Doodsteek voor een delta; Griekse regering negeert bij aanleg stuwdam lokale bevolking en plaatselijk bestuur

Afgevaardigden van een groot aantal landen komen volgende week in Maastricht bijeen om te praten over bescherming van Europese natuur.

De vierdaagse conferentie, belegd door het Nederlandse ministerie van landbouw, natuurbeheer en visserij en het Hongaarse departement voor milieu en regionaal beleid, draagt als motto: 'Naar een Europees ecologisch netwerk.'

Maar intussen vallen er weer nieuwe gaten in het beoogde patroon. Bijvoorbeeld in Griekenland, waar stuwdammen een gevoelige aanslag plegen op de natuur. En dan ook nog met subsidie van de EG.

Het dorp heet Myrophillo, een eenvoudige nederzetting van vijfhonderd zielen in het Pindusgebergte, dat dwars door Noord-Griekenland loopt. De natuur is er nog van een ongerepte schoonheid met veel wilde kastanjes, beuken en steeneiken die de hellingen opklimmen om ruimschoots onder de kale toppen halt te houden. Er wordt op kleine schaal aan landbouw en veeteelt gedaan, wat de nodige risico's meebrengt. Onlangs zijn er nog vijftien schapen verslonden door een stel wolven die de bossen bevolken. Beneden stroomt de Acheloos, een rivier die door aanhoudende droogte de gedaante van een kabbelend beekje heeft aangenomen, maar in het voorjaar heftig kan aanzwellen. Een waterloop van mythische betekenis; Homerus noemde hem al 'de god van alle rivieren'.

Aan de rand van het dorpsplein heeft caféhouder Georgios zijn stoelen en tafels uitgezet. Hij serveert ook maaltijden, maar de keus is beperkt: vandaag alleen spaghetti met aubergines en geitekaas. Als we met ons busje arriveren, heeft zich op het terras al een klein gezelschap verzameld. Opvallende figuur is 'vader' Xenophon Zahos, de dorpspriester in de bekende orthodoxe uitmonstering van lange, zwarte pij en hoofddeksel naar kachelpijpmodel. De golvende baard ontbreekt evenmin en het haar is van achteren in een knoetje gebonden. Zijn meer dan ferme handdruk verraadt dat dit lichaamsdeel niet slechts ter zegening van het volk wordt gebruikt. De wederopbouw van de kerk, die ooit door een aardbeving werd getroffen, was grotendeels zijn werk.

Aan natuurgeweld heeft het dorp al heel wat meegemaakt, maar nu dreigt een nieuwe, andersoortige ramp. De Griekse regering heeft vergevorderde plannen voor de bouw van een stuwdam in dit gebied, de Sykia-dam, om het water van de Acheloos in een reservoir op te vangen. De bedoeling is om circa een derde deel van het rivierwater af te tappen en via een tunnel onder het Pindusgebergte om te leiden naar de vlakte van Thessalië in het oosten teneinde daar landbouwgewassen als katoen, tabak en suikerbiet te besproeien. Om dat te bereiken, heeft EG-lid Griekenland bij de Europese Commissie in Brussel 180 miljoen gulden subsidie aangevraagd en daar zal naar verwachting eind dit jaar een beslissing over vallen.

Bezwaren

Vooral natuurbeschermers hebben grote bezwaren tegen de plannen, die volgens hen veel meer vernietigen dan profijt brengen en ook aan dat profijt wordt sterk getwijfeld. In de bergen zijn het de stuwdammen en -meren die niet alleen het landschap onherstelbare schade toebrengen, maar ook de lokale levensgemeenschap ontwrichten. En waar de Acheloos vlak boven de Peleponesus in zee uitmondt, wordt de Messolongi-delta ernstig bedreigd. Messolongi behoort tot de voornaamste Griekse wetlands, angelsaksische verzamelnaam voor waterrijke natuurgebieden die door hun gevarieerde vogelstand internationale betekenis hebben en daarom zorgvuldige bescherming verdienen. In deze moerassige delta heerst een subtiel evenwicht tussen zout en zoet water, waar zeldzame soorten als kroeskoppelikaan, zwarte ibis en zilverreiger van profiteren. Die balans zal onherroepelijk verstoord raken als zoveel zoet water van de Acheloos aan het natuurlijk systeem wordt onttrokken in een gebied dat toch al te lijden heeft onder verdroging, verzilting en steeds verder oprukkende landbouw.

