Van Emmerik

Gerard van Emmerik: Iets scherps, een priem. Uitg. Veen. 126 blz. Prijs: ƒ 24,90.

Gerard van Emmerik liet zich voor alle acht verhalen in zijn debuut, Iets scherps, een priem, inspireren door de verhouding tussen meester en knecht. Of het nu om een aidspatiënt, een buddy, een huisvrouw of een vermeende winkeldief gaat, steevast laat hij of zij zich ringeloren door partner, beschermeling, echtgenoot of bewaker. “Ik heb nog vijftien, hooguit twintig jaar voor de boeg,” zo peinst een 58-jarige man die door zijn vriend gedwongen is tot een verhuizing naar het zompige platteland. “Ik ben verslingerd aan een proleet die mij afranselt.” Gelukkig voorzag Van Emmerik zijn onderliggende verhaalfiguren niet alleen van een slaafse, masochistische instelling. Zijn laconiek getoonzette verhalen zijn aantrekkelijk omdat de knechten, bijna onbewust, ook zinnen op middelen om terug te slaan. De vriend van de proleet verandert sluipenderwijs van knecht in meester. De huisvrouw brengt af en toe geniepige krassen aan op de BMW van haar echtgenoot. En een enkeling lijkt ook werkelijk plezier te beleven aan zijn passieve levenshouding. Een beller van 06-nummers laat zich door een marinier ontbieden op een vuilstortplaats en, na uren van opgewonden wachten, weer onverrichterzake wegsturen. “De fietstochtjes na afloop zijn het prettigst”, stelt hij tevreden vast. “Ik neurie de hele rit. Een weergaloze nacht is het, de regen is opgehouden, de springbalsemien langs het Jaagpad geurt naar herfst. Alles is naar wens verlopen: mijn hoofd is niet met een knuppel bewerkt, mijn afspraakje deed zijn belofte gestand.”

    • Janet Luis