Nederland is de sub-subtop van het rugby ontstegen

APELDOORN, 4 NOV. Een van de spelers van het rugbyteam van Israel maakte gisteravond een onvergeeflijke fout. Halverwege de tweede helft van de wedstrijd tegen Nederland mopperde hij op de scheidsrechter. Direct doken twee teamgenoten op hem af. Ze sleurden hem weg en gaven hem een klap op zijn wang. De aanvoerder vroeg belet bij de referee en bood zijn excuses aan. De sanctie bleef beperkt tot de reglementair voorgeschreven straf.

Het is een spelregel waar het voetbal zijn voordeel mee zou kunnen doen. Klagen bij de scheidsrechter kost tien meter terrein. Maakt een rugbyer een overtreding, dan krijgt de tegenstander een vrije trap. Klaagt de boosdoener, dan wordt de vrije trap tien meter naar voren verschoven.

De spelers van het Nederlands vijftiental zijn amateurs, net als de wereldtoppers in Australië en Engeland. Ze werken of studeren overdag en trainen of spelen 's avonds. Ze doen het voor de lol en drinken een na afloop een biertje. Nederland, met vijfduizend rugbyers, hoort net wel of net niet bij de beste zestien landen in de wereld. Dat wordt in mei 1994 beslist, in Rome tegen Italië. De wedstrijd van gisteravond tegen Israël (56-0) bewees dat Nederland de sub-subtop is ontgroeid.

Sport zonder geld hanteert nog rituelen die staan voor de idealen van de sport. Er mag veel op een rugbyveld. Fors fysiek contact is gewenst en alle spelers dragen gebitsbeschermers. Maar niemand maakt ophef van een tijdelijk ontzette knie of enkel. Blessurebehandelingen zijn kort en efficiënt. De vier Israeli's die het veld moesten verlaten - wisselen mag alleen bij een blessure - kregen applaus van de vijftienhonderd Nederlandse fans op de tribune.

Voor een voetbalinterland fluit een deel van de toeschouwers als het volkslied van de opponent wordt gespeeld. Gisteren waren alleen de meezingende Israelische spelers te horen. Na ieder rugbymatch stellen de spelers zich in twee rijen op, lopen de tegenstanders daar tussendoor en bedanken spelers en scheidsrechter elkaar. Zelfs als er tijdens een verhitte wedstrijd ook klappen zijn gevallen. Op de enige echt smerige overtreding, een tackle boven schouderhoogte, staat een schorsing van minimaal een jaar. Zo'n tackle kan een nek breken.

Ook John van Altena, sinds april dit jaar de Nederlandse bondscoach, hanteert heldere uitgangspunten. “We hadden afgesproken dit toernooi niets te verliezen, dus gebeurt dat.” Behalve over vijf toppers (De Vries, Michelsen, Kummer, Visser en Broers) beschikt hij over 23 andere volwaardige spelers. De coach nam gisteravond dan ook geen risico met de 26-jarige Robert Broers, een van de zeven spelers met meer dan twintig caps. Uitblinker tegen Tsjechië, gisteren - na een try - uitvaller tegen Israel. Een pijnlijke enkel dwong hem vijf minuten voor rust het veld te ruimen voor een teamgenoot.

Broers is exemplarisch voor het enthousiasme van de Nederlandse spelers. Hij speelt met zoveel inzet, dat hij van de coach vooral de opdracht heeft gekregen zich in te houden. “Ik duik overal in, omdat ik denk dat het nodig is”, zei Broers na afloop. “Maar ik moet het wat vaker door mijn teammaatjes laten oplossen en zorgen dat ik zelf de laatste twintig minuten niet kapot ben.”

Broers is gevoelig voor blessures, zo heeft hij ontdekt. Hij wil, zo zeggen teamgenoten, geestelijk meer doen dan hij fysiek aankan. Dan raakt hij vermoeid en gaat het fout. Vorig jaar knalde hij op een tegenstander, verschoven drie rugwervels en moest hij maanden rust houden. Bij zijn rentree verdraaide hij zijn knie. Toen hij was hersteld, liep de Nederlandse competitie op zijn eind. Dus nam Broers ontslag bij zijn werkgever, trok hij naar Canada en meldde hij zich bij landskampioen Edmonton Druids. “Ik wil meedoen”, was zijn boodschap, want zo gaat dat in rugby. Hij speelde er drie maanden. Twee wedstrijden in het eerste, de rest in lagere teams.

Zijn wervels zitten weer op hun plaats. Maar hij begint iedere wedstrijd nog steeds met hoofdpijn en vergeet die pas tijdens het spel. “Over een jaartje moet de pijn verdwijnen. Die moet langzaam wegslijten.”

Een baan opzeggen, met spaarcenten naar het buitenland, spelen met een hoofdpijntje. Voor die wedstrijd tegen Italië, voor de World Cup in Zuid-Afrika. Voor een oranje shirt, een wit broekje en wat applaus.

    • Remmelt Otten