'Ministerie heeft niet genoeg inzicht in toestand cultuurgoed'

DEN HAAG, 4 NOV. Het ministerie van WVC heeft onvoldoende inzicht in de omvang van de achterstanden, registratie, conservering en restauratie van het nationale cultuurgoed. Dat concludeert de Algemene Rekenkamer in het vandaag gepubliceerde rapport Cultuurbehoud.

Uit een onderzoek bij zestien rijksmusea, de Rijksarchiefdienst, de Rijksdienst voor de Monumentenzorg en de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek, van november 1992 tot september dit jaar, is duidelijk geworden dat de achterstanden omvangrijk zijn, aldus de Rekenkamer. De Rijksarchiefdienst moet bijvoorbeeld nog 112 kilometer archiefbestand opnieuw verpakken in zuurvrije dozen. Voor de Rijksdienst voor de Monumentenzorg geldt dat de registratie van monumenten nog veel te wensen over laat. Een voorbeeld hiervan is een in 1967 afgebrand gebouw dat volgens het monumentenregister nog in originele staat verkeert. Het afgebrande gebouw werd in 1976 gesloopt en vervangen door nieuwbouw, waarbij slechts een onderdeel van het originele rijksmonument, een poortje, werd gehandhaafd.

Alleen voor de rijksmusea en in mindere mate voor de rijksarchieven kan aangegeven worden in welke mate achterstanden zijn ingehaald. Volgens de Algemene Rekenkamer is dat voor de monumentenzorg niet of nauwelijks mogelijk. Ook beschikt WVC slechts in zeer beperkte mate over prognoses van de tijd die nodig is voor het inhalen van achterstanden en over ramingen van de kosten die hiermee gemoeid zijn.

De Rekenkamer is vooral kritisch over de omstandigheden waaronder de collecties in de rijksmusea worden bewaard. Bij de meeste rijksmusea voldoet alleen de beveiliging tegen diefstal aan de eisen. Slechts zes musea hielden hun depots ordelijk en schoon. Bij één museum had zich als gevolg van vochtproblemen een schimmelexplosie voorgedaan. Bij de meeste rijksarchieven is alleen de beveiliging tegen brand in orde. Omdat een goede installatie die het klimaat beheerst ontbreekt, hadden zeven rijksarchieven vorig jaar te kampen met door schimmel aangetaste archiefstukken.

De Rekenkamer tekent bij de kritiek aan dat minister d'Ancona (WVC) met haar Deltaplan voor het cultuurbehoud in 1990 een 'zeer waardevolle' eerste aanzet heeft gegeven om de achterstanden in te lopen. Voor een succesvolle voortzetting is het volgens de Rekenkamer echter noodzakelijk dat de minister de achterstanden volgens een van tevoren vastgesteld plan aanpakt. Dat heeft ze tot nu toe onvoldoende gestimuleerd.

In haar reactie op het rapport zegt d'Ancona onder meer dat de Rekenkamer voorbijgaat aan de verschillen in de mate van verantwoordelijkheid die zij voor de verschillende sectoren (musea, archieven, monumenten, archeologie) draagt. Zij erkent dat ze een directe verantwoordelijkheid heeft voor behoud en beheer van de collecties in de rijksmusea en de rijksarchieven. Maar binnen de monumentenzorg echter ligt de verantwoordelijkheid voor de bouwkundige staat van monumenten in de eerste plaats bij de eigenaar, aldus d'Ancona. Bij het beheer van de archeologische monumenten is WVC slechts één van de betrokken partijen.