Reizende springcircus vertoont in Amsterdam geen sporen van vermoeidheid; Stewards waken over paardesport

AMSTERDAM, 5 NOV. Tijdens de openingsavond van Jumping Amsterdam beleefde de springsport gisteravond al een climax. Het door Europa reizende ruitercircus, net terug uit Helsinki, gebruikt een dag zoals gisteren meestal om de paarden te laten wennen aan de omgeving, het hindernismateriaal en de bodem. Maar gisteravond waren de omstandigheden kennelijk al zo goed, dat dertien barrageruiters om het hardst streden om de ereprijzen van de laatste 1.50-rubriek. De hindernissen stonden op maximale maat, maar de paarden sprongen als vlooien. Franke Sloothaak, twee weken geleden tijdens Indoor Leeuwarden met Corrado, de winnaar van de Grote Prijs, liet nu zien dat ook Mister in grote vorm verkeert. Hij reed maar liefst vier seconden sneller dan Jos Lansink, toch bepaald geen slak op het parcours. Extra aandacht kreeg het optreden van Top Gun van Jan Tops, voor het eerst na een lange blessuretijd weer op een grote wedstrijd in de ring. Top Gun liep een uiterst safe foutloos parcours, zonder alle balken aan te tikken. Zijn ruiter spaarde hem duidelijk in de barrage, met opnieuw een vertrouwen gevende beheerste rit zonder winstbejag. Het soort rit dat elke paardeliefhebber graag ziet, omdat zo'n vertoning getuigt van begrip voor het paard.

Met de toegenomen aandacht voor het welzijn van het paard in de sport, is er zowel bij de ruiters als officials een mentaliteitsverandering ingezet. Het imago van de paardesport vaart er wel bij. Vanaf 1988 is de zogenaamde 'stable security' ingesteld en is ook de taak van de toezichthouder of steward uitgebreid. “Een steward is eigenlijk de waterdrager op de achtergrond,” zegt Rogier van Iersel. Tijdens Jumping Amsterdam is Van Iersel in de eerste plaats lid van de internationale springjury. Maar tijdens de Wereldspelen in Den Haag volgend jaar fungeert hij als hoofdsteward. De taak van een steward wordt nog te vaak als die van een bekeuringen uitdelende politie-agent gezien. “Een ten onrechte negatief beeld bij de buitenwacht,” vindt Van Iersel, “want in feite helpt de steward de ruiters om zulke optimale omstandigheden te creëren dat zij zich het beste en meest eerlijk kunnen voorbereiden op hun wedstrijdstart. Controle moet er zijn, want geen ruiter wil graag verslagen worden door iemand die er ongeoorloofde trainingspraktijken op nahoudt. Maar ik ben ervan overtuigd dat die trainingspraktijken van vandaag fair genoeg zijn. Voor een prof is zijn paard zijn bron van inkomsten ten slotte. Zijn paard is het prijsdier dat volgende week weer in Zuidlaren moet lopen en twee weken daarna in Maastricht. Zolang een paard eerlijk de kans krijgt om een hindernis goed te taxeren, is er niets aan de hand. De ruiters aan de top zijn eersteklas vaklui die weten wat kan en wat niet. Een bescheiden opstelling van critici is naar mijn mening op zijn plaats.”