Vrijdag 5; Seizoenen

Wat hebben The Canadian Brass, James Galway, I Musici, de Berliner Philharmoniker, La Petite Bande, The Academy of St. Martin in the Fields, de Capella Istropolitana Bratislava, het Amsterdams Gitaartrio, I Virtuosi di Roma en The Taverner Players gemeen? Weinig, behalve dat ze - net als tientallen anderen - een opname maakten van Le Quattro Stagioni van Antonio Vivaldi, of van een bewerking ervan. De jaargetijden volgens Vivaldi is misschien wel de meest opgenomen compositie uit de geschiedenis van de muziek. Om ze allemaal achter elkaar te beluisteren zou je zeker drie tot vier etmalen, zonder pauze, nodig hebben. Wat moeten we toch met al die lentes, zomers, herfsten en winters in uitvoeringen die slechts bestaan bij de gratie van een onverzadigbaar publiek en die nauwelijks van elkaar zijn te onderscheiden?

Jarenlang was Vivaldi een muzikaal synoniem voor Italië, voor het zonovergoten geluid van I Musici, voor die weelderige strijkersklanken waarin nooit een vuiltje aan de lucht was. Maar wie voortdurend zoete taartjes eet, heeft na een tijdje wel eens zin in iets hartigs. Muzikanten gingen hun best doen om het verdwenen geluid van de achttiende eeuw te reconstrueren en lieten overtuigend horen hoe verfrissend hun ideeën waren. Terwijl de rest van de wereld echter werd veroverd door wat we met een heel verkeerd woord 'authentiek' en met iets minder verkeerde woorden 'historische uitvoeringspraktijk' zijn gaan noemen, leek het land van Vivaldi zelf doof voor iedere aantasting van zijn fraai gepolijste glinstertonen. Uiteindelijk verloren de Musici en Virtuosi hun glans en vanuit Italië werd het steeds stiller.

Vorige week kwam ik de zoveelste Stagioni tegen van een Italiaans gezelschap, L'Europa Galante onder leiding van Fabio Biondi (label: Opus 111, ops 56-9120). Met enige weerzin begon ik te luisteren. Maar al na de eerste tonen was ik om. Zulke seizoenen heb ik niet eerder gehoord. De overheersende kleur is eerder die van de herfst, donker en warm. De schildering is perfect. De bliksemflitsen en donderslagen striemen door het ensemble en de drukkende, zomerse hitte brandt van de snaren. Maar het mooist is misschien wel het eerste deel van de winter. Nooit geweten dat geluid kon bevriezen.

    • Paul Luttikhuis