Schoenpoets

Het schoenpoetsertje steekt fluitend de straat over. Hij draagt zijn kistje nonchalant over de schouder, alsof het een sporttas is en niet zijn hele winkeltje. Ik ben even bang dat hij mij als klant wil. De hele dag komen ze in Turkije vragen of ze je schoenen mogen poetsen. Maar deze jongen loopt voorbij en gaat enkele meters verder op de stoeprand zitten.

Steels observeer ik het ventje. Hij heeft gaten in zijn kleren en is in maanden niet naar de kapper geweest. Ondanks deze armoede kijkt hij onbekommerd de wereld in. “Als het moet, dan poets ik wel een schoen,” lijkt hij te denken. “Maar eigenlijk vind ik dat een rare gewoonte. Ze worden toch weer vies.”

Hij heeft mij ook op zitten nemen. “Germany?” vraagt hij. “No, Holland,” zeg ik. “Ah, van Baste, Rijkaar, Koelit,” ratelt hij en meteen daarna: “You have dutch money? I collect.” Ik gebaar dat ik geen Nederlands geld op zak heb. “No, problem,” antwoordt hij vrolijk. Na een korte pauze, waarin we samen naar het toeterende verkeer kijken, zegt hij: “Ich spreche Deutsch. I speak many language. Je vais l'école. Yes, school! And I play football.” In zijn mengelmoes van talen vertelt hij over school en zijn familie. “My name is Beni. Come, I polish your shoes.” Hij pakt zijn kistje en gaat voor me zitten. “No, thank you,” weer ik hem af, “is suède.” Ik wijs op de bestofte vakantiestappers. “Oui, ja.” Dat heeft hij ook wel gezien. “Good polish for suède. You pay what you want.”

Ik zet mijn voet op het kistje.

Terwijl Beni geroutineerd veegt en wrijft, vis ik alle Turkse munten uit mijn tas die ik nog over heb van de reis. Ik ben toch op weg naar huis.

“Fifty thousand, please” zegt Beni opgetogen. Vijftigduizend Turkse lires? Ik kijk naar mijn schoenen. Ze zijn dik ingesmeerd met gewone schoenpoets. Ze glanzen als nooit tevoren. “Schön, bon, mooi,” zegt Beni stralend. “Het is afschuwelijk,” zeg ik in het Nederlands. “Is little money,” zegt Beni, nog steeds lachend. “No, good,” zeg ik. Beni's mond lacht nog, maar zijn ogen staan kil. “Fifty thousand,” zegt hij. Ik geef hem de munten. Beni stopt ze ongeteld in zijn broekzak en loopt weg. Verward staar ik naar mijn verpeste schoenen. Ik ben kwaad, ik voel me verraden. Maar tegelijkertijd hoor ik een stemmetje dat zegt dat het mijn eigen schuld is. Dat ik een hele domme toerist ben.

“Shoe polish, madame?” hoor ik naast me. De jongen is niet onder de indruk van mijn woedende blik. Fluitend steekt hij de straat over, Beni achterna.