Internationaal heeft het Wereldnatuurnatuurfonds (WNF) de strijd met de Griekse autoriteiten aangebonden in een poging te verhoeden dat de bio-diversiteit - de verscheidenheid aan plante- en diersoorten - in dat land nog verder achteruit gaat. De Nederlandse WNF-afdeling speelt hierbij een voortrekkersrol en steunt in woord en daad haar kleine Griekse zuster, die met zegge en schrijven 3.000 leden moet opboksen tegen het gezag in Athene en Brussel. Campagneleider is Vassilios Katsoupas, een 29-jarige Griek die aan de universiteit van Toronto politieke wetenschappen en milieukunde studeerde en kort geleden uit Canada terugkeerde om de publieke opinie tegen het dammenplan te mobiliseren.

In dat kader past een rondrit onder zijn hoede door de belaagde regio's, een tocht van laag naar hoog en weer terug, die ons halverwege in Myrophillo, het dorp van 'vader' Xenophon, brengt. Het is geen toeval dat juist deze priester zich meldt om het gezelschap in te lichten over wat zijn parochie te wachten staat als de 140 meter hoge Sykia-dam inderdaad verrijst en dertien vierkante kilometer land onder water komt te staan. Xenophon waakt over de resten van een eeuwenoud byzantijns klooster aan de oever van de Acheloos, grotendeels een bouwval sinds de laatste monniken in 1950 de plek verlieten, maar nog in bezit van een gave kapel met fraaie muurschilderingen. Ook dit stukje cultuurhistorisch erfgoed dreigt in het stuwmeer ten onder te gaan, wat de man tot grote somberheid stemt: 'De schoonheid gaat verloren en Myrophillo krijgt er niets voor terug.''

Net als de andere dorpelingen voelt hij zich voornamelijk machteloos en ook van bidden tegen de dam verwacht hij weinig heil. 'Bidden is mooi, maar als er muizen in je huis zitten, heb je eerst een kat nodig.'' De eenvoudige waarheid wint nog aan kracht nu zijn kerk blijkens uitspraken van aartsbisschop Serafim de regering steunt in haar streven de Acheloos aan te wenden om de akkers van Thessalië te bevloeien. Dat is opnieuw de socialistische regering van Andreas Papandreou, die tijdens zijn eerste bewind (1981-1989) het dammenplan lanceerde - of liever gezegd: nieuwe leven inblies - en nu de draad weer krachtig heeft opgepakt. In die tussentijd bestreed hij het project, maar zeker niet om principiële redenen, terwille van de Griekse natuur. Papandreou was slechts tegen, omdat het omvangrijke werk al bij voorbaat was gegund aan een internationaal consortium onder leiding van de Britse firma Taylor Woodrow met veronachtzaming van Griekse aannemers, en dat paste niet in zijn nationalistische concept.

Reis- en campagneleider Vassilios van het WNF kan geen enkel gunstig aspect aan het dammenplan ontwaren. De van de Acheloos afgetapte stroom moet speciaal de katoen- en tabaksteelt in Thessalië dienen en de bewuste culturen nog verder uitbreiden. Vooral katoen staat bekend als een dorstig gewas, dat in deze dorre streken een geweldige aanslag op de schaarse watervoorraden pleegt. Veel kostbaar vocht blijft onbenut door een lekkend irrigatiesysteem en het gebruik van beregeningskanonnen, waarbij tussen de dertig en veertig procent verdampt vóór het de grond kan bereiken. Het is een klacht die ook en vooral over ontwikkelingslanden wordt vernomen: de mondiale landbouw is de grootste verspiller van zoet water en nog wel in een tijd die een gestage achteruitgang van de beschikbare bronnen te zien geeft.

Daarbij komt dat de katoenplant, om haar tot volle wasdom te brengen, veelvuldig wordt bespoten met chemische bestrijdingsmiddelen, waarvan de residuen voornamelijk in rivieren, beken en het grondwater belanden. 'Het dammenplan'', zegt Vassilios, 'is dus niet alleen schadelijk voor de natuur, maar draagt ook nog eens bij aan de milieuvervuiling. En bij dat alles rijst bovendien de vraag: is een intensivering van de teelt wel zo gewenst in het licht van al die landbouwoverschotten? Ik zou zeggen van niet. Als ze op de ene plek de produktie uitbreiden, zal ze elders omlaag moeten, want de EG heeft tenslotte haar plafond.''

