De nieuwe PvdA'ers: Voorwaarts en wat vergeten

Veel chagrijn is inmiddels uitgestort over de personele vernieuwing in de PvdA. De wrok kwam vooral van de afvallers, de vertrapten - de 'regenten' en 'komma-neukers' die de partij tot voor kort domineerden.

Wie komen voor hen in de plaats? Wat voor menstype gaat schuil achter de nieuwe PvdA'er?

'Ik ben rijk, ja. Dat kan tegenwoordig in de partij.'

Of: 'Het gaat mij niet om standpunten. Interessanter is: hoe kom ik tot een standpunt?'

Het was een eenvoudige gedachte. De laatste maanden kwamen vrijwel alleen de gevallenen aan het woord. Teleurgestelde PvdA'ers uit stad en land kregen ruim gelegenheid hun gal te spuwen over de personele vernieuwing die onder Felix Rottenberg wordt doorgevoerd. Het resulteerde in opwindende maar voor de hand liggende filippica's van gesneefde Kamerleden, wethouders en gewestelijk voorzitters. Ze voorspelden de PvdA een sombere toekomst. Er zou gebrek aan koers en inhoudelijke keuzes zijn. De vernieuwing zou slechts een nutteloze slachting onder het vertrouwde partijkader behelzen. Daarvoor in de plaats werden 'namaak-D66'ers' op belangrijke posities benoemd. De jammerklacht van Piet Jonker ('Het is geen vernieuwing maar vernieling''), na de verkiezingen volgend jaar ex-wethouder van Amsterdam, was deze week de laatste in een lange reeks.

Maar wie zijn eigenlijk de winnaars, de nieuwe generatie PvdA'ers - de mensen die volgend jaar, als de verkiezingen voor gemeente, provincie en Tweede Kamer achter de rug zijn, de PvdA een fris gezicht moeten geven? Rottenberg schetste hun profiel het afgelopen jaar in grove contouren. Geen apparatsjiks en kommaneukers mochten het zijn, geen stadhuistijgers. Nee, de nieuwe PvdA moest vertegenwoordigd worden door 'meedenkers, luisteraars, mediascorers, ruimdenkenden, politieke dieren en intellectuelen'', zoals een partijmedewerker onlangs in Vrij Nederland zei.

Toch toonden belangrijke vernieuwers, bijvoorbeeld de mensen die hoge ogen gooien voor een plaats in de nieuwe Tweede Kamer-fractie, in de meeste gevallen geen enkele belangstelling om hun toekomstige bijdrage aan de opgefriste PvdA toe te lichten.

Niet bekend

Adri Duivesteijn, directeur van het Rotterdamse Architectuurinstituut, koos dezelfde stijlfiguur. Evenals Joke Kniesmeyer, oud-medewerker van de Anne Frankstichting. De kandidaat-Kamerleden annex 'vernieuwers', de mensen die de PvdA vanaf volgend jaar een aanvallend imago moeten geven, vertoonden dezelfde ingetogenheid die Wim Kok op de Witsenkade zo vaak verweten wordt.

Maar onzekerheid over kansen hoeft het tonen van ambitie niet in de weg te staan. Zeker niet nu Rottenberg de hengel zo openlijk heeft uitgegooid naar onconventionele, extraverte politici. Maar ook voor de vernieuwers zelf, zo blijkt uit hun informele toelichtingen, is het maar de vraag of de andere partijleiders - lijsttrekker Kok en fractievoorzitter Wöltgens - wel op hun komst naar de landelijke politiek zitten te wachten. Het probleem zit dus dieper. Wil de partijtop de Kamerfractie wel écht opschonen?

Op lokaal en regionaal niveau is de grote schoonmaak allang begonnen. De afdelingen Amsterdam en Rotterdam kwamen er luidruchtig mee in het nieuws. Maar ook elders - van Haarlem tot Tilburg - claimen ze dat ze zich geheel en al hebben opgefrist. Daar kon met de schets van de nieuwe PvdA'ers een begin worden gemaakt.

De crypto-vernieuwer

'Ik beschouw mezelf als een vernieuwer, ja'', zegt Erwino Ouwerkerk. Zijn curriculum mag wat dat betreft gezien worden: 28 jaar, freelance journalist, jongerenwerker, ex-COC-activist, oud-voorzitter van de Jonge Socialisten, voormalig medewerker van de Amsterdamse Balie. Op de kandidatenlijst voor de raadsverkiezingen in Haarlem is hij gestegen naar de vierde plaats.

