Adviseur Van Dieren stapt op na kritiek op milieubeleid; 'Shell is een slecht bedrijf'

ROTTERDAM, 5 NOV. Eventjes leek Wouter van Dieren, milieu-activist van het eerste uur, uit zijn vel te springen in het televisieportret over hem dat de VPRO onlangs uitzond. “Shell is een slècht bedrijf, met aardige en heel bekwame mensen, maar het is een slècht bedrijf. Ik heb kort geleden dàg met het handje tegen ze gezegd.”

Van Dieren adviseert behalve milieu-organisaties ook ondernemingen en overheidsinstanties over hun milieubeleid, als directeur van het Instituut voor milieu- en systeemanalyse in Amsterdam. Dat deed hij ook voor Shell-Nederland, en aan de kater die hij daarvan heeft overgehouden is zijn uitval naar het concern te wijten, zo blijkt uit zijn toelichting. “Ze hebben me al terechtgewezen. Met Rob Bouwman (directeur externe betrekkingen van Shell-Nederland) heb ik gisteren drie kwartier aan de telefoon gesproken.” Heeft dat iets opgelost? “Nee, we verwijten elkaar arrogantie.”

In een commentaar zegt Shell het in hoge mate te betreuren dat Van Dieren, “die de afgelopen jaren zo'n goede naam op milieugebied heeft opgebouwd, zich zo laat gaan in zijn meningsuiting over een voormalige klant. Hij is omtrent zijn uitspraak voor de VPRO-tv door Shell niet terechtgewezen, wel heeft het bedrijf hem gevraagd toe te lichten hoe hij tot deze uitspraak komt. Dit gesprek heeft inmiddels plaatsgevonden”. Shell zegt te beseffen dat de mening van een adviseur en die van het bedrijf uiteen kunnen lopen, maar dat dit niets zegt over de zorg voor milieu en veiligheid, en de communicatie daarover van het bedrijf.

Aanleiding voor Van Dierens ruzie met Shell is een meningsverschil over een 'risico-communicatieplan' voor het raffinage- en chemische complex van Shell in Pernis dat hij enkele jaren geleden opstelde. Volgens de zogenoemde post-Seveso-richtlijn, een EG-voorschrift dat na de ramp met de chemische fabriek Icmesa in het Italiaanse Seveso in 1976 werd opgesteld, moeten bedrijven met dit soort grote installaties zo'n plan opstellen om omwonenden duidelijk te maken wat in de fabriek gebeurt en welke maatregelen moeten worden genomen bij een calamiteit.

“Een storm van protest brak los over mijn rapport”, aldus Van Dieren. “De boodschapper moest worden verbrand, in plaats van dat ze de boodschap met mij gingen bespreken. In mijn stuk werd ook een risico-analyse gegeven, want je kunt alleen goed over zo'n onderwerp met mensen communiceren als je niet alleen al je voorzorgsmaatregelen meedeelt, maar ook je eigen onzekerheid, de gradaties van veiligheid. Merkwaardig is dat men dat bij Shell niet aankan. Een interne strijd tussen de koninkrijkjes van het concern brak los: in een aantal bedrijven mocht mijn rapport niet eens besproken worden. Na het aantreden van de nieuwe president-directeur, ir. Jan Slechte, eind vorig jaar, zijn allerlei plannen op milieugebied teruggedraaid die onder zijn voorganger Van Duursen op gang waren gekomen. Onder het motto: nonsens, die milieubeweging, het stelt niets voor.”

Een deel van het concern is volgens Van Dieren “wel 'geëmancipeerd'. Die medewerkers erkennen dat je natuurlijk in een goede communicatie met de buitenwacht je risico's moet aangeven. Maar een ander deel zegt: over mijn lijk, want bij dit bedrijf is alles tot in de perfectie geregeld. Dat is de kern van het probleem: bedrijven die zich zo opstellen, en die zeggen dat ze altijd absoluut gelijk hebben, die gaan onderuit. Onder de nieuwe directeur van Pernis wordt nu overigens een verstandiger beleid gevoerd terzake.”

