Ankara wil 'totale oorlog' tegen guerrilla; Turkije vraagt actie van West-Europa tegen PKK

ANKARA, 5 NOV. Turkije heeft opnieuw aangedrongen op een strenger optreden in Westeuropese landen tegen de Koerdische Arbeiders Partij (PKK). Dat gebeurde na de aanslagen die de PKK gisteren in West-Europa pleegde, waarbij een dodelijk slachtoffer viel en enkele mensen gewond raakten. De Koerdische organisatie moet worden verboden en het persbureau Kurd-Ha, dat in Duitsland zetelt en dat wordt gezien als de spreekbuis van de PKK, moet worden gesloten, aldus een verklaring van de Turkse regering die gisteren in Bonn is overhandigd aan onder andere de Duitse minister van buitenlandse zaken, Klaus Kinkel. Deze bevestigde dat de tijd inderdaad is aangebroken om de activiteiten van de Koerdische bevrijdingsorganisatie in te perken. “Er wordt misbruik gemaakt van de Duitse gastvrijheid”, aldus Kinkel.

Het is de tweede keer in ruim vier maanden tijd dat de PKK op tal van plaatsen in West-Europa gelijktijdig aanvallen uitvoerde op Turkse bezittingen. Terwijl er eind juni ook gijzelingen plaatsvonden in enkele Turkse consulaten en ambassades, beperkten de acties zich deze keer tot aanslagen met brandbommen en molotovcoktails op Turkse banken, reisbureau's en diplomatieke missies. Het zwaartepunt van de acties lag in Duitsland, waar zeker 450.000 Turkse Koerden wonen. Enkele duizenden van hen staan als uiterst militant te boek. Bovendien worden de PKK-activiteiten in West-Europa vanuit Duitsland gecoördineerd.

Met het optreden van gisteren wil de PKK zowel wraak nemen als de aandacht vestigen op de ontwikkelingen in het Koerdische zuidoosten van Turkije. Het leger en de Koerdische separatisten zijn daar al ruim tien jaar lang in een guerrillastrijd verwikkeld, waarbij het dodental inmiddels de 10.000 is gepasseerd. Alleen al in het afgelopen jaar vielen er 2.000 slachtoffers.

Turkije heeft de PKK onlangs de 'totale oorlog', verklaard. Het streven is om gedurende de wintermaanden de guerrillastrijders uit de bergen te verdrijven. Hiertoe wordt een speciaal commandoteam van 10.000 man opgeleid, dat op dezelfde gewelddadige manier als de PKK zal gaan optreden. De grenzen met buurlanden die de Koerdische terreur ondersteunen, zullen beter worden afgegrendeld. Bovendien wordt van de regeringen in de betrokken landen verlangd dat ze - op straffe van eventuele repressailles als het afsluiten van de watertoevoer naar Syrië en het bombarderen van de PKK-kampen in de Beka'a-vallei in Zuid-Libanon - hun oude beloften nu eens nakomen en samen met Turkije de Koerdische terreur bestrijden.

De maatregelen zijn een reactie op de toenemende machtspositie van de PKK in het Koerdische zuidoosten. De landelijke kranten hebben op last van de PKK hun redactielokalen in de Koerdische regio inmiddels gesloten, terwijl ook de politieke partijen een verbod is opgelegd. Daarnaast zijn tal van scholen gesloten, zijn de investeringen vrijwel tot stilstand gekomen en zijn Turkse banken niet langer bereid leningen voor zuidoost-Turkije af te sluiten. Bovendien heeft de situatie in de Koerdische regio een nadelig effect op de totale Turkse economie, die kampt met een te hoge inflatie, een alarmerend begrotingstekort en een dalende export.

Ankara heeft in de afgelopen maanden de militaire aanwezigheid in zuidoost-Turkije opgevoerd tot 140.000 soldaten - gedeeltelijk elitetroepen - en 40.000 dorpswachters. Gouverneurs in verschillende provincies, waaronder Erzurum, delen bovendien wapens aan dorpelingen uit om zich zo te beschermen tegen PKK-aanvallen op dorpen en nederzettingen. De PKK heeft in de afgelopen weken herhaaldelijk dorpen 'afgestraft' die zich niet openlijk uitspreken voor de Koerdische 'bevrijdingsstrijd', door met name de dorpswachters, onderwijzers en ambtenaren en hun familieleden te doden.

De goed gecoördineerde aanvallen op Turkse bezittingen in West-Europa onderstrepen niet alleen nogmaals de groeiende kracht van de PKK, maar het tilt de Koerdische bevrijdingsstrijd bovendien uit boven de grenzen van zuidoost-Turkije. Het geeft zowel aan dat de PKK in staat is om de uitspraak waar te maken dat ook de Turkse bezittingen in het buitenland doelwit zijn in de strijd, als dat het West-Europa van heel dichtbij confronteert met wat zich dagelijks in het Koerdische deel van Turkije afspeelt.

Het is een situatie waarmee Turkije en de PKK elk op hun eigen manier hun voordeel hopen te doen. Zo geeft ze Ankara te gelegenheid om West-Europa er nogmaals van te verzekeren dat de PKK een terreurorganisaties is, die alleen maar met tegengeweld kan worden bestreden, terwijl de PKK West-Europa dwingt zich met de Koerdische bevrijdingsstrijd in te laten. De boodschap daarbij is dat die Koerdische bevrijdingsstrijd meer is dan terreur alleen. Terreur is het enige middel dat de Koerden nog rest om politieke en sociale hervormingen in Turkije af te dwingen.

De acties van de PKK in juni hebben evenwel tot gevolg gehad dat de balans in West-Europa meer doorslaat in de richting van begrip voor het optreden van de Turkse staat dan in begrip voor de terreurmethoden van de PKK. En dat heeft weer tot een verdere verharding van de standpunten geleidt, met als gevolg dat in elke discussie over het Koerdenvraagstuk - zowel in Turkije zelf als in Europa - de noodzaak van politieke en sociale hervormingen en de naleving van de mensenrechten verder op de achtergrond raken.

    • Froukje Santing