Ouwerkerk ziet de vernieuwing vooral als een stijlbreuk. Hij steunt 'Felix in alle opzichten''. De arrogante, dominante wijze van optreden moest ook in de Haarlemse PvdA verdwijnen. Het is voor 'een groot deel' gelukt. Niet omdat Rottenberg erom vroeg, maar omdat de afdeling zelf had vastgesteld dat er een andere wind moest gaan waaien. Er waren te veel mensen die 'alleen maar' een stoel bezet hielden. Hij is anders. 'Ik wil sowieso nog maar één periode in de raad blijven. Ik ben onafhankelijk. Een carrière van twintig, dertig jaar in de PvdA - daar zie ik niets in.''

Hij heeft er niettemin al een kleine vijftien jaar opzitten. Toen hij veertien was en op de MAVO zat, kwam Ouwerkerk via de belangenvereniging voor homoseksuelen COC in aanraking met de Jonge Socialisten (JS). Het bruiste er. In die tijd, begin jaren tachtig, was 'politiek nog ècht leuk''. Onderwerpen waren er genoeg. Kernbewapening, kernenergie, de 25-urige werkweek. 'Je hoefde nog niet te verdedigen dat je aan politiek deed.''

Hij woonde in het centrum van de stad, zijn huis was een soort herberg waar op alle uren van de dag mensen langs kwamen om een actie te bespreken of een pamflet te ontwikkelen. Het was een creatieve periode. De JS was groot en sterk in Haarlem, en Ouwerkerk werd haar voorzitter. 'We schreven liedjes, maakten cabaret, gingen politieke teksten rappen op straat.'' Als landelijk JS-voorzitter woonde hij partijbestuursvergaderingen met Joop den Uyl en toenmalig voorzitter Max van de Berg bij. 'Eigenlijk'', zegt hij, 'heb ik een heel conventionele loopbaan in de PvdA gehad.''

Het ging de partij halverwege de jaren tachtig electoraal voor de wind. Vooral de afwijzing over de plaatsing van kruisraketten leverde veel stemmen op. De onwrikbaarheid van dat standpunt was echter een belangrijke oorzaak voor het naar binnen gekeerde klimaat in de partij, waarop later zoveel kritiek ontstond.

'Ik heb me daar aan geërgerd maar ik beken dat ik er ook aan meegedaan heb'', zegt Ouwerkerk. 'Ik vond heldere standpunten belangrijker dan een open klimaat in de partij. En dat vind ik nu nog.'' Is hij dan wel zo'n vernieuwer? 'Misschien wel minder dan anderen hopen.'' Het komt erop neer, zegt hij, dat vernieuwing weinig zin heeft als de partij niet duidelijk is over haar bedoelingen. 'Als onze partijleider zegt dat hij de ontkoppeling 'niet meemaakt' en een paar weken later laat hij het gewoon gebeuren, dan denk ik: die man gelooft niet meer in zijn eigen opvattingen. Dat is het belangrijkste probleem van de PvdA op dit moment. We hebben leiders die niet meer staan voor het gedachtengoed van de sociaal-democratie.''

De PvdA is voor hem in de eerste plaats de partij die cultuurkritiek op het moderne leven moet hebben. De commercialisering van het maatschappelijk middenveld is hem een doorn in het oog. En het gebeurt te weinig, zegt hij, omdat ook de PvdA tegenwoordig uitgaat van 'de zogenaamde mondige burger'. Het leidt ertoe dat de sukkels van de maatschappij zich niet meer met de partij verwant voelen. 'Maar die horen er óók bij.''

Hij wil wel onderstrepen dat hij geen 'softie' is. Een spreidingsbeleid voor allochtonen vindt hij zo gek nog niet. Een werkloze academicus mag best gedwongen worden een baan in de gezondheidszorg te aanvaarden. En het is heel goed te begrijpen dat het kabinet het inkomen van studenten minder belangrijk vindt dan de bejaardenzorg. Maar hij meent ook dat de PvdA ten onrechte in het kabinet is blijven zitten: 'We hebben onszelf verloochend. We trekken nu zelfs mensen aan die onze onduidelijke koers waarderen. Mensen die PvdA-lid worden door dit kabinetsbeleid. Het is ongelofelijk, maar het gebeurt.''

