervaardigd, lang geleden in Frankrijk gekocht; maar vergeefs. De bijl, speciaal aangescherpt, stuitte op de stronk terug als een rubber hamer.

Het zou verstandig geweest zijn hier op te houden, een afspraak met de bomenman te maken en over te gaan tot passende seizoensarbeid als het planten van bollen. In plaats daarvan haalde ik het in mijn hoofd de stronk uit te graven, maar meidoorns hebben grotere en sterkere wortels dan ik voor mogelijk hield. Het was een leerzame ervaring, maar niet een die ik nog eens zou willen herhalen; toen de avond viel had ik rond de stronk een gracht gegraven van een meter diep. Hij stond nog even vast als tevoren, onaangedaan als had hij niet meer te verduren gehad dan de aanvallen van een tot razernij gebrachte houtworm.

Als de prins met zoiets te maken had gekregen zou Doornroosje nog steeds slapen in haar kasteel. Maar er is hoop. Iemand vertelde mij zojuist over een wonderlijk bomenpoeder, dat je alleen maar in Engeland kunt kopen; je strooit het er over en ffft, de stronk lost sissend op in het niets terwijl je wacht, zoals de heks in The Wizard of Oz.