Een kasteel zegt: pas op!

David Eisen: Spelen met architectuur. Doos met 35 stempels, stempelkussen en boekje. Uitg. Piramide. Prijs ƒ 39,50.

Gebouwen kunnen bang maken. Toen ik kleuter was, was ik als de dood voor molens. Het staat in mijn geheugen gegrift. Ik zat in een stoeltje voor op de fiets van mijn vader en zag de molen met zijn draaiende wieken. Mijn vader vond het prachtig, maar ik begon te krijsen en wilde maar één ding: weg van deze verschrikkelijke plek. Lang ben ik nog bang geweest voor molens. Als ik er dan per se langs moest, deed ik het rennend.

Waarom was ik bang voor molens? Als ik Spelen met architectuur moet geloven, dan kwam het doordat de molen tegen mij sprak. En blijkbaar iets heel engs zei. Spelen met architectuur is een doos met 35 stempels en een boekje over hoe je met die stempels gebouwen kunt maken. 'Architectuur is net een taal', staat in het boekje. 'In geschreven taal vormen de letters woorden. De woorden vormen zinnen, en de zinnen vormen alinea's. En als ze goed geordend zijn, brengen ze ideeën over. Architectuur werkt op een soortgelijke manier. Kleine elementen worden gecombineerd tot delen van een gebouw zoals muren en daken. Deze delen worden gecombineerd tot een heel gebouw met een eigen functie en betekenis. Zo werkt de taal van de architectuur. De stempels in deze doos zijn te vergelijken met de letters en woorden.'

Is dat waar? Kunnen gebouwen verhalen vertellen? Eerder verscheen bij dezelfde uitgeverij een doos met hiëroglyfenstempels, de Egyptische tekens voor letters. Met die stempels kun je bijvoorbeeld 'ik hou van jou' in hiëroglyfen stempelen. Met de stempels van zuilen, balken, ramen, daken en muren kun je dat niet. Als architectuur dus een taal is, is het in ieder geval een ander soort taal dan de oude Egyptische.

Een zuilenrij met een balk erop betekent dus niet: 'ik hou van je'. Maar wat dan wel? 'Door zijn verhoudingen straalt een klassieke zuil waardigheid en gratie uit', staat in het boekje. Daarom werden zuilen vaak gebruikt voor belangrijke gebouwen, zoals stadhuizen. Een ander voorbeeld is het schots en scheve huis van de Amerikaanse architect Frank Gehry in Los Angeles. Dat zegt volgens het boekje 'iets over het moderne leven. Gehry's huis weerspiegelt de wanorde die we om ons heen zien'. Waardigheid, gratie, wanorde - om dat soort woorden gaat het in de architectuurtaal. Maar architectuur kan nog wel iets meer zeggen. Een kasteel heeft dikke muren en kleine ramen. Dat betekent: pas op. Een negentiende-eeuws treinstation zegt met zijn grote ingangen en boogramen juist: welkom, kom binnen.

Bouwen met de vijfendertig stempels is niet makkelijk. Het is een heel precies werkje. Er zitten eenvoudige stempels in van een groot stuk muur met een klein raam bijvoorbeeld. Maar daar kun je alleen grove gebouwen mee maken die heel weinig zeggen. Voor het maken van mooie ramen is veel geduld en priegelwerk nodig. Architectuur blijkt erg moeilijk te zijn. Als je een ingewikkeld gebouw wilt maken dat 'waardig' is maar ook 'welkom' heet, moet je eerst diep nadenken hoe zoiets eruit moet zien. En daarna moet je gaan bedenken welke driehoeken, vierkantjes, balkjes, ramen enzovoort je moet gebruiken. Het stempelen zelf valt trouwens ook niet mee. Het is erg moeilijk om ze op precies de juiste plek te zetten en egaal zwart worden de afdrukken bijna nooit.

Vreemd genoeg ontbreekt de halve cirkel in de doos. En juist die vorm had ik nodig bij het stempelen van de molen. Zo goed en kwaad als het ging heb ik er toch een gemaakt om te zien wat de 'letters' en 'woorden' van de stempels vertellen. Wat zei de molen nu precies voor engs? Ik weet het nog steeds niet. De stempels zwijgen. Zou architectuur dan toch geen taal zijn?

    • Bernard Hulsman