Pronk gaat planetair

BUITENLANDS BELEID wordt steeds meer gestuurd door schrijnende televisiebeelden. Een avondje zappen van CNN naar diverse nieuwsshows geeft een rechtstreekse verbinding met oorlogen, burgeroorlogen, rampen, etnische en religieuze conflicten, met milieuvernietiging, armoede en hongersnood in alle uithoeken van de wereld. Ex-Joegoslavië, Somalië, Georgië. Zuid-Afrika, Haïti, Cambodja. De wereld is een elektronisch dorp en de wereld verbrokkelt in rampspoed.

De gruwelen van oorlog en hongersnood hebben het wereldbeeld van Jan Pronk, minister van ontwikkelingssamenwerking, grondig beïnvloed. Pronk, de bevlogen machtspoliticus, is een minister met lef. Hij gaat op inspectie in de krijgszones van Bosnië en Cambodja, hij bezoekt de rampgebieden van Afrika. Met intellectuele gretigheid neemt hij controversiële standpunten in. Als de wereld niet aan zijn inzichten voldoet, herziet hij zijn wereldbeeld. Kort na zijn aantreden als minister in 1989 publiceerde Pronk een nota van vierhonderd pagina's, 'Een wereld van verschil' (WVV), over nieuwe kaders voor ontwikkelingssamenwerking in de jaren negentig. Nu moet alles anders: de vervolgnota 'Een wereld in geschil' (WIG) verkent in 170 pagina's de grenzen van de ontwikkelingssamenwerking en staat volgende week ter discussie bij de behandeling van de begroting voor ontwikkelingshulp.

Twintig jaar geleden trad Pronk in het kabinet Den Uyl aan als pleitbezorger van de nieuwe internationale economische orde. Daarna zette hij zich bij de UNCTAD in voor grondstoffenakkoorden en handelspreferenties. Terug als minister in 1989 kwam naast de nadruk op de 'armsten der armen' in WVV aandacht voor vrouwen, democratie, mensenrechten en milieu in de Derde wereld.

In Een Wereld in Geschil is de economische invalshoek losgelaten. Het gaat om niets meer en niets minder dan om “het vraagstuk van orde en wanorde in de wereld”.

ONTSCHOTTING VAN beleid noemt Pronk deze expansiedrift. Ontwikkelingssamenwerking gaat niet langer over 'zuid', maar ook over 'zuid in oost' en over 'zuid in west' (resp. Oost-Europa en asielzoekers in West-Europa). Naast traditionele project- en noodhulp verbreedt het terrein zich naar mondiale conflictbeheersing: geschillen tussen staten, tussen etnische en religieuze groepen, geschillen door de druk van bevolking, milieudegradatie, armoede en onderontwikkeling met als effecten internationale migratiestromen, geweld en criminaliteit. Veiligheidsvraagstukken, aldus Pronk, hebben niet alleen politieke of militaire aspecten, maar ook economische, sociale, humanitaire, ecologische en religieus-culturele kanten. Daarom verklaart hij ze relevant uit het oogpunt van ontwikkelingssamenwerking. Ook humanitaire noodsituaties vragen om een geïntegreerde inzet van buitenlands-politieke, defensie-politieke en ontwikkelings-politieke instrumenten.

Toen de commando-economie ineenstortte, wees Pronk ontwikkelingshulp aan Oost-Europa en de ex-Sovjet-republieken af. Inmiddels heeft hij een aantal van deze landen opgenomen in zijn lijst van samenwerkingslanden. Hoewel de nota anders beweert, neemt het aantal aandachtslanden niet af: in WVV ging het om 56 landen, in WIG is het aantal landen nog altijd 56, verdeeld in vier nieuwe categorieën. Steeds meer prioriteiten trekt Pronk naar zich toe. WVV bevatte acht beleidsdoelstellingen, in WIG zijn daar zes thema's aan toegevoegd, zodat Nederland nu “veertien belangrijke aandachtsgebieden voor een ontwikkelingssamenwerkingsbeleid” telt.

Aldus komt Pronk tot de vaststelling dat de opdracht voor de internationale gemeenschap, met een belangrijke rol voor ontwikkelingssamenwerking, bestaat uit “de bevordering van de samenhang van de wereld, althans het helpen tegengaan van verbrokkeling en wanorde”.

HET DRAAGVLAK voor ontwikkelingshulp staat in Nederland geleidelijk onder druk. Een kwart eeuw hulp heeft niet de gewenste resultaten opgeleverd en waar ontwikkelingslanden wel succes hebben, zoals in Oost-Azië, speelt hulp een marginale rol. Pronk vreest dat zijn opvolger in een volgend kabinet met minder geld dan de 6,4 miljard gulden voor 1994 genoegen zal moeten nemen en wordt gedegradeerd tot staatssecretaris. Daarom kiest hij voor de vlucht naar voren.

Pronk wil een nieuwe norm voor internationale samenwerking en doet een veelomvattende greep naar de wereld. Als meer terreinen tot ontwikkelingshulp worden gerekend - ten koste van Defensie (vredesoperaties), van Buitenlandse Zaken (conflictbeheersing), WVC (vluchtelingen), Economische Zaken en Financiën (steun aan Oost-Europa en ex-Sovjet-republieken) en van VROM (milieu) - dan is de dreigende marginalisering omgezet in grotere profilering ten koste van andere ministeries.

Alleen al om die reden is het verbazingwekkend dat de overige ministers, in het bijzonder van buitenlandse zaken en defensie, zonder enig protest hun goedkeuring aan Pronks nota hebben gegeven. Natuurlijk, alles hangt met elkaar samen, en Pronk financiert nu al voor een deel het beleid van andere ministeries. Maar 'Een wereld in geschil' is de prediking van het holisme in de ontwikkelingshulp. Pronk gaat planetair.