De miljonair

De miljonair George Geudeker (52) is de meest opmerkelijke nieuwkomer in de Amsterdamse gemeentepolitiek, waar de trap van bovenaf is schoongeveegd: geen zittende wethouder zal volgend jaar terugkeren. Reclameman Geudeker, bedenker van ondermeer de slogan 'Even Apeldoorn bellen', verdiende een fortuin toen hij enkele jaren geleden zijn bedrijf verkocht. In zijn flat op de bovenste verdieping van het hoofdstedelijke yuppie-complex Byzantium stelt hij vast: 'Ik ben rijk, ja. Dat kan tegenwoordig in de partij.'' Niettemin werd hij aanvankelijk met scepsis begroet door het PvdA-kader. Maar de partij-afdeling ging afgelopen donderdag zonder morren akkoord met zijn verkiesbare plaats.

Hij is al sinds 1966 lid van de PvdA, vertelt hij, en was een bewonderaar van Joop den Uyl en de 'doener' Jan Schaefer. Na het vertrek van die 'kanjers' uit de politiek heeft de PvdA 'het contact met de mensen verloren''. Dat moet terug en Geudeker is onbescheiden genoeg om te denken dat hij dat voor mekaar kan krijgen. Zijn ervaring in het bedrijfsleven zal hem van dienst zijn: Hij deed marketing, reclame en algemeen management. 'Mijn vak is strategie. Ik heb op de Harvard Business School gestudeerd, ziet u, en me jarenlang beziggehouden met het positioneren van bedrijven in de markt. Dan ben je bezig met menselijk gedrag. Ik weet hoe mensen reageren op prikkels van buiten - of ze nu van een bedrijf of van een politieke partij komen.''

Hij gelooft niet in 'het geouwehoer'' dat politieke partijen door de individualisering een deel van hun natuurlijke electoraat hebben verloren. De kiezer verwacht van de PvdA nog altijd dat ze opkomt voor spreiding van kennis, macht en inkomen. 'Zo simpel is het. Maar ik ben ook voor de vernieuwing'', zegt hij. Die behelst in zijn ogen een 'herdefiniëring van ons doel''. De PvdA moet 'meer stilstaan bij vragen als: wat kost het, wat levert het op en wat is de controle?'' De bescherming van de 'sociaal zwakken'' is van groot belang, maar 'we moeten niet meer uitgaan van een naïef geloof in het goede van de mens''.

Daarbij kan de PvdA wel enige 'koopmanschappelijke slagkracht'' gebruiken. Hij zal optreden als vertegenwoordiger van de ondernemers in de hoofdstad. Ondernemers zijn volgens hem niet rechts, hij kent veel voormalige collega's die maatschappelijk geëngageerd zijn - maar dan moet de PvdA wél naar ze luisteren. 'Ik ga contacten met ze leggen. Moet je 'ns kijken wat er van de grond komt.''

De PvdA staat er beroerd voor, ook landelijk, en Geudeker denkt dat het vooral komt omdat er te weinig 'gecommuniceerd'' is. Het beleid van Kok is goed geweest, uitstekend zelfs, maar het is niet uitgelegd. 'Tachtig procent van het politieke werk is communicatie. Dat is de PvdA de laatste jaren even vergeten.'' Of dat in de komende landelijke campagne nog recht valt te breien? Geudeker zal er niet bij helpen, want een campagne met hem kan pas slagen 'als ik de regie in handen krijg''. Een goede campagne verdraagt geen compromissen, hoe graag politici die ook sluiten. 'In Amsterdam zal ik de campagne wel leiden. Onze houding moet anders worden. Er wordt in de partij te vaak geroepen: wat hebben we toch een pech, wat schrijven de kranten toch lullig over ons, wat doen de mensen toch naar over de PvdA. Nee, fout! Onze houding moet zijn: we winnen!''

De jongere

Zo blijkt dat de personele vernieuwing in de PvdA tot zeer verschillende resultaten leidt. Dat is niet het enige probleem, zegt Sharon Dijksma (22), voorzitter van de Jonge Socialisten en ook 'vernieuwer'. 'Het vervelende met de vernieuwing is dat er te easy over wordt gedaan. Bijna het volledige oude partijkader zegt nu dat men vernieuwer is. Merkwaardig verschijnsel.''

