Tekstkeuze benadeelt meisjes bij taalexamens

ROTTERDAM, 4 NOV. Teksten in het centraal schriftelijk examen in moderne vreemde talen gaan nauwelijks over gevoelens, menselijke relaties of opvoeding. Het zijn vooral betogen over politiek, economie, sport, techniek en geweld. Fictie en literaire teksten zijn al helemaal een uitzondering. Hierdoor scoren meisjes in deze examens gemiddeld lager dan jongens, terwijl meisjes verder vaak wel beter zijn in taal. De leesgewoonten en interessegebieden van jongens en meisjes blijken sterk te verschillen.

Dit blijkt uit het proefschrift van K. Bügel 'Sekseverschillen in tekstbegrip bij moderne vreemde talen', waarop zij vandaag promoveerde aan de Groningse Universiteit. Bügel werkt bij het Cito en is nauw betrokken bij de produktie van de landelijke examens voor moderne vreemde talen in het voortgezet onderwijs. Bij deze examens worden de leerlingen korte teksten uit buitenlandse week- en dagbladen voorgelegd.

Bügel begon haar onderzoek omdat zij zich verbaasde over het contrast tussen de vaak geconstateerde voorsprong van meisjes op taalgebied en het feit dat juist de centraal schriftelijke examens in vreemde talen door hen slechter worden gemaakt dan door jongens. Voor de schoolonderzoeken, waarbij veel meer op taalvaardigheid wordt getoetst, halen meisjes wel hogere cijfers. Nog niet eerder is vastgesteld dat de inhoud van de tekst van invloed is op de verschillende examenscores van jongens en meisjes.

Dat de inhoud van de toets een grote rol speelt blijkt ook uit het feit dat de prestatieverschillen tussen jongens en meisjes van jaar tot jaar en per toets variëren. Zo behaalden in 1990 vrouwelijke eindexamenkandidaten in het vak geschiedenis een hogere score op het onderdeel vrouwengeschiedenis terwijl de jongens daarentegen hogere punten haalden voor de vragen over de Tweede Wereldoorlog. Voor het centraal schriftelijk Nederlands blijken de meisjes weer in het voordeel te zijn, omdat daar door samenvatting en opstel een veel groter beroep op creativiteit wordt gedaan.

Jongens blijken veel meer op de actualiteit en de wereld gerichte kennis op te doen doen dan meisjes, zo constateerde Bügel. Ook al omdat veel van de teksten in de examens afkomstig zijn uit kranten zijn jongens in het voordeel. Uit onderzoek blijkt dat als een lezer in een vreemde taal eenmaal een bepaald drempelniveau heeft behaald achtergrondkennis van het onderwerp belangrijker wordt voor het begrip van een tekst dan vocabulaire-kennis.