Langdurige ontsteking na letsel nog onbegrepen

Als je je pols gebroken hebt en die is in het gips gezet, dan kun je korte tijd later last krijgen van een hevig pijnlijke warme zwelling in de weefsels rond de breuk. Als je je arm beweegt verergert de pijn sterk. Zo iets komt bij ongeveer 8% van de mensen voor. De klachten kunnen maanden tot zelfs jaren aanhouden.

Hetzelfde kan ook bij andere, betrekkelijk kleine, letsels voorkomen. Aan deze afwijking zijn in de loop der tijd allerlei namen gegeven: onder andere Sudeck's dystrofie, post-traumatische reflexdystrofie en algodystrofie.

Als al iets uit al deze namen kan worden afgelezen, dan is het dat de onzekerheid over deze aandoening erg groot is. Er is wel geopperd dat een te strak ingipsen van de breuk de oorzaak was. Het lijkt echter eerder andersom: de hand zwelt en daardoor wordt het gips te nauw.

Tegenwoordig denkt men vooral dat bij deze mensen een deel van het onwillekeurige zenuwstelsel (sympathische zenuwstelsel) abnormaal functioneert. Daarom probeert men vaak de klachten te bestrijden met sympaticusblokkers of (nogal drastisch) door bepaalde sympathische zenuwvezels door te snijden. De resultaten zijn meestal slecht. Dat alles heeft ertoe geleid dat sommige artsen zelfs zijn gaan twijfelen of deze afwijking wel echt bestaat. Ze geloven hun patiënten gewoon niet; het zijn volgens hen alleen maar simulanten.

Omstreden

De aandoening werd voor het eerst beschreven door de Duitse professor Sudeck in 1900. Hij opperde toen dat er sprake was van een abnormaal heftige ontstekingsreactie. Deze hypothese was echter zo omstreden dat hij hem later in zijn leven zelf weer heeft moeten intrekken.

Toch is het deze zelfde verklaring die onderzoekers van de Nijmeegse universiteit in een recent artikel in The Lancet (23 oktober, pag. 1012-16) als de meest waarschijnlijke naar voren schuiven. In Nijmegen heeft men 8 jaar lang alle patiënten die last hadden van een dergelijke afwijking nauwkeurig onderzocht. Ook heeft men ieders klachten nauwkeurig geïnventariseerd. De Nijmegenaren kwamen tot de conclusie dat Sudeck gelijk had: de vroegste verschijnselen zijn die van een ontsteking en duiden helemaal niet op een stoornis in het sympatische zenuwstelsel.

Een van de Nijmeegse onderzoekers, dr. Peter Veldman, zegt dat hij nog steeds niet weet waarom sommige mensen na een letsel een post-traumatische dystrofie krijgen en andere niet: 'Wij denken aan een soort voorbeschiktheid bij dergelijke patiënten. Alleen dat kan verklaren waarom het beeld veel vaker voorkomt bij vrouwen dan bij mannen en waarom iemand die het één keer heeft gehad een sterk verhoogde kans heeft om het nog eens te krijgen.'

Veldman vermoedt dat bij gevoelige mensen na een verwonding een abnormaal heftige ontstekingsreactie ontstaat, waardoor de weefsels beschadigen. Veldman: 'Daarom behandelen wij de aandoening nu met stoffen die zuurstofradicalen wegvangen, zoals mannitol en dimethylsulfoxide. Die zuurstofradicalen worden geproduceerd door afweercellen bij de ontsteking. Door die uit de weg te ruimen proberen we de schadelijke gevolgen te beperken. Op het eerste gezicht lijkt een dergelijke behandeling veel betere resultaten op te leveren dan de sympaticusblokkade die men overal elders in de wereld toepast. Wij willen de doeltreffendheid van onze behandeling nu verder gaan onderzoeken in een gecontroleerd onderzoek.'

    • Bart Meijer van Putten