Jim Bolger heeft Nieuw-Zeelanders aardig overtuigd

Volgens de jongste opiniepeilingen raast de conservatieve regering in Nieuw-Zeeland af op een duidelijke overwinning in de komende parlementsverkiezingen.

WELLINGTON, 5 NOV. De Nationale Partij van de Nieuw-Zeelandse premier Jim Bolger lijkt veertig procent van de stemmen te krijgen bij de parlementsverkiezingen van morgen. Dat zou onder het districtenstelsel voldoende zijn om aan de macht te blijven.

De vooruitzichten voor de 58-jarige Bolger, een wat stugge katholieke boer met negen kinderen, zijn de afgelopen maanden sterk verbeterd, ondanks de eerder gebroken belofte dat zijn regering een gehate extra inkomstenbelasting op AOW-uitkeringen zou intrekken.

De inzet van de verkiezingen is de vraag of de radicale economische hervormingen moeten worden voortgezet of dat een grotere bemoeienis van de overheid gepast is in het land dat zo vaak trots beweert de sociale zekerheid te hebben uitgevonden. Volgens Bolger werkt het 'Kiwi-model' eindelijk. De economische groei was in het afgelopen jaar drie procent, meer dan dat in de meeste andere OESO-landen waarbij Nieuw Zeeland tientallen jaren lang in de schaduw stond. “Morrel niet aan succes”, is een van zijn verkiezingsleuzen.

Het gaat Nieuw Zeeland economisch niet slecht, waardoor de aanvankelijk zo negatieve stemming onder het electoraat is omgeslagen. “In bedrijven waar de sfeer drie jaar geleden somber was, is nu volop optimisme. Er wordt uitgebreid en nieuw personeel aangetrokken. Dat was het doel van ons beleid”, aldus Bolger tijdens zijn campagne. “Gooi het resultaat na al die jaren economische pijn nu niet weg”, was Bolgers gevleugelde kreet.

De Nieuw-Zeelandse effectenbeurs boekt week in week uit nieuwe records, de consumptieve bestedingen zijn scherp gestegen en de inflatie behoort met 1,4 procent tot de laagste ter wereld. De werkloosheid loopt eveneens terug, maar dat gaat langzaam en het werkloosheidspercentage (tien procent) blijft voorlopig de grootste zorg van de Nieuw-Zeelandse kiezer. Het Nieuw-Zeelands Instituut voor Economisch Onderzoek meldt dat de economische opleving van de laatste twee jaar de sterkste is in twintig jaar. Kortom, Bolger lijkt het gelijk aan zijn kant te hebben.

Zijn medicijn bestond uit een grondige terugdringing van de rol van de overheid met navenante bezuinigingen, lage belastingen (de inkomstenbelasting in de hoogste schijf is 33 procent) en een deregulering van de arbeidsmarkt, die tot een onmachtige bijrol voor de vanouds sterke vakbonden leidde. De sociale uitkeringen werden drastisch gekort en ter bestrijding van fraude werden huisartsen verplicht hun patiëntengegevens aan het ministerie van sociale zaken te verstrekken.

De regering-Bolger verkocht het telefoonbedrijf, de spoorwegen en elektriciteitsbedrijven. Dat leidde tot aanzienlijke verhoging van de doelmatigheid in deze bedrijven. De nieuwe wet op arbeidscontracten, waarbij CAO's niet langer automatisch voor alle werknemers van kracht waren, resulteerde in lagere lonen en geringere rechtsbescherming, maar maakte kosten voor de werkgever om nieuw personeel aan te nemen lager. Premies op overuren werden veelal afgeschaft, zodat veel winkels nu zeven dagen per week open zijn.

De door de populistische Mike Moore (46) geleide Labour-partij staat in de peilingen op ruim 30 procent en lijkt dus voor de tweede keer in successie op verlies af te stevenen. Moore zegt dat Bolgers regering het werkloosheidsprobleem niet heeft kunnen oplossen, terwijl onderwijs en gezondheidszorg steeds meer eigen bijdragen vereisen, waardoor Nieuw Zeeland een elitaire samenleving wordt.

Labour kampt echter met een geloofwaardigheidsprobleem. Toen de partij tussen 1984 en 1990 de regering vormde, voerde ze een uitgesproken rechts economisch beleid. De linkse aanhang werd in toom gehouden door een antinucleair uithangbord. Nieuw-Zeelands weigering schepen met kernwapens tot de territoriale wateren toe te laten maakte van premier David Lange een favoriet van de internationale vredesbeweging. De electorale relevantie van dat beleid is met het einde van de Koude Oorlog echter verdwenen.

In 1989 trad Lange af, omdat hij zich niet langer kon verenigen met het economische beleid van zijn rechtse ministers, die een aanvang maakten met de hervormingen waarmee Bolger na 1990 gewoon doorging. De meeste bewindslieden uit die tijd, inclusief Mike Moore, verzekeren dat Labour terugvalt op de traditionele ideologie en nu aan werk, gezondheidszorg en onderwijs weer de hoogste prioriteit geeft.

De Alliantie, bestaande uit linkse partijen, de Groenen en een politieke groepering van de autochtone bewoners, staat volgens de peilingen op zeventien procent, maar heeft hooguit kans op twee van de 99 zetels in het parlement. Labour moet gelaten vaststellen dat de linkse kiezers door hun steun aan de Alliantie de conservatieven in het zadel zullen houden.

    • Hans van Kregten