No-nonsens cultuur bedreigt ons openbaar bestuur

De korpschefs van de vier grote steden heben de Machiavelliprijs voor overheidsvoorlichting gekregen. Ex aequo. Maar het was geen vraag wie de grote winnaar was: drs. E. Nordholt, hoofcommissaris van Amsterdam. Deze liet collega's als Wiarda van Utrecht meer dan een honkbalknuppellengte achter.

Dat gebeurde in de volgende summiere gedachtenwisseling met presentator Paul Witteman van NOVA in een programma over de georganiseerde misdaad. Aanleiding was de opmerking van Nordholt dat corruptie een fenomeen is dat zich op diverse plaatsen voordoet.

Witteman: “Ook bij politieke partijen?”

Nordholt: “Ook bij politieke partijen als dat nodig is.”

Witteman: “Weet u daar meer van?”

Nordholt: “Daar weet ik meer van.”

Volgde nog de mededeling dat de betrokken partij was ingelicht en orde op zaken had gesteld, doch geheim moest blijven.

Al gauw bleek het te gaan om de PvdA in een Amsterdamse deelraad, die gewaarschuwd is tegen een infiltratiepoging via de groslijst van iemand met connecties binnen de Turkse mafia. Inmiddels is daar nog een gerichte tip aan de Amsterdamse VVD bijgekomen. In het kielzog van Nordholt zijn nog enkele andere aanwijzingen komen bovendrijven dat de politiek geen rustig bezit meer is. Zeker op lokaal niveau zijn de politieke partijen tegenwoordig uit op vers bloed. Naarmate men de vertrouwde partijcircuits verlaat neemt de kans op een onplezierige verrassing toe.

Een gewaarschuwde partij telt voor twee. Toch roept de aanpak van Nordholt een aantal vragen op. Zo is het vreemd dat burgemeester Van Thijn kennelijk pas nà de televisie-uitzending is overgegaan tot vertrouwelijk beraad met de fractievoorzitters in de Amsterdamse raad. Problematisch is ook de aard van Nordholts waarschuwing. Voorzover bekend is het door hem genoemde geval nog in onderzoek. De bekende strafpleiter mr. G. Spong heeft er in dit verband op gewezen dat een verdachte voor onschuldig dient te worden gehouden tot het tegendeel is bewezen.

Dat is echter niet het hele verhaal, getuige de Wet op de justitiële documentatie. Deze bevat een regeling voor de “verklaring omtrent het gedrag” die voor sommige functies is vereist, waarbij de burgemeester een centrale rol speelt. Deze kijkt daarbij niet alleen naar het strafblad (veroordelingen of daarmee gelijk te stellen justitiële beslissingen) maar mag ook rekening houden met een lopend strafrechtelijk onderzoek. Deze regeling is met reden uit de hoek van de reclassering gekritiseerd. Dat neemt niet weg dat de omstandigheid dat er een serieus onderzoek tegen de kandidaat voor een gevoelige functie loopt, in bepaalde gevallen wel degelijk relevant kan zijn.

In het geval van vermoede infiltratie door de georganiseerde misdaad hoeft er echter nog niet eens sprake te zijn van een strafrechtelijke verdenking. Het ligt veeleer voor de hand dat de stroman zijn handen schoon houdt. Daarmee betreden wij het gebied van de criminele inlichtingen, tegenwoordig een politiële groei-industrie. Van sommige gegevensverzamelingen op dit gebied wordt openlijk toegegeven dat zij 'grijs' zijn, maar eigenlijk geldt voor de hele criminele inlichtendienst (CID) dat hij opereert in een jurdische schemerzone. Dat geldt niet in de laatste plaats voor de hardheid van de gegevens. Nog in 1990 bleek uit onderzoek dat verschillende CID's vooral varen op “de intuïtie van de politieman”. De controle op politie-activiteiten in het criminele Vorfeld is per definitie gebrekkig, niet in de laatste plaats vanwege de manier waarop de CID zijn bronnen pleegt af te schermen.

Gezien de aard van het werk valt aan geheimzinnigheid natuurlijk niet te ontkomen. Maar dan rijst er wel een probleem wanneer men deze informatie gebruikt voor gerichte waarschuwingen. Naar hun aard kunnen criminele inlichtingen slechts dienen als tips om een strafrechtelijk onderzoek op te bouwen. Of dat laatste lukt, is - for better or for worse - ter beoordeling aan de justitie. Lukt het niet er een zaak van te maken dan behoort de informatie binnen het vertrouwelijke CID-circuit te blijven. Zelfs dan is het overigens de vraag wat men mag laten rondzingen.

Inmenging in de politieke selectieprocessen is een geval apart, want dan is het grondwettelijk gegarandeerd passief kiesrecht in geding. In het enigszins vergelijkbare geval van de veiligheidsonderzoeken door de BVD is een jaar of twintig geleden al eens een speciale commissie ingesteld om bezwaren te behandelen. Een groot succes is dat niet geworden. En het feit dat zo'n onderzoek wordt ingesteld is de desbetreffende solicitant echter in beginsel al bekend. Geheime screening van kandidaten voor politieke functies op mogelijk corruptiegevaar zal het toch moeilijk kunnen stellen zonder een vorm van politieke controle, te vergelijken met de vaste commissie voor de inlichtingendiensten uit de Tweede Kamer, die desnoods vertrouwelijk de dossiers kan opvragen.

Nog even terug naar hoofdcommissaris Nordholt. Door zo openlijk de geest uit de fles te laten heeft hij zich vooral blootgesteld aan het verwijt de hele politiek in discrediet te brengen. Zijn geserreerde waarschuwing stak echter mager af bij het apocalystische beeld dat tezelfdertijd in de doorgaans zo bedaarde kolommen van het Nederlands Juristenblad werd opgeroepen door de Leidse hoogleraar criminologie (en topambtenaar op het departement van justitie) dr. J.J.M. van Dijk. Deze vindt dat Nederland op de drempel staat van Italiaanse toestanden. Tegelijk gaf hij wat de politiek betreft een wezenlijk verschil aan. De greep van de mafia op de Italiaanse samenleving is niet in de laatste plaats te wijten aan actieve collaboratie door het politieke establishment zelf, dat niet aarzelde om gangsters te gebruiken voor het uitschakelen van tegenstanders.

De risico's voor de integriteit van het openbaar bestuur in Nederland zitten veeleer verscholen in de moderne no-nonsense cultuur:

- Het nemen van profitorganisaties als referentiekader voor de overheid.

- Het voortdurend bezig zijn met organisatie en management in plaats van met de inhoud van het werk.

- Het zien van recht als een instrument en niet als een doel.

Wanneer de nieuwe zakelijkheid te ver doorschiet helpt zelfs geen hoofdcommissaris als moderne mediaheld.

Het ligt veeleer voor de hand dat de stroman zijn handen schoon houdt

Nordholt liet collega's als Wiarda ruimt een honkbalknuppellengte achter

    • F. Kuitenbrouwer