Zelfsturende pakketpost per parachute

Het gooien van zware kisten met hulpgoederen uit vliegtuigen is levensgevaarlijk en waar ze precies blijven moet je maar afwachten, zo heeft de oorlog in het voormalige Joegoslavië eens temeer bewezen. Daarom heeft de Nasa een verbeterde versie bedacht, de Spacewedge of 'ruimtewig'. Daarmee kan men allerlei hulpzendingen aan een parachute zeer nauwkeurig laten landen, gebruikmakend van de geolokatiesignalen van de satellieten van het Global Positioning Systeem (GPS). Zo kunnen grondtroepen in oorlogstijd worden bevoorraad, maar ook humanitaire missies uitgevoerd.

Volgens de Nasa komen er steeds meer toepassingsmogelijkheden voor het Global Positioning System dat 15 jaar geleden voor het eerst werd opgezet. Nu een aantal technische problemen is opgelost, belooft dit wereldwijde navigatiesysteem de meest gebruikte satelliettoepassing sinds de communicatiesatellieten te worden.

Met de Spacewedge, waaraan sinds twee jaar wordt gewerkt, zijn inmiddels tientallen succesvolle proeflandingen uitgevoerd. Oorspronkelijk was het de bedoeling om hiermee op simpele wijze vrachten en bemanning uit de ruimte terug te halen naar de aarde. Al snel zag men ook militaire toepassingsmogelijkheden. Met deze techniek kunnen luchtvrachten vanuit een vliegtuig worden losgelaten om aan een parachute naar hun juiste bestemming, tot 30 kilometer verderop te zweven.

In het Ruimteschip Zelflandende Zwevende Parachute Experiment, zoals het project officieel heet, valt met behulp van een gewone commerciële GPS-ontvanger een zachte landing te maken op minder dan 50 tot 150 meter van het gestelde doel. Volgens Nasa-ingenieurs van het Dryden Flight Research Facility in Edwards, Californië, valt de nauwkeurigheid gemakkelijk op te voeren tot een marge van zo'n 30 meter door toepassing van de duurdere P code GPS ontvangers waar het leger gebruik van maakt. In het project, dat gesponsored wordt door het Johnson Space Center, ligt de nadruk op toepassing van gangbare commerciële gangbare technieken. Dankzij deze benadering heeft men de ontwikkelingskosten voor de Spacewedge weten te beperken tot minder dan 100.000 dollar per jaar.

Al medio jaren zestig zijn in de ruimtevaart de zogenaamde ram-air glijparachuten ontwikkeld om bij terugkeer vanuit de ruimte voor een zache landing op aarde te zorgen. Een verbeterd terugkeersysteem van het Marshall Space Flight Center met grotere vrachten aan bredere draagvleugels werd in de ijskast gezet nadat een flink aantal parachutes aan flarden was gegaan.

In de huidige opzet is uitgegaan van een ruim één meter lang, 75 kilo wegend afgeplat dubbel-conisch voertuig met daaraan een gewone sportparachute. Aanvankelijk besloeg het parachutedoek 26 vierkante meter, hetgeen een belasting van niet meer dan 2,5 kilo per vierkante meter doek mogelijk maakte. Na een proeffase van 26 testvluchten wordt nu geoefend met een kleinere parachute van nog maar 8 vierkante meter en een wat meer realistische belasting van 9 kilo per vierkante meter doek. De kunst is om het doek zo te laten uitwaaieren, dat een zachte landing (van 0,75 meter per seconde) nog mogelijk blijft.

Naast tuigage, extra lange controlelijnen en servo-lier voor de parachute bezit de Spacewedge Rockwell international Navcore 5 verkenningssysteem, een GPS ontvanger met vijf kanalen en antenne, een data-ontvanger, barometer en ultrasone hoogtemeter, een elektronisch kompas en een vluchtcontrolecomputer. Tot het verdere instrumentarium behoren een videocamera en -recorder, transducers om de positie van de controlelijnen te meten, een datalogger en een zakcomputer voor GPS-gegevens.

De parachuut kan overboord worden gezet vanaf een ultralicht onbemand vliegtuigje met afstandsbediening.