Serviërs verhinderen onderzoek massagraf

ZAGREB, 4 NOV. Plaatselijke Serviërs hebben, althans voorlopig, een eind gemaakt aan het VN-onderzoek naar de massamoord bij Vukovar. Dit onderzoek wordt ondernomen op last van de speciale VN-commissie die oorlogsmisdaden in het voormalige Joedgoslavië onderzoekt.

In het massagraf van Ovcara bevinden zich, zo wordt vermoed, de lichamen van tweehonderd tot driehonderd Kroaten, die volgens ooggetuigen eind 1991, na de verovering van Vukovar door de Serviërs en het federale Joegoslavische leger, uit het plaatselijke ziekenhuis werden gehaald en in Ovcara werden vermoord. Bij de slachtoffers zou het zijn gegaan om gewonden, zowel burgers als militairen, en om de staf van het ziekenhuis.

Een groep van zestig onderzoekers is met assistentie van Nederlandse genietroepen begonnen met het opgraven van de lichamen; inmiddels is vastgesteld dat het bij de slachtoffers inderdaad om Kroaten ging en dat ze op de plek van het massagraf zijn vermoord.

Hoewel de leiders van de door de Kroatische Serviërs beheerste 'republiek Krajina' hun toestemming voor het onderzoek hebben gegeven, moesten de onderzoekers gisteren hun werk staken op last van plaatselijke Servische commandanten. Die ontzegden hun de toegang tot het massagraf met het argument dat “eerst een politieke oplossing moet worden gevonden voor de toestand in voormalig Joegoslavië”. Toen de Serviërs duidelijk maakten desnoods geweld te zullen gebruiken tegen de onderzoekers, gaven die hun pogingen om hun werk voort te zetten, op. “Ik wil niet dat levende mensen worden gedood bij het graven naar dode mensen”, aldus de leider van het team, de Amerikaan Eric Stover. (Reuter, AP)