Asielcentrum Garden View

In een zonnig paasweekend wordt Nederland al gauw door een klein miljoen buitenlanders overstroomd. Tot grote vreugde van de horecasector en de bollenhandel. Komt u binnen, rijdt u verder en wat mag het geweest zijn, zo worden zij hartelijk vanaf de grens naar een verwarmd hotelterras in Zandvoort begeleid. Dat gaat al jaren goed en niemand klaagt.

Maar nu minister d'Ancona ervoor moet zorgen dat zegge en schrijve 1000 buitenlanders in een week tijd een fatsoenlijk onderkomen wordt aangeboden is er sprake van een 'onoplosbaar probleem', en kijken alle politici elkaar zorgelijk aan. Een enkeling haalt zijn oude bungalowtent van zolder, maar verder weet niemand iets te bedenken.

Zelden heeft de Nederlandse politiek zichzelf zo'n beschamend brevet van onvermogen gegeven. Want, laten we eerlijk zijn, in een land met tientallen HBO-opleidingen voor Toerisme en Tijdverdrijf, met een recorddichtheid van VVV-kantoren, met een Veluwe vol leegstaande bungalowparken, kazernes en kerken moet zo'n opdracht toch een fluitje van een cent zijn. En als de financiering een probleem is kan men juist op dit terrein de sponsorkraan opendraaien. 'Deze hotelkamer wordt u geheel belangeloos ter beschikking gesteld door Hollandia-Kloos.' Of door basisschool De Zonnewijzer in Haarlem, parochiegemeente Sint Jozef in Hillegersberg, de firma Benetton of gewoon door de familie Van der Valk zelf. Maar nee hoor, daar komt men niet op en waar al dat gebrek aan bestuurlijke verbeelding toe leidt is een opvangbeleid dat achter de feiten aansjokt, weifelachtig is en bovenal ongastvrij. Ongastvrij in de gewone betekenis van: anderen laten merken dat ze niet welkom zijn. Ontmoediging heet dat in officiële regeringstaal, een laffere term is nog niet verzonnen.

Een kleine case-study kan dit verduidelijken.

Het treurigste hotel van de randstad is Hotel Garden View, gelegen aan de Ringvaart in de zuid-oost hoek van de Haarlemmermeer. Het leidt een tobberig bestaan in de benzinedampen van de langsrazende A-4 en onder het kerosinegordijn van een drukke aanvliegroute van Schiphol. De eens zo optimistisch neergezette betonkolos (150 kamers) bleek al gauw een miskleun. Het stond midden tussen de bloemen- en marihuanakassen die de hele nacht doorkweekten en met hun felle licht de hotelgasten uit hun slaap hielden. Steeds meer van hen zagen zich hierdoor gedwongen hun arrangement in Garden View voortijdig te beëindigen. Het hotel verkeerde in grote moeilijkheden toen WVC deze zomer voorstelde een deel van de accommodatie als Asielzoekerscentrum te leasen. De overeenkomst was snel getekend: voor 15 gulden per persoon, met vier man op een kamer, zou Garden View de asielzoekers 'bed en brood' aanbieden. WVC zou zorgen voor de verdere begeleidig. Tweederde van de kamers werd zo verhuurd. En sinds augustus hangt er in het restaurant dan ook een zwaar rieten gordijn: aan de voorkant kan men keurig met zijn zakenrelaties à la carte dineren, aan de achterkant wordt klokslag zes een waterige mensamaaltijd uitgeserveerd, waarbij naar keuze melk (Europa) of water (de rest) gedronken kan worden. Aangezien de asielzoekers slechts twintig gulden zakgeld per week ontvangen ziet men ze zelden of nooit aan de voorkant.

Deze vorm van apartheid wordt door het hotelmanagement ook gestimuleerd want de gewone nering mag zo weinig mogelijk schade ondervinden van de bijverdiensten. Hoe vindingrijk de handelsgeest daarin kan zijn bleek toen er een autochtoon huwelijksfeest in het hotel gevierd moest worden. Het contract daarvoor was al in het voorjaar gesloten, lang voordat er sprake was van een inpandig asielzoekerscentrum. Omdat het hotel zijn naam als partycentrum toch zoveel mogelijk wilde behouden besloot het management in overleg met WVC het feest gewoon door te laten gaan, maar de asielzoekers die dag uit het hotel te weren. Zij kregen een boottocht aangeboden. Met uitgebreid buffet aan boord, want de bedoeling was dat men pas laat in de avond weer mocht terugkeren.

Ruim voor de eerste bruiloftsgasten die middag zouden arriveren werden de vierhonderd vluchtelingen meegenomen naar de Ringvaart waarin drie rondvaartboten lagen afgemeerd, beladen met inheemse lekkernijen. Groot was de opwinding toen men voor het eerst sinds de aankomst op Schiphol met eigen ogen de Hollandse welvaart op tafel zag staan: een geheimzinnige reeks mayonaisecreaties, dode vissoorten, en gemalen-vlees vormpjes, speels onderbroken met schalen natte, groene bladeren, flessen wijn en vaasjes bloemen. Na wekenlang aardappelpuré met doperwten was hier eindelijk sprake van een echt welkomstmaal.

In een mum van tijd, nog voordat de trossen losgegooid konden worden, was het lopend buffet met de asielzoekers mee teruggerend naar de hotelkamer, waar in alle rust en veiligheid van de heerlijkheden genoten werd.

Want een echte vluchteling weet natuurlijk dat je nooit op uitnodiging van de autoriteiten aan een reis met onbekende bestemming moet beginnen. En zeker niet aan een bootreis door een land met dreigende rietkragen en donkere luchten. Dan maar liever in de benzine- en kerosinewalm als eeuwige bermtoerist in Garden View, wachtend op een contactambtenaar.