Richard Prince exposeert in Museum Boymans-van Beuningen; De kunst van het her-fotograferen

Richard Prince, Foto's, schilderijen en objecten. In Museum Boymans-van Beuningen, Rotterdam. T/m 28 nov. di-za 10-17u, zo 11-17 uur.

Ruim honderd foto's, schilderijen, tekeningen, objecten en 'litaire produkten' is de oogst van vijftien jaar Appropriation Art door de Amerikaan Richard Prince. Appropriation-kunstenaars - met als bekendste vertegenwoordigers Haim Steinbach, Allan mcCollum, Jeff Koons en Prince - eigenen zich bestaande beelden toe, in de ruimste zin van het woord. Zij doen dit om de modernistische mythen van originaliteit, authenticiteit en het onderscheid tussen 'high art' en 'low art' te ontkrachten. “De monolithische heroïsche maker als subject wordt vervangen door een anti-heroïsche bezigheid”, aldus een verklarend bord op de tentoonstelling in Boymans. Dit soort beuzelteksten moeten kennelijk gewicht verlenen aan een oeuvre dat van zichzelf weinig gewicht heeft.

Appropriation-kunstenaars vinden hun materiaal in de massamedia, met name in de reclame. Prince zoekt het in de 'glossies', luxe-tijdschriften. Het startpunt lag bij een baantje bij Time-Life in New York, waar hij redactionele artikelen uit tijdschriften moest scheuren. De fotopagina's hield hij zelf. Parfum- en make-up reclames, de Marlboro-cowboy en foto's van filmsterren waren en bleven favoriet.

Prince wil laten zien wat hem zo fascineert aan de glamour-foto's. Hij wil het verleidingsmechanisme ontrafelen, of, in de woorden van Hal Foster, 'de verleiding op heterdaad betrappen'. Die fascinatie van Prince is alleszins begrijpelijk. Het is tenslotte datgene waar de reclame op uit is, en waarvan wij vaak de gewillige slachtoffers zijn. Sla een willekeurig modetijdschrift op en de verleiding zindert je tegemoet. Wat een detail! Wat een fijne textuur heeft haar zachte huid, welk een kleurenharmonie van ogen en lippen en lichte blosjes, hoe innig en soepel vlijt zich het bont tegen haar blote schouder!

Maar die fascinatie vind ik bij Prince niet terug. Een serie van drie vrouwen die dezelfde kant opkijken, het is te bedacht, te artistiekerig, en vooral: het is afgeleid, tweedehands. Prince thematiseert de verleidelijkheid en ontneemt daarmee de beelden hun verleidingskracht. De wijze van exposeren draagt daar nog eens bij: didaktisch, chronologisch, strevend naar volledigheid, de belichting neutraal zoals het in het museum behoort. Van 'de verleiding op heterdaad betrappen' is geen sprake.

Indien de beelden van Prince geen intrinsieke waarde hebben (en dat hebben ze niet), schuilt het belang van zijn werk dan misschien in de methode? Het eigene van Prince' toeëigening bestaat eruit dat hij cartoons her-tekent, grappen her-vertelt (op doek of op papier) en, zijn belangrijkste specialiteit, foto's her-fotografeert. In 1977 her-fotografeerde Prince voor het eerst vier bankstel-interieurs uit The New York Times magazine. De implicaties van deze daad waren, volgens de catalogus, 'enorm'. Met één klikje van de camera riep Prince twijfel op over 'de aard van de inventie' en over het idee van een maker. “Waren deze beelden echt? Echter dan het origineel? Of waren de originelen fictief? Waar en wie is de maker?”

Je zou denken dat we hier getuigen zijn van de geboorte van een Duchamp, en dat het idee om het kunstwerk als oorspronkelijke schepping ter discussie te stellen van Prince afkomstig is. Maar dit idee, evenals het tot kunst verklaren van niet-kunstige objecten, is zo oud als de twintigste eeuw, en meer dan één keer op indringende wijze aan de orde gekomen. Prince voegt hier niets aan toe.

Opmerkelijk blijft dat er steeds op gewezen wordt dat zijn variant van Appropriation nieuw en authentiek is. Dat niet alleen: hij was de eerste die zich reclame-foto's toeëigende; zijn 'strategie' is 'origineel'. Maar Prince was het er nu juist om te doen, dergelijke modernistische mythen te ontkrachten. Met andere woorden, zijn activiteit wordt gewaardeerd op grond van criteria waarmee hij meent te hebben afgerekend. Hoe komt dat? Volgens mij zo: een geslaagd kunstwerk is per definitie origineel en authentiek, of de maker daar nu op uit is of niet. Het laat iets zien wat nog niet eerder op die manier zichtbaar en kenbaar was; dat maakt het tot een uniek en individueel object. Maar Prince laat uitsluitend dingen zien die al zichtbaar en gekend waren. Dus moet de manier waarop hij niets zichtbaar maakt origineel zijn, en individueel. En laten we eerlijk zijn: Prince kwám als eerste op het idee om foto's te her-fotograferen.