Campagne tegen Libië lijkt te verzanden

De Westerse geloofwaardigheid tegenover Libië in de kwestieLockerbie is de laatste weken ernstig aangetast door de verwikkelingen rond verscherping van de VN-sancties tegen het land. En ook al wordt het desbetreffende Amerikaans-Brits-Franse voorstel alsnog snel door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties aangenomen, zoals steeds weer wordt aangekondigd, de effectiviteit van de maatregel is mogelijk fataal ondermijnd.

De Veiligheidsraad kondigde in april 1992 een vliegverbod van en naar Libië af alsmede een wapenembargo, om Tripoli te dwingen twee verdachten van de aanslag op een Amerikaans passagiersvliegtuig boven Lockerbie in 1988 uit te leveren en mee te werken aan een Frans onderzoek naar een soortgelijke aanslag op een Frans toestel in 1989. De sancties beten niet echt, ondanks Libische bezweringen van het tegendeel en verontwaardigde protesten dat tientallen mensen de dood hadden gevonden omdat ze per auto hadden moeten reizen en vervolgens waren verongelukt. Maar zoveel werd er in werkelijkheid niet gevlogen, wapens waren er toch al in overvloed en de olie-export, waar Libië op drijft, bleef ongemoeid.

Het resultaat was dat Libië wel ingewikkelde pirouettes uitvoerde, maar in feite pas op de plaats maakte. Totdat het Westen, de Libische manoeuvres beu, de afgelopen zomer een ultimatum stelde: Tripoli moest vóór 1 oktober door de knieën en anders zouden de sancties worden aangescherpt.

Maar het viel helemaal niet mee dat dreigement uit te voeren. Verscheidene Europese landen, met name Duitsland en Italië, zagen als grote afnemers van Libische olie (die van hoge kwaliteit is) niets in een verbod op de olie-export en lobbyden daar succesvol tegen. Uiteindelijk kwamen de indieners overeen een verbod voor te stellen op de levering van bepaalde onderdelen voor de olie-industrie, dat pas op termijn enige invloed op de oliestroom zou hebben, plus bevriezing van de bestaande Libische tegoeden in het buitenland - nieuwe inkomsten bleven ongemoeid.

Dat laatste punt wekte de woede van Rusland. Dat had nog miljarden dollars tegoed van Libië voor geleverde wapens, en voerde aan dat bedrag nooit te zullen terugzien als het zonder slag of stoot met de verscherpte sancties zou instemmen. Het is de vraag of het zonder 'Lockerbie' zijn geld wel zou krijgen, want Libië heeft zijn oliedollars in de eerste plaats voor binnenlands gebruik nodig. Maar hier was een kans geld binnen te krijgen, en Rusland greep die aan. Duitsland en Italië hadden ook hun zin gekregen, liet Moskou weten, en nu was het zijn beurt.

Het was inmiddels allang 1 oktober geweest. De Libische leider Moammar Gaddafi had wat schijnbewegingen gemaakt, alsof hij toch van plan was de twee verdachten uit te leveren. Zijn minister van buitenlandse zaken, Omar el-Muntasser, had bij voorbeeld verzekerd dat de twee, Abdel Baset Ali Mohamed al-Meghrahi en Al-Amin Khalifa Fhima, overigens lagere functionarissen, wat Tripoli betreft mochten worden berecht in Schotland, waar in tegenstelling tot de Verenigde Staten geen doodstraf bestaat en bovendien zeer strenge regels aangaande bewijsvoering gelden. Tenminste, op voorwaarde dat de verdachten daarmee instemden. Dat deden ze dus niet, op advies van hun Schotse advocaten die waarschuwden dat alle publiciteit rond de zaak een eerlijk proces verhinderde.

En zo was het ultimatum afgelopen zonder dat aan een van beide zijden iets gebeurde. Libië leverde de verdachten niet uit, maar zocht daarentegen de confrontatie met woedende uitvallen naar “de kruisvaarders die terugkeren” en met uitspraken als “de Arabieren capituleren, de een na de ander. Maar wij nooit!”. En in New York werd een stemming in de Veiligheidsraad keer op keer uitgesteld, omdat Rusland met een veto dreigde.

