Publiek bepaalt het gezicht van Paradiso

Lutgard Mutsaers: 25 Jaar Paradiso. Geschiedenis van een Podium, Podium van een Geschiedenis. Uitgeverij Jan Mets.

Wie zich er een beetje in traint kan voorafgaand aan een concert in Paradiso, Amsterdam, al een kenschets geven van het soort publiek dat er zal zijn. Iedere groep heeft zijn eigen aanhang. En dat gaat verder dan dat bij reggae altijd Surinamers komen en dat sommige bands veel meisjes trekken.

Je kunt in Paradiso iets voorspellen over de leeftijd van het publiek, de kleding, en de sfeer van die avond. Er zijn typische leren jack/zwarte broek-optredens, zoals het experimentele TegenTonen Festival, concerten voor oudere mannen, als die van bluesgitarist Johnny Winter, concerten voor paartjes, zoals het melodieuze World Party, en concerten waarbij het lijkt alsof er een bezetting plaatsvindt, in het geval van 'krakersband' The Ex.

Paradiso is als een lege huls die zich iedere avond laat kleuren door de optredende band - of het orkest - en het publiek dat er is neergestreken. In deze neutraliteit onderscheidt Paradiso zich van andere zalen. De nabijgelegen Melkweg bijvoorbeeld heeft altijd een verlopen toeristensfeer, welke avond je ook komt.

Die 'onbeschreven blad'-kwaliteit van Paradiso bevalt niet iedereen. Paradiso is 'kil', 'onvriendelijk'. Het publiek zou er extreem kritisch zijn en de bands die er moeten spelen zien het behalve als een poptempel ook als een onneembare vesting. Dergelijke geluiden zijn te horen nu Paradiso dit jaar vijfentwintig jaar bestaat. Lutgard Mutsaers heeft ze opgenomen in het boek 25 Jaar Paradiso. Geschiedenis van een Podium, Podium van een Geschiedenis. En tijdens het radioprogramma van Fons Dellen (VPRO) vonden Lutgard Mutsaers en Pierre Ballings, de huidige directeur van Paradiso, elkaar in een gezamenlijke afkeer van 'de ongezelligheid' zoals die in Paradiso zou heersen.

De vorige directeur, saxofonist Hans Dulfer, had ook al de bedoeling Paradiso een publieksvriendelijker presentatie te geven. Er moest een deugdelijke receptie komen en er zou informatie worden gegeven over afgelaste concerten. Ook de ontvangst van de muzikanten zag Dulfer, tenslotte zelf muzikant, graag hartelijk, met champagne bijvoorbeeld. Dulfer was het type 'ouwe jongens krentenbrood': Paradiso moest jovialer worden.

Maar juist op dit punt liep het mis. De op 15 augustus 1990 aangetreden directeur werd in juni 1991 al weer op non-actief gesteld. Toen was zijn aftreden omgeven met geheimzinnigheid, geen van de partijen wilde er ten overstaan van de pers op ingaan. Nu, in het boek 25 Jaar Paradiso, is te lezen dat een 'cultuurverschil' tussen Dulfer en de staf van Paradiso de oorzaak was van zijn korte ambtstermijn. Het was de 'straatvechtersmentaliteit' van Dulfer tegenover de 'puriteinse' mentaliteit van sommige stafleden.

De staf van Paradiso had, voor Dulfer aantrad, dertien jaar Huib Schreurs als directeur achter de rug. Schreurs (inmiddels hoofd Verstrooiende Programma's bij de VPRO) organiseerde in Paradiso behalve popmuziek ook evenementen als debatten over de moraal, een Feestavond tegen het Christendom en Was Will Das Weib, een avond tegen het feminisme. Hij had bovendien een code van onkreukbaarheid ingevoerd; in tijden dat het Paradiso financieel slecht ging, liet Schreurs ook zijn eigen vrouw een kaartje kopen.

De door Schreurs gevormde staf kon niet wennen aan Dulfers praktische instelling. Volgens schrijfster Mutsaers was het “een schoolvoorbeeld van een conflict tussen de man van de praktijk, muzikant Dulfer, en de mensen van de theorie, de staf”. Maar over de precieze toedracht van het conflict, zo schrijft ze in 25 Jaar Paradiso, wil nog steeds niemand praten. Beide kanten houden zich namelijk aan de zogenaamde zwijgplicht. Deze afspraak was gemaakt om de wederzijdse reputaties niet nog verder te beschadigen. Voor Hans Dulfer, die zoals hij zelf zegt 'de publiciteit aan zijn kont heeft hangen', moet dit een zware opgaaf geweest zijn.

In het radioprogramma van Fons Dellen met Lutgard Mutsaers en Pierre Ballings werd behalve over deze zwijgplicht ook melding gemaakt van 'zwijggeld'. Mutsaers zei 'verbijsterd' te zijn dat bij een gesubsidieerde instelling als Paradiso mensen betaald werden om de vuile was binnen te houden. Volgens de huidige directeur Pierre Ballings, die toentertijd penningmeester was, is deze gang van zaken in het bedrijfsleven helemaal niet zo ongebruikelijk. Bovendien is Paradiso nog maar voor een heel klein deel gesubsidieerd.

Vreemd genoeg komt de zwijggeld-kwestie in Mutsaers boek niet voor. Desgevraagd zegt ze hierover: “Ik wist niet precies om hoeveel geld het ging. En of het een contante som was of iets als een riante pensioenvoorziening. Ik vond het ook eigenlijk niet het belangrijkst. Het opmerkelijkst aan de zaak vond ik het feit dat Hans Dulfer moest zwijgen, want daar ging die afspraak natuurlijk om.”

In 1992, ruim een jaar na Dulfers aftreden, werd Pierre Ballings aangesteld als directeur. Ballings is een voormalig ambtenaar van WVC en wordt beschreven als een technocraat. Geen muzikant zoals Dulfer en geen 'cultuurpaus' zoals Huib Schreurs. Hij stelde twee bedrijfsleiders aan en hief de staf als zodanig op. Volgens Mutsaers heeft Pierre Ballings 'gevoel voor gezelligheid'. Dat zou samenhangen met zijn Brabantse afkomst: “Een bloemetje op tafel, verse jus voor de gasten, een tapijtje in de kleedkamer als dat gevraagd wordt.”

Als 'technocraat' zal Ballings misschien minder sterk invloed hebben op de sfeer van Paradiso dan zijn voorgangers Dulfer en Schreurs. En dat is maar te hopen: Paradiso moet vooral niet al te gezellig worden.

    • Hester Carvalho