'Diefstal' SDU eenvoudig te bewijzen

ROTTERDAM, 6 NOV. De voormalige staatsuitgeverij SDU gebruikt voor de produktie van de girobetaalkaarten van de Nederlandse Postbank en een aantal postcheques van Europese PTT's een coderingssysteem dat zij zonder toestemming heeft overgenomen van het Amerikaanse bedrijf GSSC. Met dat bericht probeert GSSC al vier weken aandacht van de Nederlandse overheid en media te krijgen. Pogingen om de SDU met zachte dwang, of arbitrage, tot erkenning van - en vergoeding voor - haar misstap te krijgen heeft zij gestaakt.

Deze week werd bekend dat GSSC, Graphic Security Systems Corporation, de Amerikaanse handelsgezant Mickey Kantor als tussenpersoon had aangezocht voor het contact met de Nederlandse overheid. Kantor moet aandringen op een onderzoek naar de diefstal van SDU. SDU, op haar beurt, heeft tot een procedure tegen GSSC besloten maar nog geen feitelijke stappen gezet.

Inmiddels worden de Nederlandse media bestookt met faxen van het Amerikaanse advocatenkantoor DeKieffer Dibble & Horgan dat geen technisch detail schuwt maar gehandicapt wordt door het feit dat zij vanuit Washington niet kan overzien om wat voor waardepapieren het precies gaat en kennelijk niet weet dat de voormalige staatsuitgeverij, kort na het eerste contact tussen SDU en GSSC (oktober 1986), is verzelfstandigd (in 1988).

In 1986 reageerde GSSC, met veel andere, op een verzoek om aanbiedingen voor een verbetering van de Nederlandse girobetaalkaarten die, door de komst van kleurenkopieerapparatuur, steeds makkelijker vervalsbaar bleken. GSSC timmerde toen al ten minste een jaar aan de weg met het procédé 'Scrambled Indicia' om gedrukte tekst langs optische weg zo te 'verhusselen' (scrambling) dat die alleen nog met door haar te verstrekken optische apparatuur te lezen zou zijn. Werd zo'n versleutelde tekst eerst door kwaadwillenden gekopieerd, dan zou zelfs de speciale optiek er niets leesbaars van kunnen maken. Vervalsingen zouden zo snel te traceren zijn.

De essentie van de vinding van GSSC, waarvoor directeur Alfred Victor Alasia in september 1977 in Nederland octrooi aanvroeg, is bij de Octrooiraad te vinden onder nummer 177350. Alasia verscrambelt te coderen tekst langs mechanisch/optische weg. Hij gebruikt een camera (18) met een tot een spleet afgeplakte lens (20) waarvoor een spleetsluiter (42) beweegt met een spleet (44) die dwars staat op die van de lens. Bijzonder is dat het te fotograferen object (10) ook beweegt en dat er een koppeling is tussen de snelheid van object en sluiter. Bovendien is in de lichtbaan van de lens nog een extra stelsel van kleine cilindrische lensjes (34) aangebracht dat een rasterafbeelding van het object op de gevoelige film (26) werpt. De clou is dat in het hele procédé zoveel variabelen voorkomen (snelheden en afstanden) dat nabootsing niet mogelijk is. Het octrooi verloopt in 1997, maar sinds de aanvraag zijn belangrijke wijzigingen aangebracht.

Toen GSSC in 1986 offerte deed, zond zij proeven van haar kunnen mee en later versleutelde zij, op verzoek, ook allerlei tekst die de SDU opstuurde. De gecodeerde tekst werd in de vorm van films (negatieven) geleverd. Vooraf had de SDU schriftelijk een geheimhoudings- en niet-gebruiksovereenkomst gesloten. In april 1988 liet de SDU weten niet van de diensten van GSSC gebruik te maken. Ze stuurde het materiaal terug en maakte in mei het ontwerp voor de nieuwe girobetaalkaart bekend. Dat ontwerp werd, met toevoeging van het nationale logo, voor postcheques overgenomen door de PTT's van Frankrijk, Denemarken, Zwitserland, Noorwegen, Luxemburg en IJsland.

In 1992 kreeg GSSC een van die cheques onder ogen en ontdekte het eigen procede in de rechter onderhoek. Op de Nederlandse girobetaalkaart vindt men het als drie schuine vaag-lichtblauwe banen in het hoekje dat is uitgespaard voor de handtekening. De tekst in die banen wordt alleen zichtbaar met een speciaal lensje.

De pech van SDU is, volgens advocaat Donald E. deKieffer, dat GSSC, zonder dat bekend te maken, een extra code in de gescrambelde tekst aanbracht. Deze code blijkt nu ook op de Europese postcheques voor te komen, een onomstotelijk bewijs dat SDU de verstrekte 'proeven van bekwaamheid' misbruikt heeft. Dat SDU op eigen kracht een identiek code zou hebben ontwikkeld, zoals de uitgeverij volhoudt, acht men uitgesloten. De technologie van GSSC is zo gecompliceerd dat reverse engineering ondenkbaar is. SDU wordt dus niet beticht van inbreuk op het patent van GSSC, maar van schending van de non-use agreement.

SDU gaat niet inhoudelijk in op de beschuldigingen van GSSC, maar vindt het merkwaardig dat het bedrijfje in Lake Worth, Florida, dat 17 werknemers telt, niet gewoon een procedure in Den Haag begint. “De vermeende rechtsinbreuk heeft daar toch plaatsgehad.” De Nederlandse advocaat van GSSC ziet als verklaring dat Amerikanen geen al te hoge dunk hebben van de Nederlandse rechtspleging en dat GSSC terugschrikt voor de kosten.

    • Karel Knip