Uiteenlopende berichten deden de ronde over de voorwaarden die Rusland voor zijn medewerking stelde. Moskou zou bij voorbeeld een renteloze lening van het Westen hebben geëist ter waarde van de Libische schulden, die binnen enkele dagen van ongeveer 3 naar 7 miljard dollar stegen. De New York Times meldde dat Libië op zijn beurt Rusland 1,8 miljard dollar had aangeboden voor een veto.

Deze week meldden Westerse diplomaten in New York, die voortdurend het volste vertrouwen in het uiteindelijk welslagen van de onderneming bleven uitstralen, een akkoord met Rusland, dat was bestookt met persoonlijke boodschappen van president Clinton, premier Major en president Mitterrand. De Russische zorgen zouden in de resolutie worden vermeld en bovendien zou de maatregel pas na enig verloop van tijd van kracht worden, om Moskou nog in de gelegenheid te stellen partijen tot elkaar te brengen.

Maar of de resolutie nu in stemming wordt gebracht of niet - begin volgende week, werd gisteravond in New York verwacht - de schade is al toegebracht. Niet alleen zijn er veel berichten dat Libië inmiddels een aanzienlijk deel van zijn tegoeden in veiligheid heeft gebracht, maar ook heeft het voortdurende geruzie de geldingskracht van de maatregel ernstig ondermijnd. Dit te meer daar de geallieerden van het begin af de grootste moeite hadden de vereiste negen voor-stemmen in de 15 leden tellende Veiligheidsraad bijeen te sprokkelen. Op dit moment wordt gerekend op negen of tien voor-stemmen, een magere basis voor nieuwe sancties.

Niet voor niets kwam de secretaris-generaal van de VN, Boutros Boutros-Ghali, vorige week in een gesprek met de Washington Post tot de conclusie dat de internationale campagne tegen Libië “een totale mislukking” was. Amerikaanse functionarissen betwistten dat: mogelijk had Libië dan nog geen enkel aspect van de resoluties volledig nageleefd, zei een woordvoerder van het State Department, maar toch hadden de sancties “een belangrijk afschrikwekkend effect gehad wat betreft Libische steun voor terrorisme en connecties met terroristische organisaties”.

Gaddafi zelf bagatelliseert de zaak. Hij reisde gisteren in een witte Rolls Royce in een 80 auto's tellend konvooi naar Egypte voor overleg met president Mubarak, waar hij verzekerde graag een snel proces tegen de twee verdachten te zien om “de onschuld van Libië te bevestigen”. Maar hij onderstreepte opnieuw de twee niet te kunnen dwingen naar de VS of Schotland te gaan. Al met al achtte hij de Lockerbie-crisis “een zaak van ondergeschikt belang, die niet onze voornaamste zorg is”.

Zijn eerste zorg is waarschijnlijk de onvrede onder zijn bevolking over zaken als de hoge kosten van levensonderhoud, corruptie en slechte huisvesting, waarnaar hij voortdurend verwijst in zijn lange toespraken. Er zijn ook berichten geweest over een militaire rebellie of een poging tot staatsgreep. Gaddafi zelf heeft die berichten geridiculiseerd als “flagrante leugens van radio Londen” (de BBC), en gisteren zelfs de kolonel gepresenteerd die was genoemd als opstandelingenleider. Deze ontkende natuurlijk elke muiterij, maar Gaddafi heeft recentelijk wel zeer suggestieve waarschuwingen geuit tegen “verraders onder ons”, die moesten worden uitgewied: “wanneer zaken van binnenuit aanvallen, zoals houtworm, is dit gevaarlijk”. Aan de grenzen en in Tripoli is echter niets te merken geweest, en zelfs de meest verstokte Libische verzetsbewegingen erkennen dat Gaddafi hoe dan ook de toestand nu meester is. Uitlevering van de twee Libiërs zou daar echter verandering in kunnen brengen: de traditionele trouw aan clan en stam heeft de 24 jaar van Gaddafi's Groene Revolutie gemakkelijk overleefd.

In de Barlinnie-gevangenis in Glasgow wacht een speciaal gebouwde sectie op de Libische verdachten. Het begin van het proces is echter voorlopig niet te verwachten.

    • Carolien Roelants