'Schaf fiscale aftrekbaarheid pensioenpremie af'

DEN HAAG, 5 NOV. De 'beleidsprofessor' was ingehuurd als “beroepsprovocateur”, zoals hij zelf zei. En dat is gelukt. “Het is opmerkelijk dat tot op heden vanuit de sfeer van de aanvullende pensioenen niets wordt bijgedragen aan de financiering van de AOW”, zei prof. drs. G. Zalm, directeur van het Centraal Planbureau, op een congres van de ondernemingspensioenfondsen. En juist deze fondsen zijn verantwoordlijk voor de aanvullende pensioenen.

Om te 'provoceren' pleitte Zalm voor het afschaffen van de fiscale aftrekbaarheid van de pensioenpremies. Hij wees op de fiscale discriminatie tussen individuele besparingen via een bank en sparen via een pensioenfonds of verzekeringsmaatschappij. Pensioenpremies zijn volledig aftrekbaar, maar de inleg bij 'klassiek' sparen voor de oude dag is niet aftrekbaar.

De CPB-directeur toonde zich bezorgd over de financierbaarheid van de AOW. De Nederlandse samenleving ontgroent en vergrijst; er komen relatief minder jongeren en meer ouderen. Na 2010 komt de vergrijzing van de bevolking goed op gang; de voorhoede van de na-oorlogse geboortengolf wordt dan 65 jaar. Tussen 2010 en 2030 verdubbelt het aantal bejaarden, terwijl het aantal werkenden gelijk blijft. Hierdoor stijgt de druk op de actieven, die de AOW opbrengen. De AOW-premies gaan namelijk niet in een spaarpot, maar de premie-opbrengst wordt direct uitgekeerd.

De AOW is volgens Zalm een “doelmatige basisvoorziening, op één punt na”. De CPB-directeur vindt dat alle belastingbetalers moeten bijdragen aan de financiering “ook die ouder zijn dan 65 jaar”. Op dit moment geldt voor 65-plussers een apart tarief van 20,3 procent in de eerste schijf van de inkomstenbelasting (normaal 38,4 procent) want ze betalen geen AOW-premie.

Ook de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) pleitte begin dit jaar voor afschaffing van het speciale lage bejaardentarief. De WRR wil voorts dat bejaarden ook AOW-premie betalen over inkomsten die zij genieten naast hun AOW-uitkering, zoals bijvoorbeeld aanvullende pensioenen. “Het kabinet acht het echter nog niet de tijd AOW-premie te gaan heffen over het inkomen van ouderen”, was de reactie op het WRR-rapport 'Ouderen voor ouderen'.

Als het aparte 65-plus-tarief wordt afgeschaft, kan dit een gunstig effect hebben op de werkgelegenheid. Als compensatie kan de AOW-premie voor werkenden namelijk worden verlaagd; de loonkosten worden minder en goedkopere arbeid levert in de CPB-modellen meer banen op. Met andere woorden: de arbeidsparticipatie neemt toe en dat is het sleutelwoord in de discussie over de betaalbaarheid van de AOW. Door de ontgroening en vergrijzing ontstaat een 'dubbel financieringsprobleem'. Het aantal AOW-uitkeringen neemt toe en het aantal premiebetalers neemt af.

In het WRR-rapport wordt een pleidooi gehouden om de pensioengerechtigde leeftijd te verhogen. Zalm vindt dat een uiterste maatregel en wil eerst een groter deel van de potentiële beroepsbevolking aan de slag krijgen. In de Tweede Kamer wijzen de politieke partijen een verhoging van de AOW-leeftijd niet af. In een reactie op het WRR-rapport schrijft het kabinet Lubbers-Kok dat ouderen er rekening mee moeten houden dat ze in de toekomst langer zullen moeten blijven werken.

De gemiddelde leeftijd waarop mensen feitelijk met pensioen gaan, is in Nederland 60,4 jaar. Nederland behoort met België, Luxemburg en Frankrijk tot de landen met de laagste feitelijke pensioenleeftijd. In de EG is de gemiddelde pensioenleeftijd in de periode 1950-1980 gedaald van 64,3 naar 61,8. Dat is dus bijna één jaar per decennium, voor de komende periode wordt een omgekeerde trend verwacht.

De politieke partijen noemen dergelijke concrete gevolgen niet wanneer ze in hun verkiezingsprogramma's spreken over de AOW. Wel signaleren ze allemaal dat zonder wijziging van de systematiek de financiering van de AOW met name in de periode 2015 tot 2040 een probleem zal worden.

D '66 blaast het idee van een zogeheten egalisatiefonds nieuw leven in. Tijdig voor 2015 moet een beperkte “extra verhoging” van de AOW-premie worden ingevoerd “teneinde de premie tussen 2015 en 2040 op een aanvaardbaar peil te houden”, meldt het D66-program 'Ruimte voor de toekomst'. Alle partijen streven naar een vergroting van de arbeidsparticipatie - het draagvlak van de sociale zekerheid - en deeltijdvut, pre-pensionering, flexibele pensionering staan vermeld in alle programma's. Zo moet de “de oudedagsvoorziening voor allen” behouden blijven, zoals koningin Beatrix op Prinsjesdag zei.