Niemand kent Helsinki

Het zo lang om z'n saaiheid beruchte Helsinki wordt met de dag mondainer. Langs de boulevard en de kades van de havenstad nodigen Rue Rivoli, het Rockcafe, homobar Blue Boy en discotheek Don't Tell Mama de voorbijganger uit tot het drinken van een kop koffie. Of een glas bier. Want de rigide drankwetten zijn onlangs versoepeld. 'De dochter van de Oostzee' wordt vrouw van de wereld.

Het begint zo mooi, op een zonnige namiddag aan de haven. Er is markt in Helsinki, met kramen vol wilde bosvruchten, paddestoelen, bontmutsen en verse doperwten, die worden verkocht in grote bruine zakken en door ontspannen slenteraars rauw worden opgegeten.

Een kalende man met een scheiding vlak boven z'n nek speelt volkse wijsjes op een accordeon naast lege olievaten waarop moten vis langzaam gaar worden. Midden op het plein staat een pilaar met in de top de tweekoppige Russische adelaar, op wiens vleugels altijd wel een paar stoer kijkende Finse zeemeeuwen zitten. Rondom een exotische mengeling van gebouwen: Lutherse eenvoud, frivolere Jugendstil en - glinsterend in het lang nagloeiende avondlicht - de gouden ui van de orthodoxe kathedraal.

Langs de kade liggen vissersboten, privé-jachten en cruisers die uitvaren naar Tallinn, Sint Petersburg en Stockholm. Een wandeling over de brede Aleksanterinkatu, een avenue met in het midden een groene flaneerstrook, voert langs terrassen, waar zomers straatartiesten en volksdansende meisjes en jongens met blonde haren en rode konen rondzwermen. Het land waar het leven goed is. Hoewel, wat doet dat trillerige echtpaar met die wodkaflessen daar?

De winkels en gebouwen van deze chicste boulevard van Helsinki weerspiegelen geschiedenis en cultuur van de stad. Naast het paleis van de president staat de Zweedse ambassade. Ooit was Zweden hier heer en meester en nog steeds is zo'n zes procent van de bevolking Zweedstalig - wat tot voordeel heeft dat het totaal onbegrijpelijke Fins op de officiële bewegwijzering of op menu's en in de bioscoop vergezeld gaat van het iets toegankelijkere Zweeds. Verder op de Aleksanterinkatu bevindt zich het respectabele Russische restaurant Alexander Nevski, met gerechten als borsj en beerpastei. Er is een immense vissport- en jachtwinkel, en een grote zaak met Finlands trots, Arabia-keramiek, in de kenmerkende stijl van het land: simpel en krachtig. Ook de bekende modemerken zijn vertegenwoordigd, Annikki Karvinen en Marimekko.

Wie uit is op koopjes, kan het best de zeer levendige openluchtmarkt aan het eind van de Bulevardi bezoeken, voorbij de oude opera. Een soort vrijmarkt voor professionele en minder professionele handelaren, waar je soms het geluk hebt een verkoper te treffen die zijn of haar garderobe ineens zat is of besloten heeft die oude samovar voor een zacht prijsje van de hand te doen. Iets terzijde staan Russen met horloges, onduidelijk gereedschap of drie kapotte theekopjes.

Vlak bij de markt ligt overigens het beroemde koffiehuis Ekberg; de inrichting dateert nog uit het openingsjaar 1852. Het is vreemd gesteld in Helsinki; zoals de architectuur een mengeling is van diverse stijlen, zo is het ook met de interieurs van cafés en restaurants. Er zijn stijlvolle, ruime koffiehuizen die aan Midden-Europa doen denken, stoere Scandinavische restaurants met veel donker hout en robuuste meubelen, maar ook volkseethuizen met formica tafels en sanseveria's op de vensterbanken, 'Oostblok'-kroegen en danslokalen. De nieuwste cafés doen kosmopolitisch aan, met hun uit Frankrijk geïmporteerde rieten stoeltjes en marmeren tafeltjes en namen als Rue Rivoli.