Volgens haar moet er meer 'openheid, instroom, doorstroom en uitstroom'' komen. Ook in de Tweede Kamer, waarvoor ze kandidaat is.

Hoewel haar kansen uiterst klein zijn, is ze razend enthousiast over de gedachte tot het parlement toe te treden. 'Ik wil graag, ja. En ik merk dat jongeren mij graag in de Kamer zien. Ze roepen me na op straat: ik stem op je! Ik denk omdat ze zien dat ik een eerlijke overtuiging heb.''

Dijksma werd bekend door de jongerenacties tegen de plannen van Ritzen en (toen nog) Ter Veld met de studiefinanciering en de bijstand. Ze deed van zich spreken door fluks het aftreden van Ter Veld te eisen en namens de JS alle banden met de PvdA op te schorten zolang de maatregelen niet van tafel zijn - duidelijkheid die herinnerde aan de PvdA in de oppositie.

Die duidelijkheid werd haar in de JS voor de voeten geworpen toen men daar van haar kandidatuur vernam. Hoe kan het, wilden JS-leden weten, dat de voorzitter zich aanmeldt voor een fractie waarmee de contacten zijn verbroken? Dijksma vindt het niet interessant om in de zijlijn te blijven staan. 'Jongeren moeten zich kunnen herkennen in de PvdA. De kunst van de politiek is het kiezen tussen verschillende loyaliteiten. Je moet vuile handen durven maken.''

Dijksma, sinds een jaar JS-voorzitter en even lang student bestuurskunde in Enschede, zegt dat ze 'vroeg volwassen'' werd doordat haar vader overleed toen ze tien jaar was. De familieproblemen die daarna ontstonden over het eigendom van haar vaders bedrijf, maakten haar 'strijdbaar'' en dat gevoel bleek ze vanaf haar veertiende het beste kwijt te kunnen in de JS. De PvdA is voor haar de partij die 'de mensen op hun collectieve verantwoordelijkheden aanspreekt''. Ze vindt dat Jan Pronk daar goed in slaagt. Maar in het algemeen presenteert de partij zich de laatste tijd verkeerd. PvdA-politici spreken te veel over bijstandsfraude en niet één sociaal-democraat begint nog over 'het gemak waarmee in Nederland de belasting wordt getild''. De messen worden geslepen als het om de verkeerde onderwerpen gaat. 'Buurmeijer komt niet terug in de Kamer, zegt hij, als de uitkeringen niet verder worden verlaagd. Maar als Van Traa vergeefs vecht tegen een aanscherping van het asielrecht, hoor je zo'n dreigement niet. Dat vind ik typisch verkeerd. Denken ze in Den Haag zou werkelijk dat onze achterban zich hierin herkent?''

De voorloper

Hennie van Deijck uit Tilburg wordt op het partijbureau aangemerkt als een 'representatieve vernieuwer''. De 36-jarige voorzitter van de is er niet door verrast. Haar afdeling draait goed, het is de snelst groeiende van het land. Het komt, zegt ze, omdat de vernieuwing in Tilburg al eind jaren tachtig is aangevat. 'In Amsterdam en Rotterdam werkt het als een hoge druk-ketel. Bij ons stond het pannetje al langer op het vuur.''

Na de succesvol verlopen verkiezingen van 1986, legt Van Deijck uit, werden de enthousiast aangetreden PvdA-wethouders verplicht draconische bezuinigingen door te voeren. Het zou leiden tot de ontwikkeling van het inmiddels wereldwijd toegepaste 'model-Tilburg', een extreem bedrijfsmatig georënteerd gemeentelijk apparaat waar ambtelijke diensten worden omgevormd tot units en de kantine voortaan bedrijfsrestaurant heet. Van Deijck: 'We moesten zóveel bezuinigen dat het vrijwel ondoenlijk was het contact met de samenleving te onderhouden. We konden alleen maar slecht nieuws brengen, talloze geliefde voorzieningen gingen voor de bijl - het kón niet anders. In die tijd zijn ons de ogen geopend.''

