Si,si,si ... signore

Vandaag is in zijn graf in zijn geboorteplaats Rimini de laatste film van de cineast Frederico Fellini geëindigd. Zoals al zijn films was ook zijn ziekte, sterven en begrafenis een realistisch schouwspel, dat slechts degenen die hun eigen ogen niet kunnen geloven, beschrijven als grotesk en barok, als het produkt van onbeperkte fantasie.

Fellini was de filmer van het werkelijke Italië, waar gespeeld wordt met wonderen en bedrog, waar de verontwaardiging over andermans slechtheid dramatische vormen kan aannemen en het geloof in een hemelse toekomst onwrikbaar is. Hij had in veel films Marcello Mastroianni als ideale speler voor de hoofdrol, die zonder te acteren al de Italiaanse werkelijkheid verbeeldt. “Si, si, si ... signore.”

Hij was niet burlesk en ironisch met zijn wulpse vrouwen, clowns, potsierlijke autoriteiten en gekken. Zijn eigen einde was ook geen cabaret, maar werkelijkheid. Hij vertelde na zijn hersenbloeding in een interview over de schoonheid van een verpleegster, over zijn ziekte als een nieuw onderwerp voor een film en plaagde met godsdienstige gevoelens na een leven van conflicten met de katholieke kerk. Later werd hij moedelozer, maar hij liet zich als hoofdrolspeler in zijn eigen film in een rolstoel naar zijn woning in Rome rijden om zijn zieke echtgenote te begroeten en het gejuich van de buren te ondergaan :“Maestro! Maestro!”.

Een foto van hem in coma werd een journalistiek schandaal. Eenmaal overleden werd hij opgebaard bij een filmdecor, omgeven door carabinieri in gala-uniform en Romeinse agenten met witte helmen, en stroomden tienduizenden langs zijn kist. Het waren dezelfde hoofden die als figuranten zijn films bevolkten. Een staatsuitvaartdienst in Rome met de president van de republiek en de hele Italiaanse filmwereld vormde het dramatisch hoogtepunt bij de bewijsvoering dat Fellini geen dromen filmde, maar de Italiaanse werkelijkheid.