Regering VS is niet bezorgd over nieuwe doctrine Rusland

WASHINGTON, 5 NOV. De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Warren Christopher, heeft een bezorgde senaatscommissie voor buitenlandse zaken gisteren proberen gerust te stellen over de nieuwe Russische militaire doctrine. Daarin wordt onder andere gebroken met de belofte van de voormalige Sovjet-Unie om kernwapens alleen als vergelding op een kernaanval in te zetten, en niet als eerste kernwapens te gebruiken.

“De nucleaire doctrine in deze verklaring verschilt niet sterk van de onze”, zei Christopher. De doctrine zou volgens hem geen nucleaire dreiging tegen de Verenigde Staten en haar buren inhouden. In de nieuwe doctrine zou Rusland volgens Christopher verklaren dat het geen kernwapens zou gebruiken tegen landen die partij zijn van het niet-verspreidingsverdrag voor kernwapens en die zelf geen kernwapens hebben.

De ervaren Republikeinse senator Richard Lugar maakte zich daarentegen ernstig zorgen. Voor hem kwam de nucleaire doctrine “als een verrassing”. Hij had “enige angst” voor nieuw Russisch expansionisme, zei Lugar. “Het lijkt mij een slechte dag. Misschien is het tijd om een pauze in te lassen en om onze vrienden te vragen wat hier aan de hand is.” Hij zei dat Hongarije, Polen en Tsjechië in de verklaring zouden kunnen lezen dat de Russische leiders vastbesloten zijn om de grenzen van de voormalige Sovjet-Unie te herstellen. Hij zei dat het duidelijk een Russische poging was om meer onafhankelijke republieken binnen de Russisch invloedssfeer te halen.

Lugar houdt zich als een van de weinige senatoren veel bezig met Europa, met name Rusland. Dank zij hem heeft het Congres meer dan een miljard dollar bestemd voor de ontmanteling van Russische kernwapens. Door organisatorische problemen verloopt die ontmanteling traag en is het grootste deel van dat bedrag niet uitgegeven.

Christopher gaf toe dat hij zich net als Lugar zorgen maakt over “de mogelijkheid van Russische expansie” maar voegde daaraan toe dat dit niet in deze nieuwe militaire doctrine staat. “Wat we hier zien is dat Rusland in het reine komt met de geweldige veranderingen die het de laatste drie jaar heeft doorgemaakt. President Jeltsin is de beste bondgenoot onder de keuzes die we nu beschikbaar hebben in Rusland.”

Christopher zei dat de Russische regering via diplomatieke kanalen had bevestigd dat ze bij militaire operaties buiten Rusland “moet voldoen aan alle internationale normen”. Interventie in andere republieken zou alleen mogelijk zijn met goedvinden van de regeringen van die republieken. President Jeltsin had hem afgelopen maand in Moskou verzekerd dat Rusland 16.000 man troepen uit Letland en 4000 man uit Estland zou terugtrekken zonder rekening te houden met het meningsverschil over de etnische Russen in die landen.

Christopher nam de opmerkingen van de Russische minister van defensie Pavel Gratsjov dat hij bezwaar had tegen uitbreiding van de Navo, niet serieus. Hij dacht dat Gratsjov oppositie voortkwam uit zijn problemen met het moreel van de strijdkrachten. President Jeltsin heeft tijdens zijn overleg met Christopher in Moskou het “partnership for peace” van de NAVO met voormalige Oostbloklanden verwelkomd.

Tijdens een conferentie over buitenlands beleid van de Washingtonse denktank American Enterprise Institute werd gisteren harde kritiek geleverd door specialisten die vonden dat de Amerikaanse regering veel te vergevingsgezind was tegenover Rusland. Volgens Paul Goble van de Carnegie Endowment is de regering “te geobsedeerd met de Russische binnenlandse situatie zonder acht te slaan op het Russische buitenlandse beleid”. Amerika zou ook te tolerant staan tegenover Russisch expansionisme naar andere republieken van de voormalige Sovjet-Unie. “Het is verkeerd om dingen niet duidelijk te zeggen aan democratisch gezinde Russische politici uit angst dat het beledigend zou zijn”, zei Goble.

Volgens Charles Fairbanks, hoogleraar internationale betrekkingen aan de John Hopkins universiteit, duldt Rusland al geen VN-inmenging meer aan haar grenzen. James Collins van het ministerie van buitenlandse zaken bracht daar tegenin dat de Russische regering dit nooit duidelijk had gezegd. Volgens Fairbanks en Goble zijn de formele uitspraken minder belangrijk dan de gedragingen. Het is in hun ogen toch niet duidelijk wie in Rusland de macht heeft.