Gewonde gevoelens

De Amerikaanse versie van zakdoekje leggen heet 'duck, duck, goose' en deze klassieker onder de kringspelletjes wordt op school nog steeds enthousiast gespeeld door kleuters en iets oudere kinderen. Zoals zoveel spelletjes heeft ook dit zijn hachelijke kanten. Je loopt als kind het risico de hele sessie lang niet uitgekozen te worden om het rondje om de kring heen te rennen. Daarom wordt dit spel zorgvuldig gestuurd door de toezicht houdende schooljuf. Dat gaat zo: “Nee Craig, Nickie heeft al een beurt gehad, kies maar uit Alexandra of Will of Stevie.” Het spel is afgelopen als iedereen een keer aan de beurt is geweest, niet meer en niet minder.

Het is een gang van zaken waar niet zo veel bezwaar tegen te maken valt, zeker niet wanneer het vierjarigen betreft. Maar hoe ouder de kinderen, hoe bedenkelijker de inmenging van bovenaf met het spelen. Een paar jaar geleden verscheen er een boek van de kinderpsycholoog Virginia Paley, getiteld You Can't Say You Can't Play (ook vertaald in het Nederlands), waarin precies deze houding als opvoedkundig principe werd gepropageerd. Op de school waar Paley werkte werd de regel ingesteld dat geen enkel kind een ander kind mocht afwijzen, als het wilde meespelen. De regel zou even vanzelfsprekend moeten zijn als het bekende 'niet slaan, niet vechten, niet elkaar uitschelden'.

De ijzeren discipline van het met de armen over elkaar zitten en verboden te spreken in de klas is overal verdwenen. Daarvoor in de plaats is een veel zachtere en vooral goedbedoelende bemoeienis gekomen: eentje die niet zozeer op gedrag alswel op gevoelens is gericht. Ik weet niet of het onderwijzend personeel op de school van mijn kinderen bekend is met de ideeën van Paley, maar dat het er uiterst beschaafd aan toe gaat is duidelijk. Nooit zie je kinderen vechtend over het schoolplein rollebollen. Ze zijn aardig en voorkomend tegen elkaar. Je hoort ze 'sorry' en 'thank you' tegen elkaar zeggen. Aan de ene kant is het allemaal erg schattig, aan de andere kant heeft het ook iets totalitairs. Zoals mijn hart zich samenknijpt bij het zien van een filmscène waarin een bruut van een meester een schoolklas aan het dresseren is, overvalt me soms een onbehaaglijk gevoel bij de aanblik van zoveel aanminnigheid in en om de school. Die onderwijzeressen moeten er heel wat energie in steken om het zo gezellig te krijgen. Alle activiteiten op school zijn erop gericht om onaangename gevoelens te vermijden. Niet alleen moet het leren zelf leuk zijn, ook de kinderen onderling mogen elkaar niet te na komen en daar wordt strikt op toegezien.

Het voordeel van deze omzwachtelende benadering is dat gruwelijke verschijnselen als gepeste of genegeerde kinderen zich niet voordoen. Het nadeel is dat elk conflict van bovenaf beslecht wordt, zodat de kinderen nauwelijks ervaring opdoen met frustratie of met het zelfstandig oplossen van een sociale aanvaring. Wel nemen ze het bijbehorende jargon over. Van kinderen van een jaar of zes verwacht je dat ze met elkaar spelen, ruzie maken, weglopen en een uur later hun woede weer vergeten zijn. Merkwaardig genoeg werkt dat niet zo. “I don't want to play with you, because you hurt my feelings yesterday” zei een buurjongetje tegen mijn zich van geen kwaad bewuste zoontje. Ik stond versteld. Welk kind praat er nu op zo'n therapeutische manier over zichzelf? Maar ja, zo gek is dat misschien niet, als je de hele dag op school van de juf te horen krijgt: “Be nice to your friends. We don't want to hurt eachother's feelings, do we?”

Toen Walt Disney's film Fantasia vorig jaar opnieuw werd uitgebracht, liepen de actiegroepen te hoop om te protesteren tegen kwetsende passages. Ouders vonden 'Nacht op de kale berg' te angstaanjagend voor kinderen. Dieters United maakte bezwaar tegen de in tutu's gehulde dansende nijlpaarden, omdat dikke mensen daarmee belachelijk gemaakt werden. Milieu-activisten waren gepikeerd over de waterverspilling in het fragment 'Mickey als tovenaarsleerling'. Christelijk-fundamentalisten veroordeelden de in beeld gebrachte evolutie. De anti-drug lobby vermoedde drugspropaganda achter de scène van de dansende paddestoelen in de Notekrakerssuite.

Het leger der gekwetsten groeit gestaag en ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat ze zich minder gekwetst zouden voelen als ze ook eens overgeslagen waren bij het zakdoekje leggen.