Feyenoord oogst bulten, blauwe plekken en rood

ROTTERDAM, 4 NOV. Zijn trainer had hem nog zo gewaarschuwd. Van Hanegem wilde John van Loen in bescherming nemen. Hij wist dat zijn spits zijn hoofd kwijt kan raken bij vermeend onrecht. En toch gebeurde het gisteravond in het Europa-Cupduel tussen Feyenoord en FC Porto (0-0): een rode kaart.

Van Loen raakte buiten zinnen toen zijn ingevallen ploeggenoot Obiku grof werd onderuitgehaald door Costa. De eerste kwam goed weg met geel. De Portugese verdediger moest het op zijn beurt ontgelden bij Van Loen. Costa kreeg de gele kaart, de Feyenoorder meteen de rode. Eerder had Van Loen al geel gekregen wegens onbesuisd inlopen op de keeper.

Frustratie, onmacht, wanhoop. Hij kon zijn gevoel zelf niet omschrijven. “Ik heb me heel lang ingehouden, maar toen Obiku bijna werd gewurgd kon ik me even niet beheersen. Ik raakte hem nauwelijks, maar hij ging meteen gillen. Een circusartiest, ja. Het was de druppel, de foute druppel kun je wel zeggen.”

In de kleedkamer heeft hij zijn excuses aangeboden aan de spelers en de trainers. Van Loen besefte dat hij zijn ploeg gedupeerd had. “Ze waren niet kwaad meer. In het veld wel, toen scholden ze me verrot.”

Het gevoel van de verliezer. Bij een voorsprong wint beheersing het van fanatisme. Het verschil ook tussen een sluwe Portugees en een minder subtiele Feyenoorder. Het verschil ook met teamgenoten als De Wolf en Fräser. Die zijn in staat een tegenstander meedogenloos neer te maaien, met de reële kans dat de scheidsrechter niets heeft gezien.

Zoals gisteravond. De Wolf kreeg alleen een gele kaart voor protesteren. Van Loen verstaat de kunst van het verdedigen niet, de werkwijze van de verdediger evenmin. Vijf minuten voor het eindsignaal verliet hij het veld. Het publiek scandeerde nog eenmaal zijn naam, voordat hij de tunnel in sjokte. Het had zijn held strijdend ten onder zien gaan.

Met een beetje geluk was hij de held van de avond geweest. Na een kwartier spelen kopte de Feyenoord-spits een corner van Blinker goed naar de grond. Met een reflex van doelman Victor Baia voorkwam een Rotterdams doelpunt. Vlak na rust stond Van Loen aan de basis van de tweede en laatste grote kans. Hij kopte een voorzet van Blinker door naar Maas, die in het doelgebied geen tijd kreeg om de bal onder controle te brengen. Alleen een kopbal van Blinker, in blessuretijd, had Feyenoord nog in de verlenging kunnen brengen, maar hij mislukte.

Twee á drie kansen na 180 minuten voetbal. Eigenlijk kon Feyenoord geen aanspraak maken op de overwinning. Porto kreeg alleen in de loop van de tweede helft, toen de thuisclub moegestreden was, een paar mogelijkheden. De Bulgaarse spits Kostadinov, aan banden gelegd door Van Gobbel, was zijn bewaker een keer kwijt. Hij klopte vervolgens De Wolf op snelheid, maar De Goey pareerde zijn slappe inzet.

De defensieve strijdwijze van Porto vereiste ander tegenspel dan goed bedoelde ijver. Een afstandschot, een wegdraaiende voorzet vanaf de achterlijn, een stiftpassje à la Wouters. Dat waren de methoden geweest om een verdedigingsblok van soms wel tien man te ontregelen. PSV lukte het in 1987. Toen werd Porto met 5-0 weggespeeld. Maar zelfs Ajax kreeg, twee jaar daarvoor onder trainer Cruijff, geen voet aan de grond tegen Porto. De club die verdedigen tot kunst heeft verheven.

“Een hele vervelende onsympathieke ploeg”, vond Van Hanegem. Verder zeurde hij niet over de laffe Portugese speelwijze. Wetend dat Feyenoord nog niet zo lang geleden tegen Ajax dezelfde taktiek had gehanteerd.

Zijn ploeg had naar behoren gepresteerd, meende de trainer. “Alleen Fräser en Maas hadden meer in de buurt van Van Loen moeten komen.” Feyenoord miste een schaduwspits. Misschien dat de Zweedse aanwinst Henrik Larsson, gisteren toeschouwer en vandaag voor het eerst op de training, die rol kan vervullen.

De vele kopduels die Van Loen won van Zé Carlos, ze stichtten geen gevaar. De spits stond op een eiland, met een meute waakhonden om hem heen. Hij noemt nog een keer de plekken waar “ze me allemaal geraakt hebben. Ik heb een bult op m'n kin, op m'n achterhoofd, op m'n knie en ik weet niet allemaal waar.”

    • Jaap Bloembergen