Kippegaas

Rijdend door de vlakte van Thessalië valt op hoezeer katoen hier het agrarisch beeld bepaalt. De oogst is in volle gang. Op de velden worden de pluisbollen voornamelijk met de hand geplukt en verzameld in een soort containers van kippegaas, die achter trekkers naar de fabrieken sjokken. Overal ligt los pluis langs de weg, doelwit van particulieren die er blijkbaar hun kostje mee opscharrelen, als arenlezers in vervlogen tijden. Maar weldra verandert de vlakte in bergland en naderen we de bovenloop van de Acheloos, waar al een stuwdam in aanbouw is.

Het is de Messohora-dam, genoemd naar weer een ander bergdorp dat binnen afzienbare tijd voor de helft in het bijbehorende stuwmeer zal verdwijnen. Hoe daar ter plekke over wordt gedacht, horen we straks; het gaat nu om de treurige gewaarwording van een betonnen kolos die een compleet dal tot woestenij degradeert. Hij is al 115 meter hoog en daar moet nog twintig meter bovenop komen. In dit geval, vertelt Vassilios, om een reservoir te kweken voor de opwekking van hydro-elektrische stroom. Althans, dat is het argument waarmee de Griekse regering miljoenen aan ontwikkelingsgeld heeft weten los te peuteren in Brussel. 'Met een beroep op agrarische belangen zou het niet gelukt zijn, vanwege die overschotten. Dus haalde men het energiemotief uit de kast.''

De schemering valt en terwijl naast de dam nog een enkele bulldozer wat puin verschuift, maakt het dorp Messohora zich op voor de avondmaaltijd. Gasten zijn aangewezen op het café van Dimitris Karathanos en zijn vrouw, die slechts kip en patat in de aanbieding hebben. Maar dan wel besproeid met veel rode wijn en tsipouro, een kruidenrijke variant van de sterk alcoholische nationale ouzo. Ook de opzichter van het damproject schuift aan, vriendelijk, maar niet genegen tot enig toelichting op het werk sinds een collega zijn mond voorbij praatte met onthullingen over de geologisch onstabiele ondergrond.

Dorpelingen zijn er ook, zelfs meer dan normaal, wat te maken heeft met de verschijning van burgemeester Panayiotis Kotronis, een schrale veertiger die zijn ambt combineert met de functie van bedrijfsarts bij een regionale elektriciteitsmaatschappij. Wat zich nu afspeelt, is een persconferentie vol kleine flesjes tsipouro en bittere verwijten aan een regering die niet alleen de lokale bevolking maar ook het plaatselijk bestuur negeert. 'We hadden vrede gehad met een dam van tachtig meter, dat was ook de bedoeling, maar nu hij 135 meter hoog wordt, voelen we ons bedrogen'', klaagt Kotronis. 'Hoe moet dat verder met ons dorp als de helft van de huizen, een kerk en een watermolen ten onder gaan? Ja, compensatie krijgen we wel, maar het gaat erom als gemeenschap te overleven en daar heb ik weinig vertrouwen in. Moet het Griekse platteland dan nog verder ontvolken? Moeten er nòg meer mensen naar de stad?''

Een kleine rondgang onder de autochtone toehoorders leert dat het gros van de bewoners zijn mening deelt. Ook buiten de tapperij valt slechts aversie tegen dam en toekomstig stuwmeer te bespeuren, behalve bij de kruidenier, die geen geheim maakt van enig commercieel belang bij voltooiing van het kunstwerk. Zijn zaak komt aan de rand van het reservoir te liggen en omdat hij boven de grutterswaren ook nog een logement beheert, hoopt hij op een aanwas van toeristen. 'IJdele hoop'', meent Vassilios. 'De man beseft blijkbaar niet dat het aan de rand van zo'n stuwmeer een glibberige modderpoel wordt. Toeristen zien trouwens liever stromend dan stilstaand water.''

En dat geldt zeker voor Vassilios zelf als hartstochtelijk minnaar van de natuur, die hij niet alleen in de bergen, maar ook op de vlakte ziet verkommeren. Bijvoorbeeld in de Messolongi-delta, bijna 200 kilometer zuidwaarts, waar in het voorjaar de kroeskoppelikaan en zwarte ibis broeden en tientallen andere soorten op hun trektochten neerstrijken. Maar voor hoe lang nog?

