Herstel elektronica-concern bemoedigend maar langzaam; Philips moet lichtpuntjes tellen

EINDHOVEN, 5 NOV. Tergend langzaam maar met een bemoedigende regelmaat boekt Philips de laatste maanden kleine succesjes. Zou het dan toch gebeuren? Rijgen de lichtpuntjes zich na drie jaar zwoegen en bittere tegenslagen dan toch in stilte aaneen tot een heuse wending? Of is het succes slechts vluchtig en loert, net om het hoekje, onvermijdelijk de ontnuchtering?

Langzaam groeit rond Philips een sfeer van behaaglijk optimisme. Fervente supporters konden vorige maand hoop putten uit de woorden van topman Jan Timmer, die zich voor het eerst in drie jaar in positieve bewoordingen uitliet over reorganisatie Centurion. “We hebben alle targets gehaald en sommige zelfs overtroffen”, sprak Timmer ten overstaan van Nederlandse journalisten. Timmer kan het weten en is nauwelijks gebaat bij voortijdig feestgedruis, dat zou slechts leiden tot een voorbarige overwinningsroes. Maar bijster onpartijdig is de voorman nou eenmaal niet.

Meer argwanende supporters biedt de historische koersontwikkeling al enige tijd houvast: de koers van Philips is in Amsterdam met ruim veertig gulden weer terug op het niveau van voorjaar 1990, toen het elektronicaconcern nog ongenaakbaar heette te zijn. Behalve Timmer moeten er dus ook legio geldschieters zijn die weer enig vertrouwen hebben in het Nederlandse concern. Onfeilbaar zijn beleggers evenwel niet. Ook vorig voorjaar dachten ze al eens dat Philips het grote keerpunt had bereikt. Ook toen kwam de koers in de richting van de veertig gulden. Om vervolgens maandenlang in een ijzingwekkende duikvlucht af te koersen op het dieptepunt van 17,40 gulden.

Het recente optimisme stoelt niet alleen op mooie woorden en feilbaar beleggersinstinct. In juni beurde het concern aandeelhouders en analisten op met een ingrijpende sanering van de desastreuze balansverhoudingen. Een groot deel van die verbetering kwam weliswaar op het conto van een eenmalige verkoop van het Japanse MEC, maar toch. De verhouding tussen rentedragend vreemd vermogen en eigen kapitaal ging met sprongen vooruit, de moordende rentelast daalde. De verhouding tussen de netto-schulden (rentedragende schuld minus liquide middelen) en het groepsvermogen verbeterde dit jaar tot 48 staat tot 52. Daarmee is de financiële sanering verre van voltooid: de schuldenlast blijft veel te hoog. In het derde kwartaal werd overigens geen verdere verbetering gerealiseerd.

Gisteren werd duidelijk dat Philips temidden van de recessie in het derde kwartaal een redelijk bedrijfsresultaat kon behalen. Met 560 miljoen gulden was het derde kwartaal 1993 beter dan de vergelijkbare perioden in 1991 (517 miljoen) en 1992 (345 miljoen). Daar komt bij dat Philips meer dan de helft van zijn omzet haalt uit het zwaar door recessie geteisterde Europa. “Ik ben blij dat we overal in de wereld actief zijn”, oordeelde Dudley Eustace, in de raad van bestuur verantwoordelijk voor financiën dan ook. Hoewel beter dan in afgelopen jaren is het bedrijfsresultaat nog steeds uiterst mager. Een bruto winstmarge van 3,9 procent is onvoldoende.

Bemoedigend is ook de financiële buffer die Eustace in de afgelopen maanden heeft gekweekt. Vorig jaar nam Philips een herstructureringsreserve van 1,2 miljard gulden. Daarvan is tot nu toe slechts 331 miljoen uitgegeven. Het geld dat Philips overhield aan de verkoop van zijn belang in de joint venture met het Japanse Matsushita is niet alleen gebruikt voor schuldsanering. Een deel van het bedrag, enkele honderden miljoenen guldens, hield het bedrijf achter de hand. En, zo bleek gisteren, een emissie van dochteronderneming Polygram leverde 400 miljoen gulden op die niet onmiddellijk als bijzondere bate werd opgevoerd. Daarmee beschikt Eustace over een 'spaarpot' van ruwweg 1,7 miljard gulden.

Een deel van die pot is bestemd voor verdergaande saneringen, voor vermindering van het aantal personeelsleden. Daarnaast houdt Philips geld achter de hand om de slagkracht van het concern verder te verbeteren door niet of onvoldoende renderende ondernemingen te verkopen. Het concern kan de verleiding van het snelle succes weerstaan. Philips kiest er niet voor om inkomsten onmiddellijk ten goede te laten komen aan het resultaat, maar houdt geld achter de hand voor verbetering. Philips vreest namelijk dat de ongewenste onderdelen alleen met verlies verkocht kunnen worden. Die verliezen zullen uit de spaarpot worden gedekt.

Philips is al met al beslist geen gezond concern. De schulden blijven akelig hoog en de inkomsten uit de verkoop van produkten gevaarlijk laag. Wel zijn er bemoedigende stappen gezet en zullen er voor het einde van het jaar nog meer volgen. Voorlopig blijft het een kwestie van lichtpuntjes turven.

    • Michel Kerres