'Journalistiek is aan het schuiven'

Over zijn recensenten oordeelt hij niet. Tenminste niet in het openbaar. Als hij het toch doet, is het weloverwogen en in volle ernst. Minister-president Lubbers meent dat de media in Nederland door een hang naar het negatieve de politiek stelselmatig in een verkeerd daglicht stellen en zo bijdragen aan het vergroten van de afstand tussen politiek en burger.

Lubbers: “Er is een spelverruwing, niet zozeer in het spel, maar in de belichting van het spel. Ik vind het iets om je zorgen over te maken: de voortdurende negatieve interpretatie over de inzet van mensen. Men probeert tegenstellingen te scheppen en vast te stellen dat het niet deugt. Ik heb de laatste jaren gezien hoe de journalistiek zelf aan het schuiven is gegaan, dat gevoel heb ik althans. Er is de behoefte om met een stevig pakkend iets te komen, om on the top of the list te komen. Dan publiceert men vermeende indrukken, roddel en tegenstellingen.”

Lubbers zoekt de verklaring voor het verschijnsel onder meer in het aantal journalisten dat zijn werk aan het Binnenhof doet. “Het kan ook niet anders, het zijn er zoveel. Willen die aan de bak komen, dan moeten ze met iets opvallends komen. Anders krijg je alleen maar onderknuppels aan het Binnenhof en af en toe komt een enkeling er bovenuit met een verhaal.

“Het is net als bij de Kamer: de kwaliteit gaat achteruit als er teveel medewerkers komen. Als je kijkt hoeveel journalisten je nodig hebt om de Kamer te beschrijven dan kom je tot de vaststelling dat er meer journalisten aan het Binnenhof geaccrediteerd zijn dan Kamerleden. . Als ik dan weer eens onzin lees, denk ik: 'ja die journalist moet ook wat schrijven'. Dan gaat het ook vaak te veel over personen.”

Kan hij eigenlijk wel tegen kritiek? Lubbers: “Ik vind het jammer dat door die negatieve houding van de journalistiek de inhoudelijke kant onvoldoende uit de verf komt. Neem de uitspraken van Gruijters (de burgemeester van Lelystad, red.) over het vraagstuk van de asielzoekers. Dat er een keer aan de bel wordt getrokken vind ik prima, maar je moet de inhoud van de discussie niet versmallen tot een statement. Dat heeft niet te maken met wel of niet tegen kritiek kunnen, maar met het oppervlakkige.”

Zijn afkeer van oppervlakkigheid is mogelijk nog heviger als het om goedkope waardering gaat. “Soms zit je in een zaal, je zegt iets en plotseling beginnen de mensen te klappen. Dan denk ik: 'mensen, hou op'. Of als mensen hier komen en uitleggen hoe goed alles is, dan denk ik: 'mensen zit mijn tijd niet te verdoen. Laten we het hebben over de problemen die er liggen'. Ik erger mij aan holle lof, dat is toch allemaal tijdverspilling.”