Griekenland is partij bij de Conventie van Ramsar, daterend van 1971 en genoemd naar een plaats in Iran waar destijds de ondertekenaars bijeen kwamen. Doel van dit verdrag is 'een halt toe te roepen aan de toenemende aantasting van waterrijke gebieden'', die door de betrokken landen officieel ter bescherming worden aangemeld. Maar vaak is dat slechts bescherming op papier, omdat in de praktijk de nodige maatregelen uitblijven. Ook Nederland heeft wat dat betreft een verre van brandschone reputatie, maar Griekenland maakt het nog veel doller. Alle elf Griekse wetlands die op de lijst van Ramsar staan, worden bedreigd, wat nog eens pijnlijk duidelijk werd op de wetland-conferentie van afgelopen juni in het Japanse Kushiro.

Ambtenaar

Reisgenoot Leen de Jong van het Wereldnatuurfonds Nederland, die ook de meeting in Japan bezocht, weet er lichtelijk verbijsterd van mee te praten: 'De Grieken hadden niet eens een delegatie naar Kushiro gestuurd. Op het laatste moment moest er een ambtenaar van de Griekse ambassade in Tokio komen opdraven om zijn regering te verdedigen. De arme man. Hij wist amper wat een wetland is en kreeg de volle laag van internationale verwijten over zich heen.''

Vooral Messolongi, een kruising tussen de Biesbosch en het Verdronken Land van Saeftinghe, maar dan 320 vierkante kilometer groot, is aan ernstig verval onderhevig, zoals men zelfs bij oppervlakkige waarneming kan vaststellen. Illegale jacht, vervuiling en clandestiene zomerhuisjes woekeren in een gebied dat het exclusieve domein van flora en fauna zou moeten zijn. Aan de rand liggen de patroonhulzen voor het oprapen en langs de schaarse wegen vindt men meer bierblikjes en plastic flessen dan bij een Nederlands stoplicht. Dat hier de wilde cyclame nog tot bloei weet te komen en de landschildpad voorthobbelt, mag eigenlijk een wonder heten.

En het dreigt nog erger te worden als de Acheloos bij Myrophillo wordt afgedamd om een derde van zijn water te laten aftappen voor Thessalië. WNF-man Vassilios: 'Dan raakt die gevoelige waterhuishouding, dat wankele evenwicht tussen zoet en zout, voorgoed verstoord, wat de doodsteek voor deze delta betekent.'' Leen de Jong: 'En dan nog met subsidie van de Europese Gemeenschap, dat is het treurige van de zaak. Zie hier wat er met het geld van de Europese belastingbetaler gebeurt. Een verziltende vlakte. Regionale ontwikkeling prima, maar Brussel zou ook geld voor natuurherstel moeten bieden, wat helaas nog steeds niet gebeurt.''

Of valt het misschien wel mee daar in Griekenland? Als men de autoriteiten mag geloven, heeft althans Brussel de zaak goed in de hand. 'Een bijdrage uit de structuurfondsen voor de Sykia-dam wordt pas verstrekt na een zorgvuldige analyse van alle gevolgen, ook de milieu-aspecten'', meldt Robert McKenna, 'desk-officer' voor Griekse projecten bij het directoraat-generaal regionaal beleid. Het Griekse EG-bureau in Athene maakt zelfs al gewag van 'minimale milieuschade', zoals studies zouden uitwijzen. Iets soortgelijks verkondigde Papandreou in zijn recente regeringsverklaring. Maar het lijken de geluiden te zijn van een een knarsende grammofoon. Herhaalde verzoeken om nader commentaar bij onderminister Souladakis van milieu lopen op niets uit. De man is te druk, heeft geen woordvoerder beschikbaar of kan niet uit een vergadering weg. Hij belt terug, luidt de belofte, maar we wachten tevergeefs.

Jammer, want dan zouden we hem ook kunnen vragen waarom in Messolongi wel een jachtverbod heerst, maar niet wordt nageleefd. Het zijn niet alleen de lege hulzen die van massaal knalwerk getuigen. Aan de rand van de delta vinden we een aangeschoten, vleuggellame kiekendief die geen kant meer uitkan. Vassilios neemt hem in de arm en stopt hem behoedzaam in een doos die voorheen zes literflessen ouzo bevatte. Zo gaat hij mee naar Athene, waar hem een liefderijke verpleging in huize-Vassilios wacht. Een parel van het Wereldnatuurfonds, deze Griekse campagneleider.