Nederlandse versie van A Chorus Line toont duidelijk Amerikaanse afkomst; Voorzichtige passen, bedeesde dansers

Voorstelling: A Chorus Line, musical van Michael Bennett, Marvin Hamlisch, James Kirkwood, Nicholas Dante en Edward Kleban. Spelers: Carola van der Weijde, Just Meyer, Ferdy Blomkwist, Marie Josée Joore, Corine Boom, e.a. Vertaling: Tetske van Ossewaarde en Rob van de Meeberg. Muziek o.l.v. Nico van der Linden. Regie: Troy Garza. Gezien: 4/11 in Cultureel Centrum, Amstelveen. Aldaar ook op 6 en 7/11, daarna elders.

Bijna twintig jaar geleden ontstond A Chorus Line, één van de grootste successhows uit de Broadway-historie, uit workshops met werkloze dansers en zangers. Onder leiding van Michael Bennett groeide uit hun gevoelens en hun levensgeschiedenissen een nauwelijks geromantiseerde musical over hun dagelijkse werkelijkheid: met een bijna desperaat doorzettingsvermogen auditeren voor de nieuwe shows - en vaak afgewezen worden omdat er zovéél goede showdansers zijn.

Hoe passend dat een Nederlandse versie van deze show nu de eerste produktie is van de stichting Kunstwerk, met 4,3 miljoen gulden gesubsidieerd door de gezamenlijke arbeidsbureaus als werkverschaffingsproject voor podiumartiesten zonder werk. En wat een ongekende luxe voor dit land dat daardoor de financiële ruimte werd geschapen voor negentien rollen en 22 musici die een volle klank produceren met fonkelende trompetten, trombones, saxen, houtblazers en een stuwende ritme-sectie. Het moest, koste wat kost, een professionele show worden die in niets meer zou doen denken aan het werklozentheater-etiket dat er aanvankelijk op is geplakt.

Is dat ook gelukt? Ik heb er geen onomwonden antwoord op. Om te beginnen heeft A Chorus Line, ondanks de uiterst bekwame vertaling, de handicap van de Amerikaanse afkomst te overwinnen. Als er iets Amerikaans is, is het deze show. De dansers leven in een wereld van symbolen die voor het Nederlandse publiek nauwelijks een betekenis hebben: de dansfilm The red shoes en de Ed Sullivan Shows uit hun jeugd, The King and I en de onbegrijpelijke roem van de fletse Troy Donahue. Amerikaanse toeschouwers hoeft niet worden uitgelegd dat wonen in Buffalo gelijk staat aan levend begraven te zijn, en dat een klein jongetje niets te zoeken heeft in 42nd Street. Het helpt niet dat de vertalers de naam Cyd Charisse laten volgen door: “U weet wel, die dans-ster” - het zijn hier geen vertrouwde begrippen en dat werpt een barrière op voor de gewenste identificatie.

Maar belangrijker is nog dat de typisch Amerikaanse instelling van deze dansers zich niet straffeloos naar Nederland laat overplaatsen. De oorspronkelijke rollen zijn veel expressiever dan deze talentvolle Nederlanders kunnen waarmaken. Ze zijn, op enkele uitzonderingen na, veel bedeesder. Hun danspassen zijn voorzichtiger en hun projectie schiet tekort, zodat de woorden lang niet altijd met voldoende kracht over de orkestbak heen komen. Er zijn er zelfs een paar bij, die - sprekend èn zingend - grotendeels onverstaanbaar blijven. Dat is niet alleen een gebruikelijk euvel als er een niet-Nederlandse regisseur is ingehuurd, maar in dit geval gaat het eens te meer ten koste van de sympathie die we voor elk van de negentien moeten krijgen. Als althans de uiteindelijke selectie door de regisseur (geloofwaardig gespeeld door Just Meyer) ons werkelijk iets moet doen.

Op tempo en discipline van het ensemble is niets aan te merken, want bijna iedereen beschikte allang over professionele ervaring en regisseur Troy Garza heeft zelf nog in de Londense versie van A Chorus Line gedanst. Maar ik werd niet overrompeld, terwijl ik daar wèl op had gehoopt.

    • Henk van Gelder