Haamstede

De Oosterschelde, pijlerdam. Het valt wel mee. Voor voetgangers staat een betrekkelijk rustige parallelweg open en de pijlers zijn genummerd, zodat je kunt aftellen en het gevoel hebt dat je vooruitkomt - 32 over de Roompot, 17 over de Schaar van Roggenplaat, 16 over de Hammen. En in de diepte stroomt het slurpend binnenwaarts.

Dinsdag? Woensdag? Dat zijn we ondertussen kwijtgeraakt, die dingen veegt de roes van lopen uit. Het is de dag van Vrouwenpolder naar Haamstede, een nieuwe dag met water en wind, strand en duinen, herfst. Je ondergaat zo'n dag als eindeloos, met nu en dan een los moment.

Moment van velduil: komt van de grond op Neeltje Jans, lange vleugels, stille vlucht, misschien een beetje boos; vertrouwd gezicht en toch verwondering.

Moment van Schouwen: vanaf de dijk een blik terug op Walcheren, een wazig reepje tussen zee en lucht, en in de verrekijker staat een toren met een platte helm; dat is dus Domburg, dat was dus gisteren om deze tijd, dus dat we in de tussentijd een heel eind opgeschoten zijn.

Moment van licht in donker: 's avonds na het eten nog naar buiten toe, een bankje in de luwte en het rennen van de torenflitsen over duinen, door de struiken, telkens, telkens, telkens weer.

Momenten die zich op den duur weer voegen naar de eindeloosheid van zo'n dag.

    • Koos van Zomeren