Schijnbewegingen overheersen vernieuwingsdebat

DEN HAAG, 5 NOV. De eerste ochtend van het debat over de staatkundige vernieuwing, afgelopen woensdag, zat hij er nog bij. D66-voorman Van Mierlo was als de enige fractievoorzitter aanwezig. Hij zat erbij en keek ernaar. Van Mierlo is immers de initiator van de debattencyclus deze week en de komende weken in de Tweede Kamer over staatkundige vernieuwingen die D66 nu al bijna dertig jaar nastreeft met als pièce de resistance bijvoorbeeld invoering van de gekozen minister-president of van het referendum. De woordvoering liet Van Mierlo afgelopen week over aan fractiegenoot Scheltema-De Nie. Voor een televisie-camera verklaarde hij woensdag opgewekt dat het “heel goed gaat”. Toch blijft het gissen of hij dit bedoelde toen hij in 1989 de andere fracties vroeg zich te bezinnen op de roemruchte kloof tussen kiezers en gekozen.

Sindsdien kwam naar goed Haags gebruik “een proces” op gang. De Kamervoorzitter zelf werd voorzitter van een commissie Vraagpunten. Twee interne commissie en vier externe commissies onder aanvoering van de oud-bewindslieden Wiegel, De Koning en Van Thijn en van de gerenommeerde staatsrechtsgeleerde Scheltema bogen zich over verschillende deelonderwerpen. Zij scheidden daarover in de eerste helft van dit jaar rapportages af. Deze week ging het om de organisatie van de Centrale Overheid. Volgende week gaat het over decentralisatie, in de eerste week van december komt de relatie tussen kiezer en gekozene aan bod, waarna de leden van de commissie Deetman weer een week later een afrondend debat houden.

De inbreng van Van Mierlo deze week beperkte zich voornamelijk tot lichaamstaal: zittend in zijn blauwe zetel met de schouders hoog opgetrokken. Af en toe rondscharrelend met stramme, wankele passen. Het debat was naar aard en structuur het tegendeel van doel wat ermee bereikt moet worden. In de woorden van minister-president Lubbers: de kloof kan alleen overbrugd worden als het politiek proces “eerlijk, helder, duidelijk, krachtig en tijdig” is.

Het Kamerlid Mateman (CDA) typeerde het debat als “een stilleven van een toch wel ingewikkelde vorm van staatsinrichting”. Want Deetman, “de man wiens naam verbonden is aan al dit soort wijzigingsoperaties”, zat niet achter de regeringstafel, net zo min als initiatiefnemer Van Mierlo. Daar zat wel Lubbers, maar niet om een regeringsvoorstel te verdedigen. Hij zat daar als adviseur van de Kamer en zoals Mateman het noemde “een heel klein beetje als rechter in eigen zaak”. Immers een van de “vraagpunten” betreft de rol van de premier in het staatsbestel. Om het nog wat complexer te maken “voor de mensen op de tribune”, besprak het Kamerlid Scheltema-De Nie het rapport van haar echtgenoot en waren “de leden van de commissie Vraagpunten die ons dit alles aandoen” niet aanwezig. Mateman: “Die commissie zal over drie weken uiteenvallen tijdens een onderlinge discussie over precies dezelfde onderwerpen die vandaag aan de orde zijn.”

En zo lieten de afgevaardigden van de verschillende partijen het licht schijnen over thema's als de ministeriële verantwoordelijkheid, het contact tussen Kamerleden en ambtenaren, de status van convenanten tussen ministers en lagere overheden of organisaties uit het maatschappelijke middenveld, de coördinatie van het rijksbeleid, het kernkabinet en de kerndepartementen, de algemene bestuursdienst, en een “agenderingsbevoegheid” van de minister president.

Lubbers zelf trok zijn sokken nog eens op en liet doorschemeren weinig heil te verwachten van alle discussies. Het dichten van de kloof heeft volgens de premier meer te maken met “cultuur dan met structuur”. Naar zijn smaak ligt de oorzaak van veel frustraties bij de burger eenvoudig in het feit dat de politiek vaak meer belooft dan zij kan waarmaken. Dat was overigens ook ongeveer het moment waarop Van Mierlo gistermiddag de vergadering verliet.

Als een ding scherp werd aangetoond in het debat is dat de tragiek van D66, de partij die het eeuwige odium van besluiteloosheid en vaagheid aankleeft. Of zoals D66-erfvijand Wiebenga (VVD) het weer eens zei: “In uw partij is het niet de gewoonte dat de Kamerfractie heldere keuzes maakt.” Toen Scheltema-De Nie vervolgens de vrij heldere gedachte opperde om een kernkabinet te vormen met krachtige ministers die ongehinderd door het departementale bedrijfsbelang regeren, wees Wiebenga deze “Amerikanisering van ons politieke bestel” terstond van de hand.

De concrete resultaten van de gedachtenwisseling afgelopen week bleven beperkt: gistermiddag werden twee door de gehele Kamer ondertekende moties ingediend. In de ene wordt de ministeriële verantwoordelijkheid voor verzelfstandigde onderdelen van departementen vastgelegd. De andere roept het kabinet te komen met een “stappenplan” waarin wordt aangegeven wanneer welke departementsonderdelen worden verzelfstandigd. Tussen de bedrijven door bleek ook de relativiteit van alle parlementaire schijnbewegingen. Geheel in lijn met de rapporten van de verschillende adviescommissies spraken alle fracties zich vroom uit tegen een grootscheepse reshuffling van departementen. Tegelijkertijd lieten woordvoerders van CDA en PvdA er geen misverstand over bestaan dat niets onmogelijk is tijdens het vrijworstelen gedurende de formatie-periode.

    • Frank Vermeulen