Shell heeft door zijn positie op de markt een volstrekte misvatting over de eigen machtspositie, meent Van Dieren. “Zodra er een plan is voor een maatregel die hen raakt, dan hoor je dat ze het 'meteen met Lubbers moeten overleggen'. Shell nam in september 1991 ook het initiatief voor de protestbrief van negen groot-industrieën aan Lubbers over de milieuheffing op brandstoffen, waardoor een enorme politieke druk op gang kwam. Ik vind dat het bedrijfsleven zich net als ieder ander hoort te houden aan de democratische spelregels. Als je het niet eens bent met voorstellen voor wetgeving, dan stap je naar de Tweede Kamer, maar je gaat niet het hele kabinet onder druk zetten met een dreigement dat negen ondernemingen zich uit Nederland terugtrekken als ze hun zin niet krijgen. Dat is een soort crypto-staatsgreep.”

Van Dieren: “Ze denken dat je als adviseur een soort huurling bent. Maar ik pas voor die rol. Er moet geluisterd worden, er moet respect voor het milieu, voor overheid en Tweede Kamer zijn, anders kan er niet worden samengewerkt.”

Akzo daarentegen, een andere relatie, noemt Van Dieren “een voortreffelijke onderneming. Daar wordt naar je geluisterd en overlegd, die mensen staan open voor onderhandelen en nadenken. Bestuursvoorzitter Loudon liet onlangs nog in een toespraak in Stavanger blijken niet tegen de milieu-heffing op brandstoffen te zijn. Hij noemde het een misvatting dat de CO-heffing in één keer Europees of internationaal zou moeten zijn, omdat er ergens een begin moet worden gemaakt met een re-allocatie van grondstoffen en kapitaal, als bijdrage aan het bereiken van een duurzame samenleving. Je moet ook niet praten over gevolgen van een klimaatverandering door het broeikaseffect over 50 jaar, maar je realiseren dat deze gevolgen nu al manifest zijn in de armoede en schaarste in een groot deel van de wereld, zei hij. Zo'n uitspraak is een teken van barmhartigheid en visie.” Akzo hoorde ook tot de Groep van zeven die bij Lubbers op bezoek kwam, toen het kabinet twee jaar geleden besloot de milieuheffingen op brandstoffen drastisch te verhogen. De groep van zeven oefende met succes druk uit op het kabinet. Van Dieren: “Een groot deel van Akzo was ongelukkig met die actie. Bij Shell daarentegen is men er trots op.”

Shell verklaarde gisteren zijn eigen invulling aan het milieubeleid en de communicatie daarover te geven, “een manier die niet overeen hoeft te komen met de methode van de heer Van Dieren en zijn instituut.” Het concern zegt al lang in een “goed gesprek” met overheden en milieugroeperingen bezig te zijn het beleid uit te zetten voor de toekomst van de raffinaderij in Pernis. Voor deze fabriek is een moderniseringsplan opgesteld dat een investering van 4 miljard gulden vergt, waarvan 1 miljard voornamelijk milieu-gerelateerd is.

Milieu en veiligheid zijn onderwerpen die bij Shell “door de hele organisatie worden gedragen en hoog op de agenda van alle managementvergaderingen, waar ook ter wereld, staan. Juist als groot bedrijf zijn wij kwetsbaar en worden we dagelijks op onze handelingen beoordeeld. De heer Van Dieren valt dan ook zeer onterecht de heer Slechte en andere Shell-managers aan, die milieu en veiligheid beschouwen als een essentieel onderdeel van hun activiteiten en daar ook dagelijks in de praktijk invulling aan geven.” Dit ligt vast in een openbare beleidsverklaring “waaraan ons bedrijf getoetst kan worden”, aldus het commentaar.

Shell noemt de actie van de groep van zeven grote ondernemingen in 1991 nodig, omdat door het kabinetsbesluit om de brandstofheffingen fors te verhogen, de levensvatbaarheid van bedrijfsactiviteiten in Nederland in relatie tot de buitenlandse concurrentie in gevaar kon komen. “Een snelle actie was geboden.” Het bedrijf ontkent het initiatief voor de brief en het bezoek aan premier Lubbers te hebben genomen.

Akzo beperkte zich in een reactie tot de vaststelling dat bestuursvoorzitter Loudon in 1991 de brief van de zeven ondernemingen aan het kabinet persoonlijk heeft ondertekend. “Akzo was dus gecommitteerd.”