Wel of niet verliefd

Simone Klages, Mijn vriend Emiel. Vert. Ingeborg Lesener. Uitg. Jenny de Jonge. ƒ 24,75. Vanaf 10 jaar.

Martha Heesen, Het plan-Stoffel. Uitg. Querido. ƒ 22,90. Vanaf 10 jaar.

In menig meisjesboek verloopt de Eerste Kennismaking stroef. Ook Katja, de ik-figuur in het debuut van de Duitse schrijfster Simone Klages, is aanvankelijk allesbehalve gecharmeerd van haar nieuwe klasgenoot: wat een uitslover! Dat blijkt, zoals verwacht, al gauw een misvatting, maar anders dan in het geijkte liefdesverhaal wijkt de mannelijke held in Mijn vriend Emiel nogal af van de klassieke: hij is namelijk dik. En verder loopt het verhaal ook niet zoals Leni Saris dat gewild had: we komen er niet achter of Katja nu wel of niet verliefd is op haar vriendje. In ieder geval begrijpt ze niets van de liefdessignalen die Emiel op zijn geheel eigen wijze uitzendt, terwijl daar voor de lezer geen twijfel over kan bestaan.

Katja worstelt met de bekende onzekerheden, ze voelt zich onbegrepen door haar ouders, op school wil het allemaal ook niet zo best en ze begrijpt niet wat Emiel nu zo leuk aan haar vindt. Emiel op zijn beurt zit opgescheept met een vreselijke moeder die behalve sterk anti-man ook griezelig netjes is, en die zijn klasgenoten stuk voor stuk afkeurt zodat er niemand overblijft met wie hij mag omgaan. Maar sinds ze elkaar hebben wordt het allemaal een stuk makkelijker: er schemert er voortdurend optimisme door Katja's lichtelijk verongelijkte toontje. Daarom is Mijn vriend Emiel niet alleen een puberboek maar ook en vooral een ode aan de vriendschap: het gaat over een vriendschap-door-dik-en-dun waar geen moeder een eind aan kan maken.

Daarnaast is het ook nog een soort schelmenverhaal, want er wordt niet alleen veel lief en leed gedeeld, er worden ook streken uitgehaald. Maar steeds is het de vriendschap die Katja en Emiel drijft. Ze gaan zelfs zo ver dat ze, op een nogal klunzige manier overigens, een oude, zure buurvrouw chanteren om aan geld te komen. Met dat geld willen ze een contactadvertentie bekostigen waarmee ze Emiels moeder opnieuw aan de man hopen te brengen. Want als ze weer een man heeft wordt ze vast veel aardiger en dan zal ze haar zoon ook niet meer verbieden met Katja om te gaan.

Het is een mooie, intense vriendschap die Klages bij monde van vertelster Katja gestalte geeft, en het verhaal waarin zij die verpakt is niet opzienbarend maar wel smakelijk en geestig verteld. Dat komt niet in de laatste plaats door de illustraties, van Klages zelf, die wezenlijk deel uitmaken van het verhaal - net zoals bij voorbeeld bij Joke van Leeuwen - en er vaak zelfs iets aan toevoegen. 'Emiels moeder zou vast nooit een kind optillen dat net een negerzoen ophad' oordeelt Katja, en in een tekeningetje wordt die gedachte flink opgeblazen: we zien een vrouw die vol afkeer, met gestrekte armen een feestelijk besmeurde kleuter voor zich uit torst.

Nog een debuut, maar dan van eigen bodem, is Het plan-Stoffel van Martha Heesen. Het is een verhaal met allerlei ouderwets-romantische ingrediënten: een oud, geheimzinnig huis waar iedereen in- en uitloopt, waar veel en lekker gegeten wordt en waar een uiterst wonderlijke huisknecht rondloopt met een schimmig Indisch verleden. De twaalfjarige Stoffel is zo gefascineerd door deze Hendrik Bontje dat hij er langzamerhand van overtuigd raakt dat de man in handen is gevallen van een bende misdadigers. Zodoende beraamt hij een nogal onhandig plan om Hendrik Bontje uit de klauwen van deze schurken te redden.

Heesen slaagt er niet in haar verhaal zo subtiel te vertellen dat we met Stoffel mee gaan zitten twijfelen en speculeren. In plaats van in de huid van Stoffel te kruipen beschrijft ze hem als een geval, als een geïsoleerde, wat dromerige jongen wiens fantasie flink op hol is geslagen. De criminele bende die de jongen achter een braaf biljartclubje vermoedt bestaat natuurlijk helemaal niet, dat zie je al lang voor de ontknoping aankomen. Maar aan de andere kant blijven we na afloop mèt Stoffel met een paar raadsels zitten: waarom de huisknecht uiteindelijk toch vertrekt, en waar Stoffels tante opeens het geld vandaan heeft om de kelder van het oude huis te laten opknappen.

Voor een avonturenverhaal wordt er in dit boek te weinig opgelost en voor een kinderboek is het te veel een typisch door een volwassene geschreven karakterstudie van een fantasierijk kind geworden. Maar daar staat tegenover dat Heesen heel kleurrijk kan vertellen: de sfeer die zij oproept in en rond dat oude huis met die rare huisknecht spreekt zonder meer tot de verbeelding.

    • Caroline Zilverberg