Het witte overhemd: van basisstuk tot statussymbool; Voor dandy's geknipt

Tentoonstelling Over het hemd. T/m 28 nov. Historisch Museum Het Palthehuis, Markstraat 13, Oldenzaal. Di t/m vr 10-12u en 14-17u, za-zo 14-17u. Inl 05410-13482.

Alleen wie geen geheugen heeft, denkt origineel te zijn, heeft Coco Chanel eens gezegd. Dat zou betekenen dat er geen nieuw ontwerp is te maken, zonder referenties aan oude bekenden. Al een aantal seizoenen presenteren veel ontwerpers diverse retro-elementen als 'nieuw'. Zelfs de avantgardistische 'deconstructivisten' zetten de schaar in allang bekende colberts, truien en overhemden.

Met name het formele witte overhemd schijnt volgens de laatste berichten onmisbaar te zijn voor de outfit van komende winter. Belangrijk is de juiste styling: men draagt het hemd bij voorkeur òver broek of rok, liefst met daaroverheen een kort gilet of jasje. De lange manchetten vallen ruim over de handrug: alleen onwetenden knopen ze netjes bij de pols dicht. Zo'n hemd kan een verlangen naar 'eenvoud' en 'puurheid' uitdrukken, maar in veel designercollecties verschijnt het nu vooral binnen het thema van de als dandy geklede vrouw. Montana, Gaultier en anderen hebben zelfs het hoge boord - bekend als 'vadermoordenaar' - in ere hersteld. In vakjargon heten dit de new Edwardians.

Wat heet nieuw? Het witte overhemd is een opmerkelijke constante in de wisselende modes van de laatste eeuwen. Dat blijkt op een tentoonstelling over het mannenoverhemd in Het Palthehuis. Al in de middeleeuwen werd het lijfshemd van ongebleekt linnen - de oorsprong van ons moderne hemd - gedragen om de bovenkleding van binnen langer schoon te houden. Op den duur werd het linnen verfijnder en ging men de halsopening en manchetten versieren met kant en borduursels. Wie zich zoiets kon permitteren liet dat ook zien. Sindsdien heeft het hemd zich altijd op de grens bewogen tussen boven- en onderkleding, tussen functioneel basisstuk en statussymbool.

Uit diverse museale en privé-collecties zijn zo'n zestig hemden bij elkaar gebracht, waarvan het oudste dateert uit 1789 en het nieuwste uit de recente collectie van Paul Smith. Daartussen vind je de valse glans van nylon uit de jaren zestig, maar ook een keurig linnen overhemd van pastoor Palthe uit het begin van de vorige eeuw. In die tijd werden hemden rechttoe-rechtaan uit de hele stofbreedte geknipt en aan de hals op maat ingerimpeld. Het model was zo eenvoudig dat iedereen het thuis in elkaar kon zetten. Pas met de opkomst van de seriële produktie deed de coupe zijn intrede. Het jukstuk en de afgeronde armsgaten zorgden voor een betere pasvorm en verminderden het stofverbruik van de fabrikant.

Subliem zijn de hemden van de baronnen van kasteel Twickel te Delden. Deze tijdgenoten van Couperus moeten echte dandies zijn geweest, een uitzondering in het doorgaans nuchtere Nederlandse klimaat. Hun hemden van kostbaar fijn linnen zijn rijk aan details die de strenge elegantie ervan benadrukken. Op discrete plaatsen is het ontstaansjaar van deze hemden geborduurd. Dit gebeurde niet ten behoeve van latere historici, maar om de communicatie met het personeel te vergemakkelijken. Met een simpel cijfer kon de kasteelheer kenbaar maken welk hemd in de was moest. En voor het personeel, dat de bewerkelijke taken verrichtte van wassen, strijken en vooral het opstijven van boorden, manchetten en plastrons, was de kleding eenvoudig uit elkaar te houden.

Op de expositie is ook allerlei hulpapparatuur te zien, zoals een curieus gevaarte waarmee boorden weer in de juiste vorm werden gebracht. Eenmaal opgesteven waren ze steenhard en ging hun bewerking de menselijke handkracht te boven. Ook het strijken vereiste speciaal gereedschap en veel deskundigheid. Volgens conservator M.R. Lassche is goed strijken “een kunst die hedendaagse vrouwen niet meer beheersen”. Bijscholing geeft een videoband bij de tentoonstelling.

Bezienswaardig zijn de antieke front-, boorden- en manchetknopen uit Londen. Een serie losse kragen, manchetten en frontjes van textiel, papier en celluloid toont hoe de minder welgestelde man vroeger de illusie van een acceptabel overhemd trachtte te wekken zonder veel geld aan de wasserij te besteden.

Wie tegenwoordig goed voor de dag wil komen met een hemd, moet nog steeds een scherp oog voor details hebben. Bestaat het boord uit twee afzonderlijke patroondelen of wordt dit slechts gesuggereerd door een nep-naad? Hoe zijn de mouw- en zijsplitten afgewerkt? En van wat voor materiaal is het hemd gemaakt? Voor de kenner komt alleen zijdezacht Egyptisch katoen in aanmerking. Een uitleg geeft het vermaarde Parijse huis Charvet dat al sinds het begin van de vorige eeuw gespecialiseerd is in maat- en (op persoonlijke wens ook gewijzigde) confectiehemden. Aan de hand van meerdere halffabrikaten wordt getoond hoe een eigentijds kwaliteitshemd ontstaat en aan welke eisen het moet voldoen. Daarnaast is er een collectie exclusieve stoffen waarmee Charvet zijn klanten bedient en bekoort, ook de niet-dandy. De vraag is alleen wie zo'n hemd zal strijken.

    • Karin Schacknat