FRAUDE VERSUS QUERULANTIE

In mijn vak, de biochemie, is fraude een randverschijnsel. De muur van de wetenschap wordt in rap tempo opgetrokken en stenen, die niet passen, vallen snel op. Bovendien holt de theorievorming achter de experimenten aan. Je kunt niet met succes voorspellen wat morgen werkelijk nieuw zal zijn. Fraudeurs hebben het daarom zelden lang bij het goede eind als ze resultaten vervalsen of verzinnen. Wie met fraude aan de kost wil komen, kan beter een ander vak kiezen dan wetenschappelijk onderzoek.

Politici denken daar anders over. Wetenschappelijk onderzoek, betaald uit gemeenschapsgeld, moet 100% betrouwbaar zijn. Zoals er ook nimmer een ambtenaar dagdroomt of bijklust in de baas zijn tijd, moet de wetenschap vrij gehouden worden van iedere smet. Mooi ideaal, maar wie 100% af wil dwingen, raakt al gauw gewikkeld in knellende administratieve verbanden. Menig wetenschappelijke instelling heeft inmiddels een gedetailleerd protocol voor behandeling van mogelijke fraudegevallen. Daarin ligt vast hoe bij vermoeden van fraude te werk moet worden gegaan, hoe de informant (whistle blower heet zo iemand in Amerika), die aangifte doet, tegen wraakacties beschermd moet worden, en bonafide onderzoekers tegen laster. In Amerika is er inmiddels een Office of Research Integrity, waarin een keur van ambtenaren hun controlerend werk doen, uiteraard belegerd door advocaten, die een nieuwe bron van inkomsten hebben gevonden: de smart van slachtoffers van fraudebeschuldigingen die niet hard zijn te maken.

Daar zou best mee te leven zijn, als er geen querulanten waren, onderzoekers die zich chronisch tekort gedaan voelen, die menen dat anderen hun ideeën of proeven pikken. Querulanten zijn er te kust en te keur in de wetenschap. Wetenschappelijk onderzoek vereist ambitie, eigengereidheid, vasthoudendheid, allemaal klassieke eigenschappen van de querulant. Onderzoekers zijn slim en argumentatief en dat maakt hen tot de gevaarlijkste querulanten, klagers die hun klacht goed en overtuigend kunnen onderbouwen. De huidige publieke en politieke belangstelling voor fraude in de wetenschap geeft deze querulanten wind mee. Ze zijn alleen af te stoppen met een tijdrovend onderzoek, waarbij men gedwongen wordt om de onderste steen boven te halen.

Dat is geen theorie, zoals ik uit eigen ervaring kan melden. Twee jaar geleden werd ik gevraagd om advies te geven over een beschuldiging van fraude tegen een onderzoeker uit een ver land. Een lokale commissie had de beschuldigingen onderzocht en ongegrond bevonden, maar dat was niet voldoende. De beschuldigingen werden in het openbaar herhaald, het onderwerp lag gevoelig (AIDS-onderzoek) en de beschuldigde was een invloedrijk man, van wie men makkelijk kon beweren dat niemand in dat verre land werkelijk onafhankelijk over hem zou kunnen oordelen. Vandaar de vraag om een buitenlands advies. Zo'n brief komt binnen en vervult me met diepe moedeloosheid. Je kunt zoiets moeilijk weigeren - heden gij, morgen ik - maar het is een hopeloos karwei. Op zijn best slaag je er in om na veel saai en grotendeels nutteloos werk een rapport te maken, waar alle partijen zich bij neer leggen. Meestal loopt het echter slechter af: de echte fraudeur zal zich tot het uiterste verweren tegen een uitspraak die het eind van zijn wetenschappelijke carrière kan betekenen; de echte querulant laat zich nooit door de feiten verblinden. Wanneer de belangen groot zijn, de beschuldigde onderzoeker beroemd, loop je als scheidsrechter al gauw de kans gemolesteerd te worden in pers of rechtszitting.

De twee adviseurs, die ik uit een ander buitenland bij deze klus betrok, waren ook niet blij met deze onderscheiding. De één wilde alleen adviseren als hij anoniem kon blijven, de ander alleen na juridisch advies. Fraudebestrijding is moeizaam werk geworden, zelfs voor mensen die beschermd worden door het harnas van een Nobelprijs.

