Heintje Wiegel

Het resultaat mocht er wezen. De journalistieke hofhouding had haar werk goed gedaan. Full colour op de voorpagina's van de twee grootste ochtendkranten van het land, in zwart-wit maar wel met interview op de voorpagina van de krant voor progressief Nederland. De elektronische media hadden zich de avond ervoor ook al niet onbetuigd gelaten. En dan de minister-president. Die liet het debat in de Tweede Kamer het debat om bij De Gebeurtenis aanwezig te kunnen zijn. Hans Wiegel was even terug, vandaar.

Al elf jaar is hij weg uit Den Haag, maar ook al elf jaar weet hij datzelfde Den Haag telkens weer in grote staat van opwinding te brengen. De simpele mededeling dat hij voor wat zijn politieke toekomst betreft niets uitsluit, bleek altijd goed voor maximale aandacht. Zijn bijdrage aan het inhoudelijke debat was al die tijd nul komma nul. De ontnuchtering kwam deze zomer: toen hij voor zichzelf besloten had de overstap naar Den Haag te maken, bleek zijn partij hem helemaal niet nodig te hebben.

Het zwarte gat lonkte. Nog een keer mocht hij de hoofrol spelen toen hij in het befaamde Haagse restaurant de zaak uitsprak met de nieuwe partijleider. Flitslichten, camera's, microfoons, opgewonden journalisten. Hij genoot zichtbaar minder, de boodschap was hard aangekomen.

Daarom gisteren de herkansing. In Den Haag ter gelegenheid van de presentatie van een boek over hem. De zaal puilde uit. Zou dat nu allemaal voorbij zijn binnenkort? Dat kon toch niet waar zijn. Dus zei hij: een toekomst in Den Haag moet niet worden uitgesloten. Het werd braaf genoteerd en Hans Wiegel zag dat het goed was.

    • Mark Kranenburg