Eigen risico verdeelt Simons en verzekeraars

DEN HAAG, 5 NOV. De overkoepelende organisaties van ziektekostenverzekeraars VNZ (ziekenfondsen) en KLOZ (particulieren) zijn tegen de invoering in 1994 van een vrijwillig eigen risico voor verstrekkingen in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), ook al komt staatssecretaris Simons (volksgezondheid) de verzekeraars daarbij financieel tegemoet.

Simons schrijft vandaag in een brief aan de Tweede Kamer dat hij verzekeraars financieel wil stimuleren hun verzekerden een vrijwillig eigen risico voor bepaalde AWBZ-verstrekkingen (geneesmiddelen, revalidatie, hulpmiddelen etc.) aan te bieden. Verzekerden krijgen daarmee een grotere keuzemogelijkheid. Simons verwacht bovendien dat verzekeraars dan meer met elkaar op prijs gaan concurreren. Volgens de verzekeraars zijn nog niet alle barrières weg om een vrijwillig eigen risico in te voeren. “Het kan echt nog niet”, zegt N. de Jong, directeur van de VNZ. “Simons vindt het politiek belang zodanig dat hij de bezwaren van de verzekeraars van de hand wijst.”

Simons had al eerder aangekondigd wettelijke belemmeringen weg te zullen nemen zodat in 1994 een vrijwillig eigen risico voor alle verzekerden kan worden ingevoerd. Daarvoor heeft hij steun van de fracties van PvdA en CDA. Ook de verzekeraars streefden aanvankelijk naar invoering in '94. Binnenkort stuurt Simons het wetsvoorstel vrijwillig eigen risico sociale ziektekostenverzekeringen naar de Kamer.

Alle verzekerden betalen naast een inkomensafhankelijke AWBZ-premie een vast bedrag per jaar (nominale premie) voor vergoedingen uit de AWBZ. Dat ligt nu gemiddeld op 128 gulden, volgend jaar op 140 gulden. Invoering van een vrijwillig eigen risico kan de nominale premie te verlagen. Wat Simons betreft kan dat vanaf een vrijwillig eigen risico van 200 gulden.

De verzekeraars ondervinden in de huidige systematiek van budgettering van AWBZ-voorzieningen een financieel nadeel als zij polissen met een vrijwillig eigen risico willen aanbieden. Dat bezwaar wil Simons wegnemen door de verzekeraars financieel tegemoet te komen. Dat gebeurt bij de afrekening van de kosten die de verzekeraars voor de AWBZ hebben gemaakt. Voor de vergoeding van AWBZ-verstrekkingen krijgen de verzekeraars vooraf een vast bedrag (budget) uit de Centrale Kas van de Ziekenfondsraad. Bij de afrekening wil Simons de werkelijke kosten die verzekeraars maken verhogen met 125 gulden per verzekerde met een vrijwillig eigen risico.

KLOZ en VNZ waarschuwen dat de kosten voor de gezondheidszorg door deze constructie hoger kunnen uitvallen dan zonder invoering van een vrijwillig eigen risico. WVC verwacht een kostenvoordeel, maar sluit niet uit dat de kosten hoger uitvallen. In dat geval wordt de regeling aangepast, aldus WVC. KLOZ en VNZ hebben Simons laten weten dat zij de verzekeraars die bij hen aangesloten zijn ontraden in '94 een vrijwillig eigen risico aan verzekerden aan te bieden. WVC beschikt over aanwijzingen dat enkele afzonderlijke verzekeraars volgend jaar wel een vrijwillig eigen risico willen aanbieden.