'Ons gevangeniswezen dreigt in crisis te raken'

ROTTERDAM, 5 NOV. Het gevangeniswezen verkeert in een crisis. Dat zei de forensisch psychiater Prof. N.W. de Smit vandaag in zijn afscheidsrede als buitengewoon hoogleraar forensische psychiatrie aan de juridische faculteit van de Vrije Universiteit van Amsterdam.

De Smit waarschuwt tegen een eenzijdige nadruk op het “bouwen” van cellen. Daardoor dreigt volgens hem de onderlinge afstemming van de behandel- en verpleeginstituten van de geestelijke gezondheidszorg met alle schakels van de strafrechtelijke keten te worden verstoord.

De psychiater constateert binnen de muren van de gevangenissen een toename van het aantal geestelijk gestoorde gedetineerden, van de groep drugsverslaafden en van mensen die niet of nauwelijks Nederlands spreken. De huidige gevangenissituatie wordt daardoor “ernstig en permanent verstoord”.

Aan deze verstoring liggen een aantal ontwikkelingen ten grondslag waarvoor de Staat verantwoordelijkheid draagt. Volgens De Smit verzaakt de Staat bijvoorbeeld om rechterlijke beslissingen ten uitvoer te brengen. Het is haar plicht, aldus de psychiater, degenen die ontoerekeningsvatbaar zijn verklaard over te plaatsen naar algemeen psychiatrische ziekenhuizen. De overplaatsmogelijkheden zijn op het moment “ontoereikend”.

Naast de geesteszieken kampen ook druggebruikers en buitenlanders met “ernstige aanpassingsproblemen”. Huizen van bewaring en gevangenissen herbergen een veelheid aan nationaliteiten en culturen. Smit: “Hierdoor ontstaan grote misverstanden die onaangepast gedrag uitlokken en ook de communicatie tussen bewaarder en bewaakte bemoeilijken.”

Volgens de scheidende hoogleraar “trekt de penitentiair inrichtingswerker in de hedendaagse gevangenis zich terug uit het regime waardoor een vacuum ontstaat waarin zich dan crisis op crisis stapelt: gijzelingen, ontsnappingen, opwindingstoestanden, hongerstakingen, zelfmoordpogingen en automutilaties. Het sociale vlechtwerk van bewaarders en bewaakten, waarin een subtiel evenwicht tussen hulpverlening en dwang bestaat kan niet langer tot ontwikkeling komen. Er is een uitzichtloze, normloze gemeenschap ontstaan waarin elk perspectief dat een aanzet tot een resocialisatieproces zou kunnen inhouden ontbreekt”.

Omdat de reclasseringsgedachte ideologisch teloor is gegaan, is de gevangenis gereduceerd tot “een opbergplaats die er op gericht is de gedetineerde als object slechts te bewaken.” Hierdoor dreigt een uitzichtloze situatie.