Kroniek van geboorte, leven en dood

L'Auvergnat de Paris is bestemd voor de Fransman die het Massif Central heeft verlaten en die nu in Parijs woont. Vanuit de sombere bergen is hij terechtgekomen in wat ze de lichtstad noemen, en toch kan hij z'n geboortegrond niet vergeten.

Daarom zal hij wellicht op zaterdag naar de kiosk lopen, negen francs neertellen en zich daarna verdiepen in het nieuws over de Auvergne. Na lezing valt hij ten prooi aan twijfel: het is een opluchting te vernemen dat 'au pays' alles bij het oude is gebleven, maar die negen francs... dat blijft een enorme uitgave.

Omdat ze zo verdomde gierig zijn, is L'Auvergnat de Paris maar een marginaal bestaan gegund. Ieder exemplaar gaat langs tien verschillende huishoudens volgens Daniel Bonnet, de eigenaar, uitgever, hoofdredacteur alsook corrector van het weekblad. Daarom komt de oplage de 20.000 exemplaren niet te boven, een schijntje op de 500.000 Auvergnats die in en rond Parijs wonen.

Blijft de vraag hoelang iemand die in Parijs woont zich een Auvergnat zal noemen en niet een Parijzenaar. “Dat gaat nooit over”, weet Bonnet vanachter z'n bureau aan de boulevard Beaumarchais. “Iemand die het Massif verlaat om zich in Parijs te vestigen is natuurlijk een Auvergnat in hart en nieren. Maar dat geldt ook voor z'n kinderen die hier geboren worden en voor z'n kleinkinderen is het niet anders.”

Z'n eigen grootvader is een mooi voorbeeld. Louis Bonnet kwam in 1880 vanuit de Cantal naar Parijs. Thuis was aan alles gebrek en net als andere armoedzaaiers uit z'n streek kwam hij te voet naar Parijs.

Ter plekke wachtte hem een warm onthaal. De Parijzenaars raakten niet uitgelachen om het boerenvolk. Ze waren ongeschoold, spraken met accent en zagen er dom uit met hun rode wangen. In de Parijse conversatie dook steeds vaker het woord Auvergnat op als een boerenkinkel werd bedoeld.

Sindsdien is er natuurlijk een heleboel veranderd. Maar toch... Nog altijd acht de hoofdredacteur het verstandig de geboortegrond te koesteren; dan hoor je tenminste ergens bij. De lezers van L'Auvergnat de Paris lijken er net zo over te denken en daarom is hun weekblad een kleinood dat van hand tot hand gaat.

De krant telt wekelijks een twintigtal pagina's en het belangrijkste nieuws staat op pagina één. Dreigen de Franse spoorwegen de minder rendabele lijnen op te heffen? In dat geval ligt het centrale bergland met z'n schaarse bevolking in de vuurlinie; een mooi onderwerp om mee te openen.

Maar het is niet dit soort zaken dat de lezer iedere zaterdag naar z'n weekblad doet verlangen. Dat van die treinen was immers al op het journaal geweest en hoeveel kost het om naar het journaal te kijken? Nou dan.

Nee, pas op de vierde pagina waant de emigrant zich terug in zijn vertrouwde omgeving. Want daar begint de kroniek van geboorte, leven en dood; de eeuwige cyclus die mensen op het platteland in de greep houdt.

De Auvergne telt tweeduizend gemeentes en in ieder gehucht zit een medewerker die het leven van alledag onder de microscoop legt. Zo zijn in Rodez, departement Aveyron, twee oudjes beroofd van hun spaarcenten, hebben in sommige tuinen de seringen voor de tweede keer in bloei gestaan, is het jachtseizoen eerder begonnen in verband met het grote aantal zwijnen, vierde Gabrielle Bernat haar honderdste verjaardag en is matre Jean Marre, drager van het légion d'honneur, overleden. En dit is nog maar een selectie van wat er in een week tijd in Rodez is voorgevallen.

Voor achterklap is geen plaats, verder is alles mogelijk, zelfs de gruwelijke tractorverhalen. Er wordt veel op hellingen gereden en iedere week kantelen tractoren waarbij kinderen worden verpletterd of boeren een arm wordt afgerukt. “In het hoogseizoen hebben we weken met wel tien tractorverhalen”, vertelt Bonnet monter.

Wat de krant parten speelt is de hoeveelheid berichten die in de richting van Parijs wordt gezonden. “Je hebt correspondenten die van geen ophouden weten. Dat zijn meestal priesters of onderwijzers. Beroepshalve voeren ze de hele dag het woord en om het belangrijkste nieuws in enkele regels te persen, dat is voor zulke mensen een onmogelijke opgave. Maar als ik ze hun gang laat gaan, doe ik andere dorpen tekort.”

De hoofdredacteur is voorzichtig met kritiek. Geen van de tweeduizend correspondenten ontvangt immers een honorarium. Wel staan er portvrije enveloppen en voorbedrukte kopijvellen tot hun beschikking. Aan het eind van het jaar ontvangt iedere medewerker een kalender en ook komen ze in aanmerking voor wekelijkse ontvangst van de krant. “Alleen al dat laatste kost me een fortuin”, klaagt Bonnet.

L'Auvergnat de Paris is in 1882 opgericht door Louis Bonnet, grootvader van de huidige hoofdredacteur. Hem was het destijds opgevallen hoe zijn streekgenoten door bewoners van de hoofdstad in de hoek werden gedrukt. Wees trots op het land waar je vandaan komt, hield hij ze voor. Schaam je niet want er komt een dag dat Parijzenaars ons niet langer negeren.

Die woorden zijn uitgekomen; vooral in de Parijse café-wereld hebben Auvergnats een greep naar de macht gedaan. Wekelijks telt de krant daarom meerdere pagina's met advertenties die de horeca betreffen. Cafés, brasserieën, bierpompen: alles is te koop. En in de personeelsrubriek bieden ongeschoolde krachten uit de Auvergne zich aan als garçon.

Bonnet: “Het feit dat zo'n jongen uit de Auvergne komt is een aanbeveling. Honderd jaar geleden begonnen de meeste Auvergnats hier een klein buffet. Man en vrouw deden alles samen. Ze hebben gewerkt als beesten en van het buffet kwam het café, van het café de bistro en uiteindelijk werden het de brasserieën. Zaken als Ruc, Lipp en Flore zijn groot geworden dankzij onze mensen.”

Succes in zaken heeft de meesten niet verzoend met het Parijse leven, ook al omdat het weekblad de heimwee naar het bergland levend wist te houden. De hoofdredacteur zag met eigen ogen hoe honderden Auvergnats de hoofdstad de rug toekeerden na een succesvolle loopbaan. Ze verkochten hun zaak, telden hun geld, vergaten niet hun abonnement op z'n krant op te zeggen en reisden daarna terug naar het Massif. Voorgoed.

    • Henk Steenhuis