Toen de fraudebeschuldiging, na enig procedureel gehannes, arriveerde werd direct duidelijk dat het hier om een klassieke querulantenactie ging. Bij een serieuze fraudezaak zijn de beschuldigingen sober en precies: proeven zijn niet herhaalbaar; proeven zijn verzonnen of vervalst; resultaten of ideeën zijn gepikt. In het geval waarover mijn oordeel werd gevraagd was een waslijst van beschuldigingen geproduceerd, zoals alleen een wraakzuchtige querulant die kan opstellen. Dat neemt niet weg dat querulanten gelijk kunnen hebben en dat in deze tijden iedere beschuldiging van fraude minutieus onderzocht moet worden. Dat deden wij à raison van een ongeteld aantal verspilde wetenschappelijke manuren en in ons eindrapport bleef er geen enkele beschuldiging van fraude overeind. Zonder nut is dat rapport niet. De beschuldigde kan het gebruiken om zich tegen verdere beschuldigingen - de klager was uiteraard niet overtuigd - te verweren. Wetenschappelijk nut had dit rapport niet en de productie ervan heeft drie productieve onderzoekers deprimerend lang van hun echte werk gehouden.

Fraude in de wetenschap is zeldzaam, zeker vandaag in het medisch-biologisch onderzoek. Onderzoekers werken in een glazen huis, de sociale controle is groot, de kans op ontdekking maximaal, de straf een geknakte carrière. Fraude in de wetenschap is zelfs zo zeldzaam dat het nog nieuws is; ieder fraudegeval een boek. Kom daar maar eens om bij andere maatschappelijke activiteiten. 'Voetballer trapt tegenstander op de hakken''. 'Bridger speelt vals''. 'Tweedehands autohandelaar verkoop autowrak''. Het levert geen krantekoppen of stof voor boeken.

Ook het zeer goed gedocumenteerde en leesbare boek van Frank van Kolfschooten, 'Valse vooruitgang; bedrog in de Nederlandse wetenschap'', is niet echt een dikke pil geworden, hoewel zijn verhaal al begint in 1661. De zeldzaamheid van fraude in de wetenschap rechtvaardigt geen draconische controlemaatregelen. De prijs van al te militante fraudebestrijding is ook hoog: tijdrovende weerlegging van loze beschuldigingen en excessieve sociale controle. Een fraude-vrije wetenschap is als een bibliotheek waar nooit een boek wegraakt; zo'n perfectie wordt duur gekocht.

In mijn 35 jaar in de wetenschap heb ik maar een paar echte fraudegevallen gezien en gelukkig was dat van zeer ver af. Meestal ging het om briljante fantasten, mensen die moeite hadden om waan en werkelijkheid te scheiden, of die hun theorieën superieur waanden aan de laag bij de grondse, weerbarstige werkelijkheid, die dan maar bij de theorie moest worden aangepast. Zulke fantasten onderschep je niet met voorbehoedsmiddelen. Hetzelfde geldt voor de zeldzame, koele oplichter, die de zaak flest voor kortstondig gewin. Zulke fraudeurs vallen pas door de mand als hun proeven onherhaalbaar blijken en dan vallen ze ook hard en diep.

Anders ligt het met incidenteel gesjoemel, de gelegenheid, die de dief maakt. Daar vormt de sociale controle een belangrijke barrière. Die controle begint bij de opvoeding. In serieuze laboratoria worden onderzoekers opgevoed met het idee dat er een objectieve waarheid is in de biologie en dat je daar alleen achter komt als je jezelf en anderen niet voor de gek houdt. 'Het experiment is heilig'', placht één van de oudere medewerkers van Het Nederlands Kanker Instituut mij altijd voor te houden, en zo is het ook. Wie geen respect heeft voor experimentele gegevens, komt licht in de verleiding om met die gegevens te rommelen. Openheid is een ander onmisbaar ingrediënt in die opvoeding. In een goed instituut weten onderzoekers van elkaar wat er gedaan wordt en worden onderzoekers in opleiding aangemoedigd om hun proeven met buitenstaanders door te nemen. Zolang het glazen huis van de wetenschapsbeoefening maar doorzichtig blijft, halen normale onderzoekers geen fratsen uit.

Ten slotte mag men eisen van de senior onderzoekers, die een onderzoeksgroep leiden, dat zij een klimaat creëren waarin sjoemelen ondenkbaar is. Zij moeten door hun voorbeeld duidelijk maken dat de sluipwegen in de wetenschap dood lopen en dat ongelukken niet onopgemerkt blijven en effectief worden aangepakt. Een Office of Scientific Integrity of een 'Raad voor de Wetenschappelijke Integriteit', zoals voor Nederland wel is bepleit, is dan niet nodig en men behoeft niet zoveel eer te bewijzen aan de echte querulant.