Ierse pubs, Amerikaanse Rockcafés, saladbars, Italiaanse restaurants met echte Italiaanse brillantine-coupe obers: “Het zo lang om z'n saaiheid beruchte Helsinki wordt met de dag mondainer”, vertelt Rudy de Casseres. De Amsterdammer kan het weten. Hij woont al twintig jaar in de Finse hoofdstad, was getrouwd met een Finse, werkt als receptionist in het luxueuze Strand Intercontinental Hotel en is verliefd op Helsinki. Maar ook een beetje onzeker, of zijn gast wel de juiste onbevangen blik heeft om de charmes van zijn stad te onderkennen. “In eerste instantie komen de mensen wat stug over,” waarschuwt hij. “En het is waar dat ze soms wat veel drinken - maar dat is uit verlegenheid.”

Hijzelf is dol op de ruimte en de rust van Helsinki. Je hoeft er niet voortdurend opzij te springen voor auto's, en in de waterstad bepalen schepen, kades, havens, weidse uitzichten over de Finse Golf, frisse zeewind en reusachtige meeuwen de sfeer. We lopen over de zonnige kade van het centrale schiereiland Katajanokan, langs de ijsbrekers en het enorme rode bakstenen gebouw van een of andere gemeentelijke dienst. In verschillende films, waaronder Reds met Warren Beatty, gaat dit pand overtuigend door voor een Sovjet-treinstation of KGB-hoofdkwartier. “Niemand kent immers Helsinki?” merkt De Casseres niet zonder ironie op.

Het luxueuze restaurant Katajanokan Kasino, vroeger clubgebouw van Russische en daarna Finse officieren, slaan we over. Je zit er prachtig aan het water en er musiceren twee bijna transparante zusjes met hoge jukbeenderen en lange blonde haren, maar wij willen naar Wellamo. Een restaurant dat de naam heeft artiesten te trekken en dat op eigenzinnige wijze wordt gerund door een vriendelijke dame met weemoedige ogen. Rudy de Casseres komt er vaker en memoreert de keren dat zij hele tafels negeerde vanwege gezichten die haar niet aanstonden, en Engelse menukaarten opeens onvindbaar bleken, zodat buitenlanders op goed geluk in het Fins moesten bestellen.

Gepekelde augurk met zure room en honing is een goede bodem voor een avond stappen, weet De Casseres. Hij voert me langs de gebouwen waar hij als inwoner van Helsinki trots op is: het beroemde station van architect Saarinen, wijd en open en met van dat groen uitgeslagen koper bovenop de ronde torens. Er tegenover ligt Hotel Vaakuna, gebouwd ter gelegenheid van de Olympische Spelen van 1952. In de duistere lobby staan stoelen met onwaarschijnlijk hoge rugleuningen, alsof het een decor is voor een spionagefilm. In Hotel Seurohuone, in dezelfde tijd gebouwd aan de overkant van de straat, zit in het krullerige grand-café een beschaafd publiek gebakjes te eten en pils te drinken. Als het om alcohol gaat, is bier dé drank in Helsinki.

Het is ook het enige dat redelijk betaalbaar is. Wij drinken koffie in Café Engel, op het plein bij het gigantische senaatsgebouw. Het verhaal gaat dat zelfs architect Engel geschokt was over de afmetingen toen het er eenmaal stond. Ook in dit café weer een vrij jong en in kleding en haardracht conformistisch publiek. Alternatievelingen kent Helsinki eigenlijk niet, meent De Casseres. Hij kan zich vergissen, maar van 'underground' is volgens hem nooit sprake geweest. Geen jeugd in verzet, geen 'nieuwe golven', en al evenmin de stadse onderwereld van betaalde sex, louche nachtclubs en andere zondige praktijken. Daar dééd Helsinki gewoon niet aan.

Recentelijk zijn er echter in rap tempo striptease bars geopend en bieden meisjes uit Rusland en Estland zich steeds vaker aan op straat. Helsinki lijkt een echte stad te worden. De altijd zo rigide drankwetten zijn wat versoepeld, zodat 'zwaar' bier op veel meer plaatsen mag worden verkocht. Meer terrasjes, meer buitenlanders, meer invloeden vanuit de rest van de wereld; als dat zo doorgaat wordt 'de dochter van de Oostzee' nog een vrouw van de wereld. Maar wel een met gebruiksaanwijzing.

In Zetor, waar de tafels gemaakt zijn van oude tractoren van het Tsjechische merk Zetor, en de wanden zijn behangen met landbouwwerktuigen, drinken wij ons in Finse Stijl moed in. Het populaire bierpaleis onderstreept dat Helsinki nog maar kort een stad is. Pas na de Tweede Wereldoorlog groeide het uit tot de huidige omvang, woonplaats van zo'n half miljoen mensen, en alleen de jongere generatie groeide er op. De rest komt regelrecht van het platteland. Eigenlijk horen de meeste Finnen, zelfs de meeste Helsinkirs, nog steeds thuis in de natuur. Vandaar de grote uittocht, in weekeindes en vakanties, naar het buitenhuis.