Toen in 1989 voor het eerst het nagestreefde overschot op de rekening werd bereikt - 'winst' in Tilburgs jargon -, werd het contact met de buitenwereld weer gezocht. 'Ook omdat we wisten: We kunnen de Tilbugse samenleving pas draaiende houden als we de mensen méékrijgen. Als gemeente ontbraken ons de middelen om het alleen te doen.'' De noodzaak van het 'snuiten naar buiten', zoals de nieuwe partijcultuur werd gedoopt, veranderde de Tilburgse PvdA van top tot teen, zegt Van Deijck. 'Vroeger zaten we als partij-afdeling bij elkaar en bediscussieerden we onderling onze standpunten. Nu is het: Hoe kom ik tot een standpunt? Je zoekt draagvlak voor je maatregelen.'' De volkstuinhouders, de werkgevers in de bouwnijverheid, de lokaal gevestigde Japanse firma Fuji - ze behoren stuk voor stuk tot de vaste gesprekspartners van de partij, zegt ze.

Maar de klachten van de bewoners van de plaatselijke Veestraat, die onlangs het nieuws haalden door hun aversie tegen de komst van allochtonen, waren blijkbaar niet tot de files van de Tilburgse PvdA doorgedrongen. 'We hebben uitgebreid met ze gesproken'', zegt Van Deijck, 'maar daar speelt een ander probleem: Die mensen voelen zich achtergesteld door de maatschappij. Dat heeft vooral met werkloosheid te maken. Daar kunnen ook wij weinig aan doen.'' Maar wel iets. 'Ik had toch al besloten in die wijk te gaan wonen en heb me gemeld als vrijwilliger in het buurthuis.''

Er resteert één kwestie. Een PvdA-afdeling die networkt dat het een lieve lust is en zich vooral richt op gemeentelijke efficiency, wat is daar nog typisch sociaal-democratisch aan? Ze noemt de investeringen in de 'sociale structuur van de stad''. Van Deijck citeert een PvdA-lid uit een moeilijke wijk die onderwerp is van gemeentelijke aandacht. De man zegt: 'Gelukkig zeggen de mensen bij ons in de buurt nog goedendag. We lenen spullen van elkaar en helpen elkaar. Maar waar ik me zorgen over maak, hoe houden we dat zo?'' In de raad voegde ze daar aan toe: 'Dat ligt op het bord van de politiek. Daar kunnen we via extra aandacht wat aan doen.'' Daarin, zegt ze, schuilt het wezen van de sociaal-democratie. 'Of het CDA dat ook vindt? Zou best kunnen. Maakt me niets uit.''

De oudere vernieuwer

'Ik had vroeger een eigen bedrijfje. Dan zit je toch anders in elkaar dan de meeste PvdA'ers. Ik ben opgegroeid met risico's.'' De voormalige banketbakker Lein Labruyère uit Zeeland wordt op het partijbureau aan de Witsenkade ook aangewezen als een interessante nieuwlichter. Labruyère (44), sinds vorig jaar lid van het landelijk partijbestuur en vijf jaar geleden benoemd tot burgemeester van Brouwershaven, loopt al ruim twintig jaar mee in de partij. Echter niet op de traditionele manier. 'De partijcongressen waar kennelijk al die kommaneukers rondliepen heb ik nooit meegemaakt. Die waren op zaterdag, de drukste dag in mijn bakkerij. Dan kon ik niet.''

Zijn eerste doel is 'de PvdA als vereniging'' in leven te houden. Daarvoor is hij naar het landelijk partijbestuur gehaald, vermoedt Labruyère. In Zeeland, waar hij alweer een jaar of zes gewestelijk voorzitter is, hebben ze een paar jaar geleden een enquête gehouden onder alle leden zodat ze te weten kwamen wie zich waarvoor interesseerde. Dat ging in een computerbestand. 'Nu doen we aan direct mailing'', zegt hij. 'Dat is nu eenmaal van deze tijd. Het moet allemaal one issue, hè.''

Hoe onconventioneler de activiteit, des te beter hij het vindt, want diverse afdelingen worden met de opheffen bedreigd. Laatst hield het partijcentrum op Walcheren een bijeenkomst in een sauna. 'Héél apart. Maar toch wel aardig.'' Hij klinkt cynischer dan hij is, zegt hij. 'Ik ben een heel ouderwets mens. Als grote politieke partijen geen mensen meer op de been brengen loopt de democratie gevaar.''

