Crash stoot door

We gaan verder met de Meesterklasse, die inmiddels tot op tweederde is gevorderd. Nog anderhalve speeldag en we weten welke twee viertallen elkaar ontmoeten in de play-off op 12 december. Deze finale wordt gespeeld over 54 spellen, wat weinig is voor een strijd om het landskampioenschap. Zeker gezien de carry-over die kan oplopen tot maximaal 30 wedstrijdpunten, die het hoogst eindigende team uit de reguliere competitie mag meenemen. Bridge is een spel van de lange adem, van de grote getallen. Leuk scoren op een paar spellen bewijst nimmer dat je de beste bent. Zoals het nu geregeld is, bestaat een te grote kans dat de titel beslist wordt op drie of vier spellen. Bovendien: gaat een team de finale in met een grote carry-over, dan heeft het al bijna een onoverbrugbare voorsprong.

De stand op dit moment heeft een verrassend aanzien. Het Leidse Crash (Roel Piket, Bas de Bruyn, Ed Hoogenkamp en Louk Verhees jr.), debuterend op dit niveau, heeft resoluut de koppositie overgenomen van de roemruchte Continental Club uit Amsterdam. De terugval van de Club is voornamelijk te verklaren uit het niet meespelen van de wereldkampioenen Jansen en Westerhof tijdens de laatste zes wedstrijden. Continental staat nog wel tweede, maar voelt de hete adem van Hok 1 en het met vier wereldkampioenen opererende Modalfa in de nek. Als op basis van de huidige stand een finale gespeeld moest worden, kan Crash tegen Continental nu al profiteren van de volledige carry-over van 30 imps.

Hoogenkamp-Verhees is een paar dat al heel wat toernooi-overwinningen op zijn naam heeft staan. Het duo staat bekend om zijn uiterst agressieve biedopvattingen. Tegenstanders worden, waar het maar even kan, bestookt met flinterdunne volg- en preëmptieve biedingen. Zoiets kan je je alleen maar veroorloven als je speeltechniek onberispelijk is en je biedsysteem hecht doortimmerd, zodat ook het constructieve bieden verzorgd blijft. Van dat laatste een fraai staaltje uit de sleutelwedstrijd tegen Continental:

West geverNoord

Niemand kw.ß7 H6

ß6 9852

ß5 A76

ß4 H964

WestOost

ß7 9ß7 A107542

ß6 AHVB64ß6 3

ß5 HVB104ß5 85

ß4 5ß4 AVB

Zuid

ß7 VB83

ß6 107

ß5 932

ß4 10832

OW maken 6ß6 waarin alleen ß5A wordt afgestaan. Het bereiken van dit klein slem met slechts 26 punten samen zal slechts weinig partnerships zijn gegeven. Ed Hoogenkamp en Louk Verhees legden vlekkeloos dit biedverloop op de mat:

West Noord Oost Zuid

Verhees Hoogenkmap

2ß4 1) pas 2ß5 2) pas

2ß6 3) pas 2ß7 4) pas

3ß5 pas 3ß7 pas

4ß4 5) pas 6ß4 6) pas

6ß6 pas pas pas

1) sterk en forcing, 2) vraagt nadere omschrijving, 3) semi-forcing in harten of mancheforcing in harten met een andere kleur, 4) 'second negative' of echt, maar dan minder dan twee tophonneurs in schoppen, 5) algemeen cuebid of echt, 6) voorstel om te spelen indien 4ß4 echt was en blijkbaar voldoende waarden voor slem.

Aan de andere tafel deden Van Oppen-Rebattu het ook niet zo gek door in het nauwelijks mindere 6ß5 aan te landen: 980 (6ß6) - 920 (6ß5) leverde Crash zes imps op. In totaal zaten zes van de tien Meesterklasse paren in klein slem.

Dan een interessante hand uit de wedstrijd tussen Continental en Hok 2. (het spel is een halve slag gedraaid)

Zuid geverNoord

NZ kw.ß7 A63

ß6 1062

ß5 A42

ß4 B753

WestOost

ß7 7ß7 HV98542

ß6 VB9874ß6 53

ß5 V1095ß5 873

ß4 H6ß4 10

Zuid

ß7 B10

ß6 AH

ß5 HB6

ß4 AV9842

In de gesloten kamer zat Gert-Jan Paulissen van Hok zuid. Toen hij oost 3ß7 hoorde openen had hij een biedprobleem, dat hij praktisch oploste. Hij gokte op een schoppenstop bij zijn partner en bood onvervaard 3SA. Met het gegeven zitsel maakte hij simpel vijf klaveren, twee ruiten, twee harten en ß7A: tien slagen.

Open reikten Van Oppen-Rebattu in NZ tot 5ß4. Ook daar had oost met 3ß7 geopend. Carol van Oppen kreeg ß77 uit die hij nam met het aas in dummy. Hij vervolgde met ß4A en klaver na voor west, die ß6V naspeelde. Van Oppen sloeg ß6A-H, stak naar tafel over met ß5A, speelde ß610 voor en gooide elegant zijn schoppenverliezer uit de hand weg. West nam met ß6B en moest of in de ruitenvork spelen of in de dubbelrenonce. Zo vermeed Van Oppen het verlies van een ruiten. De speelwijze van Van Oppen oogt fraai, maar is omdat ß6V-B per se in west dienen te zitten, niet waterdicht. Er is een beter alternatief. Na ß7A en ß4A, speelt de leider in slag drie eerst ß6A-H, steekt dan weer over met ß5A en speelt ß610. Indien oost deze kaart met een honneur dekt, troeft zuid en speelt hij klaveren na voor west, die ingegooid zit. Dekt oost niet, zoals hier, dan gaat de schoppenverliezer weg uit zuid en is hetzelfde eindspel bereikt. Ook al zou in dat laatste geval ß4H in oost zitten, dan is het contract nog steeds gemaakt.

Vorige keer zijn helaas wat kaarttekens in de tekst weggevallen, daarvoor excuses. Gelukkig stonden ze wel in de diagrammen, zodat de spellen nog redelijk te volgen waren.