Leeuwerder

De leeuw is een vervaarlijk beest,

Dat vroeger huiskat is geweest;

Maar bij 't verstrijken van de eeuwen

Begon de huiskat te verleeuwen.

De kat was een geduchte schreeuwer,

Bij 't zien van vink en leeuwerik.

Zijn baasje zei: je wordt steeds leeuwer.

Wat? zei de poes, steeds leeuwer? ik?

Hij leeuwde door en 't baasje morde:

Je bent nog leeuwerder geworden!

Van leeuwerder werd hij toen leeuwst,

Zo werd hij tot vervaarlijk beeuwst.

Je hebt ook nog gewone poezen,

Daar moet 't verleeuwen nog beginnen;

Ze zitten voor het raam te soezen

En korten daar de tijd met spinnen.

Een verre tak