Daarom vindt hij het ook goed dat 'de dertigers in de partij'' in opmars zijn. Zelf was hij 22 jaar oud toen hij begin jaren zeventig in Domburg 'na een coup'' afdelingsvoorzitter werd. Zijn vader had nog gewaarschuwd. Actief worden in de politiek kost je klandizie in de bakkerij, maar risico's horen bij de politiek. 'Net zoals er soms jonge mensen opstaan die zeggen: en nu gaan we alles anders doen. Dat houdt de boel in leven.''

Dat de partij volgens haar critici in toenemende mate 'namaak D66'ers' in het zadel helpt, windt hem niet op. 'We verliezen momenteel het leeuwedeel van onze kiezers aan D66. Dan zeg ik: Als zoveel klanten naar die concurrent gaan, moet je toch eens kijken wat je van D66 kunt overnemen. Ik zit bij de PvdA omdat ik tegen grote verschillen in de samenleving ben. Ik ben geen ideoloog. Politiek is emotie. Zolang er maar een partij is die tegen te grote verschillen is, vind ik het goed. Dat hoeft voor mij niet per se de PvdA te zijn.''

De econoom

Dat hoogleraar economie Rick van der Ploeg (36) op de Witsenkade ook wordt genoemd als vertegenwoordiger van de vernieuwing, is geen verrassing. Enige tijd werd op hem ingepraat zich kandidaat te stellen voor de Tweede Kamer. Ook hij wil daar geen woord over kwijt, maar zeker is dat hij niet naar Den Haag komt. Hij zit vast aan zijn werk op het hoofdstedelijke Tinbergen Instituut.

Wel maakt hij sinds een klein jaar deel uit van het partijbestuur. Met de vernieuwing heeft de partij zich in een fabelachtig tempo aan zijn verleden ontworsteld, zegt hij. De fixatie op 'het verdelen van de koek'' is vervangen door een opstelling die rechtvaardigheid paart aan doelmatigheid. Hij werd drie jaar geleden lid toen die trend inzette. Nu constateert hij met genoegen dat een blad als het Financieel Economisch Magazine recent op het omslag verkondigde: 'Laat Kok zijn karwei afmaken.'

De PvdA heeft gelukkig ontdekt dat de vrije markt haar bondgenoot is. Hoe meer internationale vrijhandel, des te groter de kans dat verschillen in welvaart in de wereld verkleinen. Hoe meer marktwerking in het milieubeleid, des te beter zal 't het milieu vergaan. Hoe minder kartels in de nationale economie, des te groter de kans dat onderlinge solidariteit in Nederland kan worden betaald. Hoe meer concurrentie voor kandidatenlijsten, des te hoger de prestaties van de volksvertegenwoordigers. Zulke denkbeelden, zegt hij, waren vier jaar geleden nog ondenkbaar.

Programmatisch ziet hij weinig verschil tussen PvdA en D66. Waarom hij zich dan niet bij die laatste partij heeft aangesloten, kan hij niet spontaan uitleggen. 'Het was meer een gevoel, denk ik. De PvdA was een underdog - dat vond ik waarschijnlijk mooier.'' In D66 kom je te weinig gewone mensen tegen, zegt hij, het zijn allemaal yuppen. Hoewel hij dat 'zelf ook is'', vindt Van der Ploeg dat 'voor een politieke partij te mager''. In de PvdA heb je bovendien veel meer 'interessante types''. Neem de belangrijke economen. Bomhoff, Wolfson, Halberstadt, De Kam, Van der Ploeg: allemaal PvdA-lid. 'Wie heeft D66? Niemand. En het CDA? Alleen Kolnaar, voorzover die van belang is.'' Hetzelfde geldt voor milieu-experts, sociologen, jongeren. 'Geen enkele partij brengt zoveel leuke, intrigerende mensen op de been. Dat is de lol die ik eraan beleef.''

Dat ons tochtje langs 'vernieuwende' PvdA'ers uiteenlopende percepties van 'het proces' opleverde, verbaast hem niet. Als je Rottenberg, Wöltgens en Kok naast elkaar ziet zitten, zegt hij, weet je in feite al genoeg. 'Die superdegelijke Kok, de relativerende Thijs, en dan Felix - de jonge hond die door de beleefde cirkels heenbreekt. Eigenlijk vind ik het alleen al komisch dat Felix en Kok met elkaar kunnen práten.''