Leider Ulster: vrede binnen een week

LONDEN, 5 NOV. John Hume, de leider van de Social Democratic and Labour Party in Noord-Ierland, heeft John Major “vrede binnen een week” beloofd, indien de Britse premier bereid is deel te nemen aan het vredesplan Hume-Adams.

De leider van de gematigde nationalistische partij sprak gisteren onverwacht lang met Major in een onderhoud dat deel uitmaakt van Majors nieuwe consultatieronde met politieke leiders in Noord-Ierland. Gerry Adams, de leider van Sinn Fen, is van die besprekingen uitgesloten, omdat zijn partij de zusterorganisatie is van de IRA en hereniging van Ierland nastreeft door de gecombineerde tactiek van “de bom en de stembus”.

Hume zei gisteren na afloop van zijn besprekingen met Major dat het resultaat van zijn eigen overleg met Adams zou kunnen leiden tot een eind aan het geweld in Noord-Ierland, en niet slechts tot een staakt-het-vuren. Hij herhaalde ook dat het Hume-Adams principe-akkoord uitgaat van respect voor “tradities” aan weerszijden van de grens. Dat wordt hier geduid als: respect voor de rechtvaardige verlangens van de unionistische meerderheid in Noord-Ierland.

John Major heeft het Hume-Adams-initiatief tot nu toe afgewezen, vooral omdat de Britse regering wil volhouden dat ze geen zaken doet met terroristen. Die attitude werd des te belangrijker na de IRA-aanslag op de Shankill Road op 23 oktober, die het toch al wankele geloof aan de intenties van Gerry Adams ondermijnde. Maar het is veelbetekenend dat Hume inmiddels van regeringszijde in het Lagerhuis is geprezen als “een moedig man” en dat John Major Hume gisteren beloofde dat zijn deur altijd voor hem zou open staan. Hume, die nu ook vecht voor zijn persoonlijke geloofwaardigheid, beloofde dat hij daar alle mogelijke gebruik van zou maken.

Een gezamenlijk Brits-Ierse intentieverklaring die bedoeld is om het vredesproces in Ulster weer op gang te krijgen, is volgens ingewijden gedeeltelijk gebaseerd op de principeverklaring van Hume-Adams. De regering-Reynolds heeft eens te meer duidelijk gemaakt dat de politieke toekomst van Noord-Ierland door een meerderheid in de provincie zelf (en niet langer: een meerderheid van de gehele Ierse bevolking) bepaald dient te worden. Die verklaring is bedoeld om de unionisten, die een (slinkende) tweederde meerderheid in Ulster hebben, voorlopig lucht te geven.