Het consistoriegebed

Als refrein keert in de uitbundige post die ik op deze rubriek mag ontvangen steeds de mededeling terug: 'U schrijft over een vorm van Christendom die allang niet meer bestaat, u bent in uw jeugd blijven steken, u weet niets van het hedendaagse Christendom, alles is anders geworden, de verstarde geloofsvormen van uw jongelingsjaren bestaan niet meer, het wordt tijd dat u weer eens ter kerke gaat. Zou u dat doen dan zoudt u zien dat alles totaal is veranderd.'

Onlangs ben ik weer ter kerke geweest. Mijn stiefvader was overleden, er werd in de Gereformeerde kerk (synodaal) te Diever een rouwdienst gehouden. Voorafgaande aan de dienst werden mijn moeder, mijn broer, mijn zuster en ik, alsmede het kroost van mijn stiefvader door de 'ouderling van dienst' in de consistorie genood ter voorbereiding van de eigenlijke kerkdienst. Het overigens nergens in de Heilige Schrift vermelde fenomeen van de 'ouderling van dienst' bestaat dus nog steeds. Deze ouderling zag er exact zo uit als de ouderlingen uit mijn jeugd. Hij droeg een bril met een krokodillenmontuur, was net zo kaal als ik, was gekleed in zwart jasje en streepjesbroek, en gedroeg zich gewichtig. Nadat de jonge en vriendelijke dominee ons uitvoerig had verteld hoezeer hij met ons meeleefde vanwege het door ons geleden verlies, vroeg hij aan de ouderling van dienst of deze wilde voorgaan in 'het consistoriegebed'. Laat ik nu, hoe goed ingevoerd ook in de wonderwereld van het protestantisme, nooit hebben geweten dat er iets bestond dat het 'consistoriegebed' heette! In dat zogenaamde consistoriegebed, overigens ook al weer een verschijnsel waar in de Bijbel nergens gewag van wordt gemaakt, smeekt de 'ouderling van dienst' God een zegen af over de aanstaande kerkdienst. Inmiddels heb ik zoveel mogelijk gegevens verzameld over deze opmerkelijke vorm van Christelijke folklore en wel begrepen dat al eeuwen lang consistoriegebeden naar de Allerhoogste worden opgezonden. Met andere woorden: hoe anders het Christendom ook is geworden sinds de dagen van mijn jeugd: het consistoriegebed bestaat nog steeds!

Wat mij nog het meest verbaasde was de wijze waarop de ouderling van dienst het consistoriegebed uitsprak. Het gebed klonk als minimal music. Zoals de bejaarde ouderling het uitsprak, binnensmonds, half mummelend, half murmelend, en consequent op één toon, was het net alsof je een verkouden sprinkhaanrietzangertje hoorde dat probeerde te zingen met een strikje om zijn snaveltje. Het gebed gorgelde helemaal vanuit de onderbuik van de ouderling van dienst omhoog, en er was vrijwel niets van te verstaan. Je zult toch God zijn en op zo'n brommerige, krolse manier worden aangesproken! Het onverstaanbare lispelgebed eindigde opeens abrupt met het woord AMEN dat als een pistoolschot door de consistorie klonk. Van al degenen die met gesloten ogen hadden meegebeden, veerde het gebogen hoofd geschrokken omhoog.

Na het consistoriegebed gingen we in ganzemars naar de kerk. Daar voltrok zich alles precies, maar dan ook werkelijk tot in het kleinste detail, zoals het zich in mijn jeugd placht te voltrekken. De ernstig bebrilde dominee - en ook dat was niet veranderd, ik kan mij uit mijn jeugd niet één dominee herinneren die niet bebrild was - sprak het Votum uit, we zongen (op verzoek van mijn moeder Oude Berijming, dus ook in dat opzicht was er niets veranderd), en de dominee ging voor in gebed. Dat deed hij daarna nog twee keer zodat God in het kader van een simpele rouwdienst maar liefst vier keer werd lastig gevallen binnen het uur. Je vraagt je werkelijk af wat Christenen bezielt om God zo vaak biddend aan de kop te zeuren. Ze jengelen de hele dag maar door om aandacht. Alsof God niets anders te doen heeft dan naar al die miljoenen gebeden te luisteren die dagelijks worden opgezonden! Dat gelovigen zelfs niet het kleine beetje fatsoen hebben om te beseffen dat het voor een Opperwezen buitengewoon vervelend moet zijn om naar al die morgengebeden, avondgebeden en consistoriegebeden te luisteren. Daarbij komt dat een van de gebeden eruit bestond dat de dominee de rondgezonden rouwkaart in zijn geheel aan God voorlas. Blijkbaar ging de dominee ervan uit dat God nog niet wist dat mijn stiefvader was overleden, en kennelijk denkt de dominee dat God niet lezen kan. Waartoe anders die rouwkaart biddend voorgelezen?

In de prediking van de ernstig bebrilde dominee vermocht ik al evenmin iets nieuws te ontdekken. Het was alles nog precies zoals het vroeger placht te zijn. Met grote vanzelfsprekendheid ging ook deze van een keurig getrimd baardje voorziene voorganger ervan uit dat God zo'n tweeduizend jaar geleden zijn Zoon had gestuurd om via de kruisdood de zonden der wereld weg te nemen. Alsof een waarachtig almachtige God niet in staat zou zijn om ons, gesteld al dat zoiets nodig zou zijn, onze zonden te vergeven zonder daarvoor zo'n rare bokkesprong te maken. Het is er allemaal nog; dat hele arsenaal van rariteiten en bizarrerieën is nog springlevend, en in dat arsenaal van malligheden blijkt zich ook nog iets te bevinden dat zelfs de grote Van Dale niet heeft gehaald: het zogenaamde consistoriegebed! Het enige dat nieuw voor mij was, was het keurig getrimde baardje van de Dieverse dominee. In mijn jeugd waren alle dominees glad geschoren.

    • Maarten 't Hart