Macramé en tranen in zes toneelstukken voor kindertheaterdag

Voorstellingen: Doetje van Lydia Rood, regie: Harry Piekema; Altijdgrijs van Imme Dros, regie: Jouke Lamers; De man in de wolken van Koos Meinderts, regie: Charlotte Riem Vis; De jongen die niet van Harrie Geelen, regie: Albert Hoex; Een schip met rode zeilen van Veronica Hazelhoff, regie: Els van der Jagt; Koning, Nar en Hartenvrouw van Ienne Biemans, regie: Kim van der Boom.

Nog te zien: 6 en 7/11, van 11-17 uur, Stadsschouwburg Utrecht.

Zoals het Nederlandse toneel gevoed wordt door schrijvers als Judith Herzberg, Rob de Graaf en Gerard Jan Rijnders zo is het jeugdtheater veel verschuldigd aan Ad de Bont, Roel Adam en Pauline Mol. Men moet het daar echter stellen zonder Shakespeare, Ibsen en Beckett en bovendien doet de professionalisering van jeugdtheatergroepen de vraag naar toneelteksten voortdurend toenemen. Het is daarom een zinvol initiatief om kinderboekenschrijvers te stimuleren een uitstapje richting theater te maken. Twee jaar geleden is daar een voorzichtig begin mee gemaakt tijdens het Utrechtse festival Stuk-lezen, waar kinderboeken op het podium centraal stonden. Na een half jaar werken onder leiding van Suzanne van Lohuizen presenteren zes auteurs nu tijdens het tweede Stuk-lezenfestival zes eenacters. Deze worden in professionele regies achter elkaar gespeeld door eindexamenstudenten van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht en dat resulteert in een inspirerende en verrassende theaterdag.

Om te beginnen verschuift er het nodige in de bestaande literaire rangorde. De interessantste teksten zijn afkomstig van auteurs die naar mijn idee niet de sterkste boeken schrijven: Koos Meinderts, Veronica Hazelhoff en Lydia Rood. Harrie Geelen maakte een stuk dat ondanks het absurdistisch karakter meer zwaarte en pretentie heeft dan al zijn vroegere televisiewerk en prentenboeken en van Imme Dros' tekst denk je aanvankelijk dat ze zich in de auteursnaam vergist moeten hebben. Hij is van het wereldverbeterende soort dat in de jaren zeventig thuis hoort en brengt regisseur en spelers niet verder dan zwoegend, in macramé en schuimplastic onder gedompeld spel op een vloerkleed. Het meest zichzelf blijft Ienne Biemans: klassiek, poëtisch, raadselachtig en vol weemoedige verwijzing naar het domein van de kinderkamer. Dat levert een tot in de kleinste beweging gestileerde, wat statische voorstelling op die de sfeer ademt van het tot leven gekomen speelgoed bij Hans Christian Andersen.

Wat deze dag vol gloednieuw jeugdtheater mede tot een gedenkwaardige maakt, zijn de overgave en de tomeloze energie waarmee de meeste acteurs zich in het diepe storten. Tot tranen toe roerend zijn de twee meisjes die niet op Godot, maar op hun oudere zuster wachten en daarbij de tijd op fraaie manieren doden (Een schip met rode zeilen). Hilarisch en prachtig getimed is het ouderpaar dat zijn kind eronder dacht te hebben zonder in haar de vervaarlijke tijgertemmer te herkennen (Doetje). En een werkelijk talent is de jongen die met alles wat in hem is - en dat is heel wat - zijn kunstwerk in de wolken tegen de boze wereld verdedigt (De man in de wolken). Als het spelplezier dat deze jonge acteurs uitstralen blijvend is, gaat het jeugdtheater goede tijden tegemoet.