Op naar dancing Fennia. Een klassieke ruimte met ronde dansvloer met houten omheining. Het is goed vol, maar iedereen blijft angstvallig achter het hek. Dancing Queen, Rhythm is a dancer - aan de muziek ligt het niet, maar de Finse voeten lijken wel van leem. Vergis je niet, zegt De Casseres, er wordt wel degelijk gedanst in Helsinki. In Vanha Maestro doen ze niets anders. Het is alsof we twintig jaar terug zijn in de tijd. Een orkestje speelt tango's en cha cha cha's, steeds sets van twee want zo hoort het. De man vraagt een vrouw ten dans door haar op de schouders te tikken, leidt haar naar de dansvloer, danst met haar en brengt haar na twee nummers netjes terug naar haar plaats. Boven het orkestje flikkert ter aanmoediging een rood hart, maar de meesten hebben dat niet nodig. Wie hier komt, komt om te dansen. Het vaste stramien biedt houvast. Dit soort danslokalen was altijd de meest geliefde uitgaansgelegenheid in heel Finland, maar vooral in de grote steden zit er de laatste jaren de klad in. Vanwege de modernere disco's, waar vrije keus van partner en pasjes de voeten verlamt.

Om de hoek, in de Eerik-inkatu, zijn de jaren negentig voorgoed aangebroken. Jong, cultureel en trendy Helsinki zit in Corona. Net als het aanpalende filmtheater Andorra is het eigendom van de filmbroeders Kaurismèki. Internationaal doorgebroken is vooral Aki Kaurismèki met films als Ariel en Leningrad Cowboys go America. De merkwaardige rockers van de Leningrad Cowboys, een en al vetkuif en puntschoen, gaven afgelopen zomer nog een openluchtconcert in Helsinki, met maar liefst het voltallige Rode Leger Koor uit Rusland - ooit het culturele uithangbord van de Sovjets. Zeker voor Finnen moet dit een bijzondere sensatie zijn geweest.

Naast Corona zit tout homoseksueel Helsinki, althans het mannelijke deel daarvan, in bars H2O en Blue Boy. Na één uur gaan velen door naar discotheek Don't tell Mama. Zeker niet exclusief voor homo's, maar door hun openlijke aanwezigheid een plek met wat meer actie op de dansvloer. Hier besef ik opeens wat het is dat me de hele avond al bevreemdt. Niemand kijkt me aan. Sterker nog, iedereen lijkt z'n best te doen om alle contact te vermijden. “Daaraan moest ik in het begin ook erg wennen”, zegt De Casseres. “Het leuke is dat ik hier doorga voor een hele spontane jongen, terwijl ik in Amsterdam altijd bij de verlegen types hoorde.”

De volgende dag ga ik de uitdaging aan. Alleen op stap in Helsinki. Naar het Ateneum, Finse romantische schilders als Akseli Gallen-Kallela bewonderen. Naar het pretpark, de botanische tuin, een Russische onderzeëer in, naar warenhuis Stockmann en naar de dierentuin. In Cantina West, geheel tex-mex, drink ik een marguerita en bestudeer het gedrag van het publiek. Rechtstreeks kijken is er weer niet bij, maar zodra iemand opstaat en wegloopt klitten alle blikken zich vast aan zijn of haar rug. Met do you speak English kom ik ook ditmaal niet ver. Paniekerige ontkenningen of zulke schuchtere en nuchtere reacties - you need something? - beperken de ontmoeting steeds tot enkele seconden.

Andere bezoeken aan de horeca kenmerken zich door eenzelfde stroefheid. Als ik me begin af te vragen of het aan mij ligt, zie ik dat de obers alle gasten zo afstandelijk behandelen. Niemand lijkt zich daar overigens aan te storen. Ineens dringt tot me door hoe ik aan het vreemde gevoel in m'n maag kom: het is niet de vorschmack (tot een moes vermalen lamsvlees met haring) die verkeerd valt, maar een aanval van eenzaamheid. Het klikt niet tussen mij en Helsinki.

    • Lieke Noorman