Toneelbiografie van pianist Glenn Gould mist drama en muziek

Voorstelling: Glenn van David Young door Toneelgroep Amsterdam. Regie: Gijs de Lange. Decor: Paul Gallis. Spelers: Hans Kesting, Mark Rietman, Han Kerckhoffs, Hein van der Heijden. Gezien: 3/11, Bellevue, Amsterdam. Nog te zien: aldaar t/m 28/11. T/m 15/1 in de rest van het land.

Er bestaat een foto van Glenn Gould, waarop we de pianist in de studio aan het werk zien. Het is het portret van een virtuoos, ook voor wie niet zou weten dat hij er inderdaad een was. Hij hangt half gebogen over het klavier, het in verhouding met het tengere lijf iets te grote hoofd enigszins schuin, in opperste concentratie. Zijn hemd vlagt uit zijn broek, zijn colbert hangt aan de microfoonstandaard achter hem, naast de pedalen van zijn vleugel staan, onordelijk, zijn kennelijk inderhaast uitgetrokken schoenen. Achter het glas van de technische cabine, op de achtergrond, leest de opnameleider geconcentreerd de partituur mee. 'Bach' staat er op het schutblad.

Deze foto moet de inspiratiebron geweest zijn van decorontwerper Paul Gallis, die voor het door Toneelgroep Amsterdam uitgevoerde Glenn, een toneelstuk van David Young over het leven van de in 1982 op 50-jarige leeftijd overleden pianist, een soortgelijke studio ontwierp. Vleugels, geluidstafels, veel bedradingen, stoelen, een enkele crapaud - typisch het domein van een gedrevene. Het wordt verlicht door een indrukwekkende batterij industriële lampen, onderverdeeld in rijen van roodbruin en blauw licht. Op de foto zijn in het weerspiegelende glas soortgelijke lampen te zien.

Aan het begin van de voorstelling gloeien ze langzaam op, terwijl op de band Goulds debuutplaat uit 1955 met zijn eerste versie van de Air van Bachs Goldberg Variaties weerklinkt. Aan het slot doven ze even langzaam, op de klanken van zijn tweede, veel rustiger versie van hetzelfde deel, opgenomen vlak voor zijn dood. In beide versies is het karakteristieke geneurie, waarmee hij zijn vingers begeleidde, hoorbaar. Tussen deze twee momenten ligt zijn leven, op toneel badend in helwit halogeenlicht.

Toneelbeeld, verlichting en muziek zijn prachtig - je zou willen dat zij niet slechts een ondersteunende rol hadden hoeven spelen in deze toneelbiografie. Maar het leven moet verteld worden, een verhaal, gevuld met het excentrieke gedrag van het genie. En met zijn muziektheoretische uitspraken. De petite histoire geldt zijn vliegangst, de zorg voor zijn lichaam, het in hoogzomer komen opdraven in dikke jassen, uit angst voor kou op de spieren. En zijn beslissing, in 1964 genomen, om nooit meer concerten te geven, omdat in destudio de perfectie beter gegarandeerd kon worden.

Om van dit leven theater te maken heeft Young Gould opgedeeld in vier figuren: de in absolute schoonheid gelovende Puritein, de Concertpianist, de voor de studio kiezende Perfectionist en het intuïtieve Wonderkind, respectievelijk gespeeld door Han Kerckhoffs, Mark Rietman, Hans Kestingen Hein van der Heijden.

Die opzet is een schoolvoorbeeld van een papieren idee, hoe evenwichtig spel en regie (van Gijs de Lange) ook zijn. We kijken uiteraard niet naar karaktertrekken, we zien slechts een nodeloos ingewikkeld geheel. Een geforceerde opsplitsing en geen drama opleverende, tegenstrijdige krachten. Wat ontbreekt is de muziek, in meer dan een opzicht.

    • Pieter Kottman